Genieten geblazen
ma 8 februari 2010 at 00:07 | In Friends & Family, Globetrotten, Vrouwen | 1 CommentOnverwacht makkelijk een parkeerplek kunnen vinden in de binnenstad, en net als je de sleutel uit het slot wilt halen een toeter achter je horen: naast je staat een man in een Smart die zijn autootje nog ertussen kan proppen als je nog even tien centimeter naar voren gaat.
Op zaterdag bijna zonder jas kunnen lopen in de winterzon, en de volgende dag jezelf dik inpakken voordat je de zwaarbewolkte dag instapt.
Je semi-Siamese tweelingzus die haar hoofd in een eeuwenoud kanon steekt.
Bijna het huis niet meer uit kunnen doordat verhuizende buren het trappenhuis gebarricadeerd hebben en je over kasten heen moet klimmen om bij de voordeur te komen.
Vriendinnen L., C. en A. die alvast je trouwjurk uitkiezen: een aquablauwe uit een van de drie bruidszaken bij L. in de buurt.
Obers die eerst in het Frans beginnen, daarna overschakelen op Vlaams als ze horen dat je Nederlands bent, en na een paar zinnen toch maar besluiten dat dat te moeilijk is.
Je op de dansvloer verschrikkelijk vermaken om een groepje veertig-plus-vrouwen dat danst alsof het hun eerste avondje uit sinds jaren is.
Gieren van het lachen om een man en vrouw die op de stampende beats yoga-oefeningen aan het doen zijn en zich geen loer aantrekken van de rest.
’s Nachts om drie uur nog even durüm eten en dan Andalousa-saus erbij aangeraden krijgen, “want die hebben ze niet in Nederland”.
Er een kwartier over doen om uit te vogelen wat het betekent dat al die Noord-Afrikaanse mannen op de markt keihard “HE-UROOO!” roepen (“Slechts 1 euro!”).
Overal, óveral de geur van wafels ruiken, en overal, óveral de verleiding van chocola in de etalage.
Ja, ons weekendje Brussel was uitermate geslaagd.
Iets zegt mij dat…
vr 5 februari 2010 at 12:31 | In Gloeiende gloeiende, Studieperikelen | 1 Comment…ze dit land naar z’n grootje willen helpen.
Deze week: heftige studentenprotesten in onder meer Utrecht, Amsterdam en Rotterdam om de studiefinanciering veilig te stellen voor toekomstige generaties. Maar voorlopig wijkt Den Haag (politiek Den Haag, that is) geen centimeter van haar plaats. Nee hoor, over een paar jaar mag elke student zich vanaf schooldag 1 in de schulden steken. Een sociaal leenstelsel, ‘dat werkt beter’.
Vandaag in het nieuws: het NIBUD wil dat studenten met een hoge studieschuld voortaan geregistreerd worden bij het Bureau Kredietregistratie. Als dat plan doorgaat, betreft het nu al meer dan honderdduizend studenten, om nog maar te zwijgen van de honderdduizenden die straks mogelijk geen stufi meer krijgen. En wie eenmaal een BKR-registratie heeft, kan wel fluiten naar een hypotheek.
Als vloeken zin had, zou ik er hier één invoegen. Worden wij geregeerd door Neanderthalers? Zit de missing link in de evolutie wellicht in Den Haag op het pluche? Wat een ongelooflijk kortzichtige klootviolen. Waar wilt u heen, meneer Plasterk? Terug naar de tijd dat alleen de elite op de universiteit te vinden was? Op naar een periode waarin niemand met hbo of hoger nog een huis kan kopen? Zet ons dan maar liever direct in de tijdmachine van professor Barabas en druk op ‘1900′.
Zusterliefde
di 2 februari 2010 at 23:07 | In Vrouwen | Leave a CommentMijn mailbox riep het vandaag meerdere malen uit: ‘Fw: My Beautiful Christian Sister!’
Blijkbaar is het vandaag Beautiful Christian Women’s Day, en blijkbaar sturen christenvrouwen van over de hele wereld dan een kettingreactie van lieve, mooie, opbouwende berichtjes naar elkaar. Zal wel iets nieuws en Amerikaans zijn, dacht ik.
Maar het gedicht dat erbij zat, vind ik toch te mooi om niet naar mijn blog over te hevelen. Als jij je misschien – zoals zovelen doen – afvraagt hoe het kan dat eigenwijze, zelfstandige, hoogopgeleide en schijnbaar zelfverzekerde vrouwen toch zo diepgelovig kunnen zijn… here’s your answer.
BEAUTIFUL CHRISTIAN SISTER
A woman’s heart should be so hidden in Christ that a man should have to seek Him first to find her.
When I say that I’m a Christian, I am not shouting that I am clean living.
I’m whispering ‘I was lost, but now I’m found and forgiven’.
When I say ‘I am a Christian’, I don’t speak of this with pride.
I’m confessing that I stumble and need Christ to be my guide.
When I say ‘I am a Christian’, I’m not trying to be strong.
I’m professing that I’m weak and need His strength to carry on.
When I say ‘I am a Christian’, I’m not bragging of success.
I’m admitting I have failed and need God to clean my mess.
When I say ‘I am a Christian’, I’m not claiming to be perfect.
My flaws are far too visible, but God believes I’m worth it.
When I say ‘I am a Christian’, I still feel the sting of pain.
I have my share of heartaches, so I call upon His name.
When I say ‘I am a Christian’, I’m not holier than thou,
I’m just a simple sinner who received God’s grace, somehow!
TopGear vs RTL Boulevard
do 21 januari 2010 at 00:29 | In Algemeen, Rare jongens die Hollanders | Leave a CommentMijn autohelden zijn in Nederland. Voor het eerst. Joechee! Niet dat ik er ook maar iets van ga meemaken, want ze zijn zo goed als uitverkocht én ik heb twee belangrijke deadlines in m’n nek hijgen. *grom*
Maar toch. Jeremy Clarkson en Richard Hammond zijn in Nederland en gaan dit weekend de Rai op z’n kop zetten met TopGear Live. Maar eerst moet er natuurlijk een rondje door Hilversum gemaakt worden.
Op de agenda stond vandaag: RTL Boulevard. In mijn huis zit er een boycot op dat oppervlakkige afzeikprogramma sinds Kwalbert – pardon, Albert Verlinde – het waagde om mijn latin held te beledigen een paar jaar geleden. Maar vooruit, voor Jeremy en Richard tune ik wel in. En wat lag ik in een deuk. Het is ook altijd hetzelfde verhaal: niemand kan tippen aan de gecombineerde humor van dat stel malloten, en toch probeert elke mannelijke interviewer met een beetje ego grappiger te zijn dan zij. Om vervolgens finaal af te gaan.
Televisiebeeld is eng eerlijk. Je ziet meteen wie het vak niet in de vingers heeft en wie wel, wie wel voor de camera’s geboren is en wie er beter áchter had kunnen blijven. Die arme Winston en Albert. Hoewel vele malen gebeter gestyled, gekleed en gekapt dan hun Britse collega’s, waren ze geen enkele partij voor de charme en humor van de lange, dikke grijsaard en het kleine ventje met z’n midlifecrisiskapsel (niet mijn woorden, dat heeft-ie zelf toegegeven
).
Het begon uiteraard al met dat lelijk klinkende Engels van de Nederlanders. Auw mijn oren. Hou liever je klep dicht en laat me dat mooie Britse Engels horen, dank u. ![]()
Eerst kwamen de verplichte vragen ‘waarom Nederland?’ en ‘wat is TopGear live?’, en Richard was nog maar halverwege het antwoord op de tweede toen Albert waarschijnlijk vond dat hij al te lang z’n mond had moeten houden.
“Weet, weet, ai, ai wil doe de under tietels!” Auwtsch. ![]()
Daarna kwam Winston weer aan het woord, struikelend over z’n Engels en de klassieke interviewfout makend: drie vragen in één vraag proppen. Uiteindelijk: “I have always wondered: did you ever brought (sic
) back a car completely wracked?”
Jeremy: “Yes!”
Richard, lachend: “Many times!”
Winston: “But then, what do they say?”
Richard: “Ah well, they shout but we don’t listen.”
Opnieuw kwam Albert ertussen met zijn ondertiteling en hij gaf Winston een liefkozend klopje op zijn arm voor die “zeer terechte vraag”.
Richard zag het gevleierij met een frons aan: “Ehm… is he alright?”
Maar nog voor Albert daar een opmerking overheen kon maken, nam Jeremy een teug adem: “No, no Richard. That was Dutch for ‘Richard Hammond is even smaller than he actually appears on television’.” En Albert bleef met een beteuterd gezicht zitten en kreeg er geen speld meer tussen.
Bwahahaaa! Ik hield al met m’n hele autominnende hartje van de mannen van TopGear, maar na vanavond nog meer.
Pushing the limit
vr 15 januari 2010 at 18:20 | In Films, Miep Miek in de bocht | 2 CommentsLaat ik beginnen met een statement: ik heb een bloedhekel aan horrorfilms. Ik snap niet hoe mensen plezier kunnen beleven aan rondvliegende ledematen en brute moorden. Dat wil er niet in bij mij. De wereld is al wreed genoeg zonder dat soort ongein, zou je denken.
Ooit zag ik er een. Ik was vijftien en we hadden een filmmarathon bij een middelbare-schoolvriendinnetje. Toen we van tevoren overlegden, zei ik dat ik geen enge films wilde zien. Ik weet dat ik ervan ga dromen, films komen bij mij meestal een graadje heftiger binnen dan bij de meesten. Dus voor mij geen horror, alsjeblieft.
Toen, halverwege de nacht, werd de videoband van Nightwatch in de recorder gestopt. Kalm maar, Miek, hij is niet eng. Maar dat was-ie wel. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik er maandenlang nachtmerries van gehad heb. Elke keer kwamen de beelden terug van die rondwarende freak in het mortuarium. Gatver. Zelfs nu ik de woorden intik, heb ik de rillingen weer over m’n rug lopen. Daarna heb ik nooit meer een film gezien die ook maar in de buurt kwam van spooky.
Maar nu is daar Dorian Gray. De nieuwste verfilming van Oscar Wildes beroemde, bloeddorstige verhaal The Picture of Dorian Gray, met in de hoofdrollen Colin Firth en Ben Barnes.
Bij wie mijn blog al langer leest, doen die twee namen waarschijnlijk een belletje rinkelen. Naar dit blogje, om precies te zijn. Alles waar Ben Barnes in speelt, wil ik zien, en ik doe mijn Eega een plezier met Colin Firth. Dus hebben we lang geleden afgesproken dat we deze film ook samen gaan kijken. En nu is de dvd uit (hij verschijnt vooralsnog niet in Nederland in de bios *grom*).
Er is alleen één probleem: ik durf nauwelijks. Ik heb de verschillende trailers uitentreuren op YouTube bekeken, en ik weet dat ik ‘m doodeng ga vinden. Maar ik wíl ‘m zien. En dus ben ik de afgelopen dagen heel voorzichtig, soms met de handen voor m’n ogen, het net af gaan speuren naar nieuwe stukjes van de film en screencaps gemaakt door fansites. Om het mezelf iets makkelijker te maken zet ik de filmmuziek uit en kijk ik de beelden met een dom deuntje op de achtergrond (denk Britney Spears, Hamsterdance enz
). En toch… man, wat vind ik het eng. Ik heb het zweet in m’n handen staan en m’n hart racet als een renpaard. Maar ik moet en zal ‘m zien. Ik kan moeilijk Eega’s hand tot moes gaan knijpen, wel?
Weerzien
zo 10 januari 2010 at 22:42 | In Friends & Family | 1 CommentWat kan er veel gebeuren als je iemand een paar maanden niet ziet. Daar was ik op voorbereid. Ik was er echter niet op voorbereid hoeveel er kan veranderen als je een heel gezin een paar maanden niet gezien hebt.
Het had een weekend moeten worden met een feestelijk randje. Stapels foto’s, veel verhalen, een half jaar plagerijen inhalen, bijkletsen. Ik keek ernaar uit, maar de vierentwintig uur dat ik bij ze was maakten me vooral verdrietig. Verdrietig omdat ik zie hoe dit gezin vol geliefde vrienden bijna voor mijn ogen uit elkaar valt. Aan de buitenkant is alles prachtig, gaat het goed met de zaak en is de immense winterse tuin een plaatje. Maar ik ken ze te lang en te goed om daar niet doorheen te prikken. Ik zie ze door de gangen van het huis lopen en langs elkaar heen leven. Zelfs aan tafel, het enige moment waarop iedereen bij elkaar is, zijn ze alleen maar in fysieke toestand samen. Hun gedachten dwalen weg en stukje bij beetje trekken ze zich terug in hun eigen wereld, achter een muur van onuitgesproken pijn en frustraties. Wat rest is apathie, enkel doorbroken door de opleving van een pot versie koffie en een flauwe grap zo nu en dan.
Ik kon de lusteloosheid na een halve dag niet meer verdragen. Ik daagde ze ’s avonds uit tot een sneeuwballengevecht en trok ze vanmiddag bijna aan hun haren de spelletjeskast in. Maar het gelach en geplaag tijdens Mens Erger Je Niet konden niet verbloemen hoeveel er onder de oppervlakte broeit. Wat had ik ze graag met de koppen tegen elkaar willen slaan. “Kijk dan!” wilde ik uitroepen. Doe je ogen open en praat met elkaar! Laat je nou echt toe dat jullie elkaar straks kwijt zijn?
Maar de verlammende sfeer in huis legde mij al net zozeer lam, en na het avondeten wist ik niet hoe snel ik naar huis moest vluchten, naar mijn eigen warme familie. In de auto kon ik wel janken. Ik wilde het stuur omgooien en terugrijden, om alsnog naar binnen te stormen en een vlammend, emotioneel betoog te houden.
Het had niks uitgehaald. Ik denk dat de pater familias me bij kop en kont had gepakt en me de sneeuw in had gegooid, hoe dierbaar we elkaar ook zijn. Liever mooi weer blijven spelen dan opbiechten hoe je gezin aan een zijden draadje bungelt. Liever je gezin uit elkaar drijven met je negatieve, autoritaire manier van doen dan je oprecht spiegelen aan het Vaderhart van de God waarin je gelooft. En ondertussen huilt mijn hart.
Eng mailtje
ma 4 januari 2010 at 00:49 | In Once in a lifetime | Leave a CommentOp de eerste dag van het nieuwe decennium ontving ik een eng mailtje. Eng en verontrustend. Ik las hem vandaag pas, dankzij mijn anti-mail-lezen-policy tijdens vakanties, en ik hoop niet dat dit een trend voor 2010 gaat worden.
‘Beste Mieke Hol’, schreef een mij onbekend tienermeisje in een privéberichtje op Hyves, ‘mag ik u iets vragen?’
O boy. Help. Ik tel 25 lentes en ze gaan me nu al met ‘u’ aanspreken. Niet doehoen! Niet doen, ik wens ‘je’ en ‘jij’ te blijven horen totdat ik onder de rimpels zit, gaarne. *rent naar de badkamerspiegel en checkt uitvoerig op de eerste tekenen van kraaienpootjes* ![]()
Nou, gelukkig nieuwjaar dan maar hè. Ik hoop dat het een gezond, gelukkig, verdiepend en JONG jaar mag zijn. Veel huppelen, veel ongein uithalen, veel stoeien, veel met foute liedjes meeblèren… would that do the trick?
De ongepaste knuffel
vr 18 december 2009 at 23:58 | In Algemeen | Leave a CommentSoms zou je mensen in een opwelling een dikke knuffel willen geven, maar doe je het niet omdat de situatie zich daar niet voor leent. Ken je dat gevoel? Iemand maakt je heel blij, maar vanwege een soort rangen- en standenverschil hou je het toch maar op een beleefd “Dank u wel”.
Ik had mijn leraar gisteren wel om z’n nek kunnen vliegen. Ik was nog geen twee minuten binnen en hij had het hoge woord al uit me gepeuterd. De hele week had ik als een berg tegen dat scriptiegesprek opgezien waar ik van het weekend over blogde. Ik liep me verschikkelijk zenuwachtig te maken en had al een hele argumentenboom opgezet. Zegt hij zus, dan zeg ik zo, en vindt hij dit, dan kan ik daar dat tegenin brengen.
En dan breekt de donderdag aan en kijk je in twee begripvolle blauwe ogen en zegt iemand tegen je: “Ik ben heel blij dat je dit aangeeft. Groot gelijk, je moet alleen met iemand werken met wie je klikt.” Wat was ik blij! Ik wilde eigenlijk bovenop de tafel springen of een rondje door de hal huppelen, maar ja hè… Dat staat ook weer zo onvolwassen. *grijns*
Maar oh, wat viel er een pak van m’n schouders. Het struikelblok is uit de weg, de jacht op de scriptiebegeleiders is geopend. En pas op, ik schiet niet met losse flodders. ![]()
Maar nu eerst: vakantie. Zalig. Twee weken lang geen school, geen weekopdrachten, geen stapels mail. Lekker erop uit, op de valreep nog een week op vakantie, en vooral: zo veel mogelijk die verrekte laptop uit laten. Ik ben zo verknocht aan dat onding dat ik er haast mee vergroeid ben, maar ik ga het beeldscherm nu toch echt verruilen voor een paar dikke boeken die al weken op me wachten. Heerlijk.
Als de welbekende stekker
zo 13 december 2009 at 00:06 | In Studieperikelen | 1 CommentHet is al weer week 50 van 2009. En mijn week 50 van 2009 is een beetje een emotionele achtbaan geworden. Ik wist niet dat ik in een paar dagen tijd zo veel kon variëren tussen euforie en bloedchagrijnig en alles wat daar tussenin zit.
Maandagmiddag. Ik loop al sinds dagen rond met een scriptie-idee over metaforen waar ik steeds enthousiaster voor word. Maar ik twijfel nog of ik het al kan droppen bij mijn veruit favoriete docent – die ik uiteraard graag als begeleider wil – of dat ik het beter eerst verder kan uitwerken. Ik neem de gok, doe bijna twintig minuten over een mailtje van tien regels en wacht gespannen af.
Dinsdagochtend. Met een kleine tinteling van zenuwen open ik m’n VU-mail. Oh boy, ik heb mail terug. Mijn ogen vliegen over de regels en met dezelfde snelheid wisselen mijn eerste reacties erop elkaar af. Scriptie-idee ziet er goed uit, schrijft-ie, en hij heeft het idee dat ik de methode onder de knie heb. Yes! Maar voor een begeleider moet ik naar iemand anders op zoek. Shit (waarom krijgen studenten Engels voorrang terwijl sommigen van hen helemaal geen metafoorscriptie willen doen?! Grrr). Ik baal, maar goed, dan maar aan de slag met begeleider optie twee.
Woensdagochtend. Ik loop de redactie van FEM op. Nog acht dagen te gaan en dan gaat de stekker uit het blad. We weten het al een paar maanden, en toch voelt het nog steeds surreëel. Wat ga ik het missen.
Ik houd de hele ochtend mijn VU-mail in de gaten. Rond lunchtijd druk ik maar weer eens op F5, en dan: ‘Dag Mieke. Zoals ik gisteren al zei: volgens mij ben je hier goed in…’.
Ik open de bijlage en zie een exemplaar van een van mijn ingeleverde metafooropdrachten, met bovenaan het cijfer 9,5 prijkend. Waaaaat?! Ik spring voor m’n gevoel een meter de lucht in en m’n mond valt open tot op het bureaublad. Ga weg, dat is te gek! Ik dacht dat ik met die heerlijke 8,5 en 9 voor m’n presentaties al aan het maximum zat, maar dit is pas écht studentikoos hemels. *grijns*
Mijn euforische ik-kan-de-hele-academische-wereld-aan-gevoel verdwijnt een paar uur later echter in een oogwenk. Als ik tussen twee artikelen in een momentje voor mezelf heb en opnieuw m’n VU-mail open, heb ik een mail van optie twee. Zij zit ook vol, maar ze weet me te vertellen dat er nóg een docent is die verstand heeft van metaforen, en vol goede bedoelingen heeft ze hem alvast mijn ideeën doorgespeeld.
Het bloed in m’n aderen bevriest zowat als ik lees over wie ze het heeft.
Mr. Tangconstructie.
Opnieuw schreeuwt er een waaaaat?! door mijn hoofd, maar dit keer geen blije. Nee, nee, nee! Als er íemand is die ik níet als scriptiebegeleider wil…
Met een enorme knoop in m’n maag loop ik later die avond van FEM naar het station, en de hele weg naar huis kraken mijn hersens in hun voegen. Ik moet een manier zien te vinden om hier onderuit te komen. Ik mag dan met alle goede bedoelingen van de wereld in zijn richting geduwd zijn, maar dit wil ik niet. Ik kies nog liever een ander onderwerp als ik daarmee hem kan vermijden.
Donderdagmiddag. Ik loop met koppijn van de stress het een-na-laatste college Metaphor binnen. De hele ochtend loop ik al argumenten te verzamelen om Mr. Tangconstructie uit mijn buurt te houden. Ik heb m’n hoofd er niet bij tijdens de les en haast jaloers luister ik in de pauze naar de scriptieplannen van de anderen. Nu ik mijn eigen plan in duigen zie vallen is ineens de glans van het college af. Ik keek er zó naar uit om me hier nog een halfjaar in te verdiepen, maar als dat betekent dat ik gekoppeld wordt aan een van mijn belabberdste docenten ooit, dan laat ik het varen.
Na het college plak ik een glimlach op m’n gezicht en loop naar m’n favoriete leraar toe. Ik vertel hem dat optie nummer twee ook niet doorgaat. “Kan ik een keertje met u praten over die scriptiebegeleiding?” Dat kan. Volgende week donderdag. Oh bugger, dat duurt nog een week.
Vrijdagmiddag. Opnieuw bij FEM. Het allerlaatste nummer wordt een driedubbeldikke dus ik kan twee dagen extra werken. De gebruikelijke stress van Woensdag Deadlinedag is er vandaag niet bij, en in een gemoedelijk sfeertje beginnen we het blad vorm te geven.
Iets na drieën floept er een nieuwe mail mijn VU-inbox in, met als onderwerptitel ‘Interessant afstudeerproject’. Ik open ‘m en zie voor mijn ogen een profielschets verschijnen die zo goed bij me past dat er bijna mijn eigen naam had kunnen staan. En toch… het klinkt niet zo goed als een metafoorscriptie. Ik weet intuïtief meteen dat dit ook geweldig zou zijn, maar ik heb mijn zinnen op iets anders gezet.
En zo eindig ik de week behoorlijk in mineur. Nog wel het meest frustrerend: ik heb op z’n vroegst volgende week donderdag uitsluitsel, en dat uitsluitsel zal waarschijnlijk deze vorm gaan hebben: “Miek, stel je niet aan, die andere docent is een prima onderzoeker waar je heel veel van kunt leren.”
Zucht. Ik loop er zo van te balen dat ik er stiekem wel om kan janken (hoezo ik ben moe en aan vakantie toe?!). Ik weet dat scriptieperikelen totaal onbenullig zijn in het licht van échte problemen, maar ik heb nu even geen zin in relativeren. Ik baal als de welbekende stekker… en in m’n hoofd begin ik die zin direct op metaforen te analyseren.
Midnight stories
za 28 november 2009 at 16:47 | In Once in a lifetime | 2 CommentsZoals zovelen die ooit bevangen zijn geraakt door de charme van Het Lezen, ben ik geen echte fan van luisterboeken. Geef mij maar een lekker dik, papieren boek om mee in een hoekje van de bank te kruipen. Met mijn hypergevoeligheid voor stemmen zijn luisterboeken al helemaal niet geschikt voor mij – ik heb nu eenmaal de onhandige eigenschap dat ik niet naar iemand kan luisteren als zijn of haar stemgeluid me niet aanstaat.
Een van mijn Eega’s, daarentegen, is wel een fan, en hij heeft al verschillende pogingen ondernomen om mij ook aan het boek-lezen-op-z’n-21e-eeuws te krijgen. Tevergeefs, uiteraard, totdat we er twee weken geleden weer eens op kwamen. Misschien was het de gezelligheid van mijn beider Eegas’ gezelschap, misschien was het de als altijd overdadige hoeveelheid chocola die we soldaat maakten. Hoe het ook zij, ik liet me overhalen om het een keer te proberen.
Meteen nadat ik dat besluit had genomen wist ik welk boek ik zou kiezen: On The Edge, My Story. Het waargebeurde relaas van Top Gear-presentator Richard Hammond, die drie jaar geleden bij een noodlottige crash in een jetcar bijna het leven liet. Wonder boven wonder ontwaakte hij uit zijn coma en herstelde hij van de ernstige hersenschade die hij opgelopen had. Ik had het boek sinds een klein poosje op mijn verlanglijstje staan en ben bovendien erg gecharmeerd van Richards stem. Áls er een luisterboek was dat me aan zou kunnen staan, dan moest dit het zijn.
Ik ben deze week gaan luisterlezen, en ‘het staat me wel aan’ komt niet eens in de buurt van wat het met me doet. Het is meerdere malen ver na middernacht geworden eer ik me ertoe kon brengen de mediaspeler af te sluiten en mijn laptop uit te zetten. Ik ben diep, diep onder de indruk. Van het kippenvelverhaal zelf, en van de manier waarop Richard en zijn vrouw Mindy het voorlezen. De plaatjes die hun stemmen voor mijn ogen tekenden, zijn nog helderder dan wanneer mijn fantasie begint te schilderen zodra ik een boek opensla. Bij sommige passages lag ik met het zweet in m’n handen te luisteren, bij andere voelde ik mijn ogen verdacht vochtig worden.
Richard crashte op woensdag 20 september 2006; vijf dagen nadat ik zelf in het ziekenhuis belandde met mijn bizarre hartritmestoornis. Het brengt het verhaal dichtbij. Twee mensen, twee ongevallen, twee levens die door één ongelukkig moment in de tijd vandaag verleden tijd hadden kunnen zijn. Mijn nog lang voortkabbelende angst voor een nieuwe stoornis herkende ik als een miniversie van zijn angst voor een epileptische aanval. Flashbacks van alle dingen die ik na de stoornis weer voor het eerst deed en doodeng vond – traplopen, fietsen, autorijden, alleen thuis zijn – kwamen boven terwijl ik luisterde naar het moeizame proces van zijn herstel.
Ik werd nog wel het meest geraakt door de delen die Mindy geschreven heeft. Ze doet gedetailleerd en emotioneel verslag van de eerste weken na de crash, toen Richards brein aan gruzelementen lag en zij geen moment van zijn zijde week. Haar wanhoop, angst en verdriet van toen komen bijna tastbaar door haar stembuigingen heen, evenals de euforie waarmee ze verhaalt over het moment waarop Richard uit zijn coma ontwaakt en haar daarna bij tijd en wijle gaat herkennen. Wat kan de liefde tussen twee mensen sterk zijn. Sterk genoeg om zelfs in zulke donkere, onzekere perioden houvast te bieden.
Ben ik dan om nu? Ben ik een luisterboekfan geworden? Ik moet bekennen dat On The Edge wel hét kenmerk had van wat ik een goed boek noem: toen de laatste track afgelopen was had ik nog lang geen genoeg van het verhaal. En ik moet ook schoorvoetend toegeven dat ik Richards tweede boek inmiddels ook heb – en wel als luisterboek.
Ik weet het niet. Een dikke pil op schoot en de geur van nieuw papier, dat geeft nog altijd een fijn gevoel. Maar ik weet wel dat ik dit verhaal niet licht zal vergeten.
Geschikt/ongeschikt
za 14 november 2009 at 15:27 | In Gloeiende gloeiende | Leave a CommentStuitende berichtgeving van Nova gisteravond: de afgelopen vijf jaar hebben duizenden mensen hun gevangenisstraf weten te ontlopen, meestal doordat Justitie achter de feiten aanloopt en zaken daardoor verjaren.
Veel gesteggel in de uren daarna over de precieze aantallen – Nova meent 11.000 delinquenten, het OM zegt dat het ’slechts’ 4.500 gevallen betreft. Nee, alsof dát de zaak er minder ernstig op maakt. ![]()
Maar wat ik nog het ergste vond: volgens het OM gaat het in 2.200 van de gevallen om zaken waarin de veroordeelde in hoger beroep gaat, of, en nou komt-ie: zaken waarin de veroordeelde ongeschikt bevonden wordt voor detentie.
Nou breekt m’n klomp. Oh, dus meneer of mevrouw X. te Y. is ongeschikt voor detentie en dus hoeft de straf niet door te gaan? En dan? That’s it?
Vertel mij dan eens: die gescheiden man die opnieuw de liefde vindt maar een ziekelijk jaloerse ex-vrouw heeft die zijn huis in de hens zet, heeft hij dan wel het sterke gestel om de rest van zijn leven met brandwonden te kunnen leven? Dat meisje van dertien dat op weg naar huis van d’r fiets gesleurd wordt en verkracht wordt door een psychisch gestoorde idioot, is zij dan wel ‘geschikt’ bevonden om haar leven lang daar de gevolgen van te moeten dragen?
Soms snap ik niet in wat voor land ik leef. Echt niet.
Iets met een pot en een ketel
ma 9 november 2009 at 19:24 | In Gloeiende gloeiende | 1 CommentIk heb kennisgemaakt met een voor mij nog nieuw fenomeen: de klantenservice van de NS. En als ik al dacht dat klantenservices vaak bemand worden door tot op het bot verveelde klantenservicemeneren en -mevrouwen, dan is dat bij deze maar weer eens bevestigd.
Bij het inleveren van mijn teerbeminde OV-kaart kreeg ik op het postkantoor een kortingscode om een gratis Voordeelurenabonnement aan te vragen. Kijk, leuk. Komt goed van pas. Dat deed mijn waardering voor de NS een trapje stijgen. Totdat… ik op de site van de NS de zescijferige code intoetste, en er maar ruimte bleek te zijn voor vijf tekens. Uhm… help?
Gelukkig kon ik mij bovenin het scherm wenden tot een blauw icoontje met de tekst ‘Direct online contact’. Online contact, ja, maar dat ‘direct’ mogen ze van mij wel wegstrepen. Het duurt verdikkeme twee volle werkdagen voordat ze contact met je opnemen. Dat zijn dus twee extra retouren Ede-Amsterdam voor het volle pond. Grmpf.
Afijn, zonet opende ik verheugd de mail van de NS Klantenservice. En die luidde als volgt:
Geachte heer/mevrouw – Schrijf maar mevrouw, mijn beste, dat heb ik niet voor niets in het aanhefhokje moeten aanvinken.
Graag beantwoorden wij uw e-mail. – Dat lijkt mij ook, ja. En wij bedienen ons graag van het koninklijk meervoud, zie ik? Mag hoor.
U wilt graag weten hoe u de actiecode kunt invoeren via de aanvraag. – Goh, nee, echt? Ik dacht dat ik u verzocht had om het menu van de stationsrestauratie.
Helaas bent u verkeerd aan het aanvragen. – WTF?!
Ik viel bijna van m’n stoel. Beste klantenservicemeneer, dit ziet u niet goed. Uw bedrijf moet mij de juiste route wijzen op uw site, want als u mij niet de goede kant uitstuurt met uw mooie kortingskaartkortingscodeflyertje, dan ga ik natuurlijk niet bij het juiste invulformulier uitkomen, hè? Dan kan ik wel uw aanwijzingen opvolgen totdat ik net zo blauw-geel zie als de Intercity, maar dan kom ik er natuurlijk niet.
Grrrrrr. En dat heet dan ‘klantgericht werken’. Ik geloof dat ik na mijn studie mijn wetenschappelijke communicatie-inzichten maar eens ga aanbieden bij de NS. *not*
Scheiding
zo 1 november 2009 at 14:26 | In Once in a lifetime, Studieperikelen | 1 CommentZeven jaar lang waren we onafscheidelijk. Jij en ik, ik en jij.
Jij liet me nieuwe werelden zien, jij gaf me nieuwe vergezichten. Dankzij jou kon ik overal zorgeloos heen, op wat voor korte termijn ook. Jij gaf me vrijheid.
En ik, ik had je dan ook altijd bij me, ik kon je geen dag missen. Ik genoot ervan dat jij deuren voor me opende waar anderen pas doorheen konden na grif geld te betalen. Ik genoot ervan dat ik dankzij jou altijd die twee minuten langer in bed kon blijven liggen, omdat ik door kon lopen waar anderen eerst in de rij moesten staan.
Nu is het sprookje over. Ik wist het, ik wist dat er een eind zou komen aan die zeven zorgeloze jaren.
Nu ben ik je kwijt, voorgoed. Waarschijnlijk besta je over een paar dagen al niet meer. Ben je woest vernietigd in de catacomben van de IBG, zonder ook maar enig woord van dank. Stiekem hoop ik dat ze je zullen sparen, en dat ze je als aandenken in mijn dossier opnemen.
Ik zal je missen, en niet zo’n klein beetje ook. Ik durf je grif te verzekeren dat het me nog wekenlang gaat overkomen dat ik ’s ochtends al op het perron sta en dan denk ‘O verrek!’. Want ik heb jou niet meer bij me. Niet langer fleur jij de binnenkant van m’n portemonnee op. Vanaf nu zal er een blauwe strippenkaart in zitten en een geel NS-kaartje. Blauw en geel staat best mooi samen, maar toch wil ik jou…
Vaarwel plastic vriendje, met je elk jaar wisselende, sprankelende kleuren. Vaak had ik het idee dat jouw kleur het enige was waar de mensen naar keken. Had ik net zo goed een foto van Bono of Obama erop kunnen plakken in plaats van mijn eigen groene ogen en bruine lokken. Ze hadden alleen maar oog voor jou. En geef ze eens ongelijk… Vaarwel mijn onmisbare OV-jaarkaart.
Mannenlogica
ma 19 oktober 2009 at 12:37 | In Algemeen | Leave a CommentJa ik weet, het is een mannending.
Ja ik weet, het is een stelletje bij elkaar geraapte holbewoners.
Ja ik weet, het woord ’subtiel’ komt in hun woordenboek niet voor, laat staan dat ze ook maar een greintje verstand hebben van vrouwen. Beter gezegd: ik heb niet het idee dat ze van ook maar iets anders verstand hebben dan van dingen met een voor-/achter-/vierwielaandrijving.
Toch hou ik van ze. Van de drie mannen van Top Gear. Er is niet één televisieprogramma waar ik zo gierend hard om kan lachen als om dat stel nooit-helemaal-volwassen-geworden-veertigers dat niets liever doet dan elkaar een loer draaien. En dat terwijl ze een geweldige auto onder hun zitvlak hebben, uiteraard. ![]()
Seizoen dertien is net afgelopen op Veronica, en wat een pareltjes zaten daar weer in. Mijn persoonlijke favoriet – die uiteraard iets met mannen versus vrouwen te maken heeft:
Jeremy: “The worst thing that you would ever, EVER, have to buy a girl… is a handbag. Right?”
*instemmend geknik van Richard en James*
Jeremy: “Because even if by some miracle you got the right colour, it would be the wrong shape, it wouldn’t have the right number of pockets, it would be last season’s handbag…”
James: “Is there a season for handbags?!”
Richard: “O yes!”
*gelach vanuit het publiek*
James: “So what, at certain times of the year I’m allowed to shoot handbags??”
![]()
Teamwork
ma 12 oktober 2009 at 18:10 | In Friends & Family, Studieperikelen | 1 CommentWat weet ik me wederom weer te omringen met heerlijke klasgenoten…
Vanmiddag aan de lunch in The Basket, uitpuffend van een datapresentatie bij Interview:
A: “Da’s nog wel een bak werk zeg, voor dat andere werkstuk.”
M: “Mwah… Gaat wel lukken, toch? De literatuur en methode staan al op papier, alleen de resultaten, discussie en inleiding nog. Dat schudden we wel uit onze mouw in een week tijd.”
A: “Ja, jullie twee wel, haha! Jullie zijn de echte schrijvers, ik moet er altijd uren over nadenken.”
L: “Laat mij inderdaad maar schrijven, ja. Ik kan beter schrijven dan presenteren.”
A: “Laat mij juist maar lullen, haha. Dat gaat mij weer beter af.”
M: “Wat zijn we weer een goed team, dames. De een kan lullen, de ander kan schrijven, en nummer drie kan allebei een beetje. Goed geregeld!”
Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.