Ik hou van Holland (08mrt08)
Vrij 30 mei 2008 at 22:25 | In Algemeen, Rare jongens die Hollanders | Leave a CommentTelevisiekanon Idols is weer voorbij, en dus moest RTL snel met een nieuwe hit op de proppen komen. En wat is het geworden? Tadadadaaa… ‘Ik hou van Holland’. Een vrolijke spelletjesshow voor de hele familie, waarin twee teams van elk vier BN’ers het tegen elkaar opnemen in een race vol humor en muziek om wie de beste kennis van ons vaderland heeft.
Erg boeiend klonk me dat in eerste instantie niet in de oren, totdat ik presentatrice Linda de Mol van de week bij De Wereld Draait Door hoorde vertellen over het onderliggende ‘nobele doel’ van de nieuwe show. Ze bleek er vreselijk van te balen dat de Nederlandse pabo-studenten tegenwoordig hun toetsen niet meer halen, niemand meer lijkt te weten wanneer de Slag bij Nieuwpoort was en dat Nederland altijd van Vlaanderen verliest met taalspelletjes, en haar nieuwe programma moest die gebrekkige algemene ontwikkeling maar eens opvijzelen. Dát was natuurlijk koren op mijn molen. *grijns* En dus zat ik vanavond voor de buis.
Heb je het gezien? Ik heb me een breuk gelachen!
Met Lama Jeroen van Koningsbrugge en Van-RTL-naar-Talpa-en-weer-terug Beau van Erven Dorens als teamcaptains kon dat natuurlijk niet missen, maar met name de uitspraken en missers waren top. Een paar momentopnamen…
Tijdens de nu al gevreesde taalkunderonde moeten de kandidaten allemaal een woord spellen, en in het team van Beau gaan er drie van de vier fout:
Satelliet: “Eh… S… a… eh.. l?”
Blocnote: “O wacht, die weet ik, die gaat goed: b-l-o-c-k…”
Beau is de wanhoop al nabij, maar dan krijgt Jan Vayne accordeonist als woord. Beau: “Kom op Jan, da’s muziek, dat moet je kunnen!” En Jan: “Ach ja,” – zwiept z’n haar naar achteren – “da’s een makkie: a-c-c-o-r-d-i-o-n-s-t.”
Ook bij het team van Jeroen gaat het niet zo lekker, zeker niet als Jeroen fierljeppen moet spellen: “Ja hoor, dat heb ik weer. Nou, eens zien: f-i-r-r-l…”
Ik zit met stijgende verbazing en een aardige dosis leedvermaak naar het televisiescherm te kijken, zeker als Linda de I Luv Holland Band aankondigt *I’m not kidding* die het geheel af en toe van een stukje ‘typisch Hollandse muziek’ voorziet, waarvan de teams zo snel mogelijk de titels moeten raden. Het begint nog lekker met een hit van Marco Borsato, maar zodra songs van Dries Roelvink en Rowwen Heze voorbijkomen, ontvlucht ik toch even de woonkamer…
Niet veel later, inmiddels in de finale aanbeland, blijkt teamcaptain Jeroen naast taalkunde ook problemen met wiskunde te hebben:
Linda: “Jeroen, de vraag voor jullie team: hoeveel minuten televisie kijkt een Nederlander gemiddeld per dag, denken jullie?”
Na overleg met zijn team meldt Jeroen: “Wij zetten in op 2 uur en 17 minuten.”
Linda: “Hoeveel minuten is dat, Jeroen?”
En Jeroen: “Eh… veel?”
Het antwoord blijkt fout, en na nog een paar missers gaat het team van Beau uiteindelijk met de eer strijken. Alleen met de eer? Neeeee welnee!
Het publiek in het vak van Beau krijgt allemaal mee naar huis… *roffel roffel* een sjoelbak! Terwijl de aftiteling begint te lopen en Linda de beide teams bedankt, draait het beeld weg uit de studio en gaat over naar de parkeerplaats bij het Mediapark, alwaar opvallend veel mensen moeite hebben hun cadeau in de auto gestouwd te krijgen. De achterbank in de Golf moet plat, de klep van de Sharan wil niet meer dicht, de 206 heeft het bij voorbaat maar vast opgegeven, en in de Corolla moeten de voorstoelen maximaal naar voren en dan wil het nog niet lukken. En dan volgt, in een onbewaakt ogenblik, het meest geniale moment van het programma, wanneer een gefrustreerde en rood aangelopen autobestuurder mompelt: “Pfff, wat een gedoe! Kunnen ze niet gewoon een printer meegeven?!” *lol*
Ge-ni-aal. Prachtig, daar gaan we eens vaker van genieten.
Maar er schoot nog wel even dit door mijn hoofd: de show ging dit weekend van start, terwijl uitgerekend nu de populaire Internationale Emigratiebeurs in Utrecht wordt gehouden… Hmm. Zie ik hier een verband??
Barcelona aflevering 2
Vrij 30 mei 2008 at 22:18 | In Globetrotten | Leave a CommentIk had niet gedacht binnen een jaar al weer in heerlijk Barcelona rond te stappen, maar ziehier! Dat is dan alvast één goed voornemen voor 2008 waar ik me netjes aan gehouden heb. *grijns*
Het was een feest van herkenning om alle prachtplekjes van de vorige keer weer te zien en ook nieuwe dingen te ontdekken en bewonderen. Het weer zat goed mee (zon, twintig graden, geen wolkje aan de lucht… perfect!
) en ons hotel zat deze keer een eind buiten het centrum, maar de kamers op de bovenste verdieping mét jacuzzi op het balkon *pompiedom* maakten de vakantiestemming bij aankomst direct compleet.
Deze keer was vooral de immense negentiende-eeuwse wijk Eixample aan de beurt, met z’n brede lanen, vierkante huizenblokken en zonovergoten terrassen. Dat hadden we niet eens zozeer van tevoren uitgestippeld, maar toen mamma en ik in een dwaze poging bedachten dat we vanaf ons hotel best wel naar de Ramblas konden lopen *yeah right!* bleek de wijk erg mooi te zijn. Gevolg: urenlange wandelingen, dwars door de stad, om iedere hoek nieuwe ooh’s en aah’s en een lekker warm februarizonnetje in het gezicht danwel in de rug. Genieten!!
Omdat we vorig jaar vooral in het oude, middeleeuwse centrum rondgebanjerd hebben, dat eeuwenlang nauwelijks binnen z’n muren paste en pas met de komst van Eixample de ruimte kreeg om te groeien, was de ruime opzet van deze barrio een verademing. Vanuit het vliegtuig, aanvliegend vanover zee, kun je goed zien hoe Barcelona ligt ingeklemd tussen de Middellandse Zee in het oosten en de twee stadsbergen Montjuíc en Tibidabo in het zuiden respectievelijk westen. Ondanks die
natuurlijke afbakeningen viel het me op hoeveel ruimte de stad biedt vlak buiten het centrum. De Passeig de Gracia bijvoorbeeld, zeg maar de P.C. Hooftstraat van Barcelona, is 60m breed (!) en loopt vanaf het centrale verkeersplein Placa de Catalunya in een lange rechte lijn helemaal door naar de Tibidabo. En files? Nooit van gehoord! Op maandag begon een internationaal mobiele telefonie-congres in de stad, waarvoor vanuit alle windstreken 45.000 gasten ingevlogen werden, maar het verkeer reed even smooth door als altijd. Probeer dat hier maar eens!
Uiteraard hebben we wederom ook de nodige tijd doorgebracht in mijn twee ‘lievelingen’ Sagrada Familia en Parc Guëll, ook omdat pappa nog niet eerder in Barcelona was geweest. Even was ik er bang voor dat het me wat tegen zou vallen na de betoverende aanblik van de eerste keer, maar niets was minder waar.

Tot slot: tijdens die eerste, ietwat overmoedige voettocht naar de Ramblas, kwamen we op de Gran Via in Eixample langs de Universiteit van Barcelona. Wat een ding!! Ik denk dat de CHE er wel tien keer in past! Gehuisvest in een monumentaal oud pand dat twee complete huizenblokken beslaat, een prachtige binnentuin rondom de collegezalen en, jawel, mijn favoriete kleur als huisstijl.
Mocht het volgend jaar de VU worden, dan zal ik eens een balletje opgooien over een uitwisselingsproject ofzo… lijkt me een uitermate strak plan.
Barcelona, hopelijk tot heel gauw! Van de zomer kom ik in ieder geval even langs cruisen op weg naar Javea
(en dan gaan we lekker met de auto, yes!
).
Hollands ‘glorie’ (11jan08)
Vrij 30 mei 2008 at 22:09 | In Gloeiende gloeiende, Rare jongens die Hollanders | Leave a CommentWeet je wat ze van mij direct, liever nog gisteren dan vandaag, in de ban mogen doen? Deze:
…en deze:
…en al hun broertjes, zusjes, neefjes, nichtjes en andere soortgenoten. Met een speciale, langzame, splintertje-voor-splintertje-vernietiging van het exemplaar dat vanmiddag bij de uitgang van de Jaarbeurs stond…
Bepakt en bezakt met stapels onvermijdbare folders, loop ik vanmiddag de Vakantiebeurs af, waar ik voor FEM een bezoekje aan Singapore Airlines heb gebracht. Bepaald geen straf, en uiteraard heb ik me daarna nog even lopen vergapen aan de hallen van Latijns-Amerika en Spanje, waar een heerlijk klinkende driekoppige act uit Asturias optrad. Even de nodige surrogaat-vitamine D opdoen, nu de zon zich deze regenachtige dag achter de wolken verschuilt. ![]()
In opperbeste vakantiestemming en zachtjes een nummer van Camarón voor me uit neuriënd, loop ik na een uur of twee weer richting uitgang, de druilerige vrijdagmiddag in. En wat is het eerste dat mijn oren opvangen op het moment dat ik buiten kom? Juist…
Het ‘muziek’ verspreidende gedrocht martelt m’n trommelvliezen met zijn schelle klanken en verspert me de weg. En het plekje waar ik eventueel nog langsop zóu kunnen, wordt in beslag genomen door een even lange als brede, kale, grijnzende kaaskop, die op zo’n onvoorstelbaar a-ritmische manier z’n geldbakje mee laat rammelen op de maat van de ‘muziek’, dat het bijna knap is. Grmpf. Ik gok dat ik de, overigens vast niet onsympathieke kerel onbewust een woedende blik heb toegezonden, want zijn vriendelijke ‘Goedemiddag!’ blijft steken bij ‘Goe…’ als ik hem en zijn obstakel passeer.
Ik been verder richting station, en zet flink de pas erin om zo snel mogelijk aan Frans Bauer De Draaiorgelversie te ontkomen. Het deuntje in m’n hoofd ben ik kwijt, en de vakantiemood heeft ook een knauw gekregen. En bedankt he.
Hoe groot wil je het contrast hebben?! Het ene moment loop je tussen een mensenmenigte die zich in gedachten al waant in de zon, hartje zomer, genietend van de warmte en levendige klanken van het Zuiden, en een paar meter verderop struikel je bijna over je eigen plompe Hollandse cultuurerfgoed… Cultuurshock is wellicht een betere term in dit geval. Wat zijn we muzikaal toch ook een armzalig landje, vergeleken bij de rijke tradities van elders. Zeg nou zelf, wie een bolero of flamenco hoort weet direct dat hij met Spaanse invloeden van doen heeft. Idemdito voor jazz en New Orleans, en voor country en het zuiden van de VS. Maar wat is nou echt typisch Nederlands? Een stel jumpstylende kroegtijgers? De klompendans? Een carnavalsversie van Goeiemoggel! die nu de Top40 komt bestormen (ik vrees met grote vreze)? Een draaiorgel?…
Sneeuw met Kerst? Vergeet het maar (20dec07)
Vrij 30 mei 2008 at 22:03 | In Gloeiende gloeiende | Leave a CommentDeze eerste echte winterdagen moeten een genot zijn voor natuurfotografen. Loodgrijze luchten die heel af en toe een zweempje waterig zonlicht doorlaten, en overal laagjes bevroren rijp… ieder takje en blaadje is omwikkeld met een glinsterend wit laagje. Prachtig!
Toen ik vanmorgen wakker werd, leek het dan ook alsof het gesneeuwd had. Wat een mooi wit
wereldje. En warempel, ze vielen vanmiddag: de eerste sneeuwvlokjes! Flinterdun weliswaar en blijven liggen deden ze niet, maar ze waren wit en dwarrelden uit de hemel naar beneden, dus: sneeuw! ![]()
Mezelf verliezend in het wintersprookje, reed ik ’s middags over de Rondweg naar m’n ouders. Maar wie kwam daar, op Radio 1, mijn mooie winterdroom acuut bruut verstoren? Marjon de Hond.
“Marjon de Hond, met het weer.”
“Helaas, in het hele land hebben we last van zware bewolking, waardoor de zon weinig kans krijgt. In het midden van het land komt plaatselijk uitsneeuwende mist voor, en…”
Uitsneeuwende mist?! What the… Wat is dat nu weer voor term?! ![]()
Oh ja, dus het mag tegenwoordig niet eens meer sneeuw heten, als er een paar miezerige vlokjes naar beneden komen, zelfs ‘natte sneeuw’ is niet meer correct. Nu de zomer in Nederland geen echte zomer meer blijkt te zijn, moet dus ook de definitie van wintertaferelen maar op de schop, ofzo?
Ik zie het al voor me als de lading wintersportende Nederlanders na de Kerst weer terugkomt.
“En, hoe was je vakantie?”
“Oh geweldig! Wat een bakken sneeuw zijn er gevallen zeg, sjonge jonge jonge. En jullie? Zowaar toch nog een beetje sneeuw gehad met Kerst?”
“Nee, dat niet… alleen hier en daar wat uitsneeuwende mist…”
Nachtelijk gevecht (27nov07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:57 | In Miep Miek in de bocht | Leave a CommentWat is zo’n beetje het aller-, állerlaatste dat je eind november midden in de nacht in je slaapkamer tegen verwacht te komen?… Een wesp! En niet zo’n kleintje ook! *grmpf*
Gisteravond, iets na middernacht, tijd om m’n nest in te duiken. Ik sluit m’n computer af en terwijl het geraas van de kast ophoudt, hoor ik een ander gezoem in mijn slaapkamer. Een mug? denk ik eerst. Nu nog, met de eerste nachtvorst al achter de rug? Da’s een taaie… Ik grijp de bovenste Elsevier van het stapeltje naast m’n bed en rol ‘m op om als muggenmepper dienst te doen, maar als ik me vervolgens in de richting van het gezoem draai, zie ik ineens een gigantisch groot zwart-geel gevaarte rond m’n plafondlamp cirkelen. Whaah! Wat moet dat hier?!
Als kind ben ik twee keer lelijk door een voorouder van mijn late bezoeker gestoken, dus ik heb het niet zo op wespen… Amehoela dat ik m’n bed induik terwijl hij zich lekker tegen mijn lamp aanschurkt, dan slaap ik voor geen meter.
Er zit niks anders op dan meneer het gat van de deur te wijzen, maar daar heeft mijn onwelkome gast duidelijk geen trek in. Hij zoemt van de ene naar de andere lamp en verbergt zich zo ver mogelijk in de lampenkappen. Na een minuut of tien heb ik het rotbeest nog niet te pakken, en ga ik grommend op zoek naar een ander wapen. De opgerolde Elsevier doet weinig dienst hier, en al zou ik ‘m ermee te pakken krijgen, dan geeft dat een foeilelijke vlek op m’n behang (waar ik toch een beetje zuinig op poog te zijn…).
Vertwijfeld kijk ik om me heen. Schoen, pantoffel, telefoon, etui, boek, mp3-speler… dat schiet niet op. Ik loop naar de keuken om me van nieuwe munitie te voorzien, maar als ik terugkom op m’n kamer is het stil. Shit. Waar zit je, kreng?! Schiet op, ik wil slapen!
Zacht tik ik tegen m’n lampen om hem uit z’n tent te lokken, maar mijn kleine vijand blijft zitten waar hij zit. Wel verdraaid, etter… Uit frustratie geef ik mijn staande lamp een duw, en dan schiet hij er plotseling onder vandaan. Rakelings scheert hij langs me heen naar de andere kant van de kamer. Ik schrik me een ongeluk en voel me weer even het grietje van negen dat gillend naar huis rent met een gemene steek in d’r schouder. Instinctief loop ik weg van ‘het gevaar’ en sluit de deur van m’n kamer om te voorkomen dat het beest ergens anders heen kan.
Opnieuw naar de keuken. Ik durf het niet aan om ‘m een tik te verkopen, je zult zien dat ik net mis sla. Het ettertje mag dan honderdduizend keer kleiner zijn dan ik, maar die gemene angel… brr.
Ik moet iets vinden om ‘m in te vangen, en mijn oog valt op – jawel – de zeef die in de gootsteen ligt. Perfect! Nu nog iets om die mee af te sluiten. Op tafel ligt een stel boeken, dvd’s en cd’s, allen te klein. Maar dan… daar ligt m’n BMW Welt 2008 kalender. Met geen vinger meer aangeraakt sinds ik terug ben uit München en niet van plan om ‘m op te gaan hangen als ik voor volgend jaar een leukere kalender vind, maar o wat komt ‘ie nu goed van pas.
Met de zeef in de ene en de kalender in de andere hand loop ik terug naar m’n slaapkamer. Even zie ik een plaatje van mezelf voor me zoals ik daar loop. Drieëntwintig, maar zo bang voor een wesp als een kleuter. Miek, wat ben je ook een held…
Opnieuw is het stil als ik m’n slaapkamerdeur opendoe. Ik spiek om me heen maar kan het geel-zwarte gevaarte niet ontdekken. Opnieuw de ronde langs m’n lampen. Tik, tik, tik. Geen reactie. M’n staande lamp krijgt weer een duw, dit keer als poolshoogte nemend. Geen gezoem. De lamp krijgt nog een zetje en wankelt op z’n smalle voet, maar nog steeds niks. Grom.
In een moment van uitzonderlijke moed durf ik het aan om onder de kap te kijken. Ja hoor, daar zit de kleine rotzak. Prinsheerlijk warm op de bolling van de lamp, bepaald niet van plan zich in mijn provisorische zeef-kalender-val te laten lokken.
Toch moet en zal ‘ie. Ik til de lamp een eindje van de grond en laat ‘m behoorlijk hard weer op de vloer terecht komen (excuses buurvrouw, dat was ik vannacht, ja). En dan wordt mijn vijand eindelijk uit zijn vesting geslingerd en belandt aan mijn voeten. Snel sla ik de zeef als een net over hem heen, en als ik zie dat hij niet als een razende tekeer gaat, schuif ik voorzichtig de kalender eronder. Hebbes! Haast euforisch troon ik mijn buit mee naar… ja, waarheen eigenlijk? Een moment sta ik met val en al stil in de hal. Hij leeft nog, dus ik ga echt niet het risico nemen hem door de plee te spoelen of in de prullenbak te gooien, en dan in die ene seconde dat de val opengaat, hem weer vrolijk weg te zien vliegen. Hmm… Ah, idee: hij mag ten onder gaan door verstikking. Ik laat ‘m lekker een dag in de knel zitten, dan kan ik ‘m morgen veilig alsnog het riool insturen.
Zo gezegd, zo gedaan, en dus zit de kleine indringer op dit moment in zijn huis-tuin-en-
keuken-gevangenis, luchtdicht afgedekt met een laag huishoudplastic en een stevige wokpan eroverheen, just in case. En nu hoop ik maar dat meneer straks het loodje gelegd heeft als deze heldin op sokken vanavond weer thuis komt…
Groentje? (11sep07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:52 | In Studieperikelen | Leave a CommentDe eerste week van m’n stage zit er al weer op… wat vliegt de tijd!
Tot nu toe bevalt het me heel prima hier in Amsterdam. Zelfs het vroege opstaan valt mijn avondmenskarakter niet zo zwaar als ik verwacht had. *hurray!* Ik mag veel doen, leer ontzettend veel en krijg volop de gelegenheid om m’n hersenpan te pijnigen met het verzinnen en uitwerken van eigen ideeën. Pas maar op, over een aantal weken is het niet langer Miep Miek maar Miss Economist in de bocht. *grijns*
Van tevoren zag ik stiekem best een beetje tegen de stage op. FEM behandelt thema’s waar ik totaal niet in thuis ben en is bovendien niet zomaar een weekblad, maar een mix van tijdschrift en vakblad. Economie, financiële markten, beurs, bedrijfsleven, en dat allemaal op hoog (kennis)niveau. Aiaiai… Ik heb me zelden zo’n groentje gevoeld. Waarom wilde ik met m’n laatste stage ook al weer in het diepe duiken?! Gelukkig merk ik dat ik m’n kennis razendsnel bijspijker en deze maandag al een stuk meer oppikte van de bespreking van de nieuwe editie dan vorige week.
Uiteraard ben ik na één week nog steeds zo groen als gras vergeleken met de rest van de redactie, maar er waren afgelopen week twee bijzonder leuke momentjes die me dat even helemaal deden vergeten…
Ten eerste. De redactie is verdeeld in een stuk of wat ‘werkeilandjes’: groepen bureaus, waar ik aan één ervan inmiddels m’n vaste stek heb gevonden. Tegenover me een collega (voor het gemak even ‘collega 1′), links van me ook een collega (nr 2), en de desk rechts van me is tijdelijk onbezet.
Vorige week woensdag, de vaste dag waarop het blad ‘zakt’ en richting drukker gaat, is ons eilandje druk aan het tikken. Op zeker moment valt het tikgeluid aan de desk van collega 1 stil. Er klinkt een nadenkende zucht, en vervolgens hoor ik vanachter het beeldscherm: “Help me eens. Beurzen, schrijf je dat nou met een z of met een s?”
Even blijft het stil na die onbeschaamde spellingsbekentenis. Ik wissel een snelle blik met collega 2 om te polsen of collega 1 zeker weten geen geintje maakt, en stel vervolgens vast dat hij het echt niet weet. Dit meen je niet… Dat zit al jaren in de financieel-economische hoek en kent het meervoud van beurs niet uit z’n hoofd!
“Tik het beide eens in, en kijk dan wat het best staat,” adviseert collega 2 droogjes en met een bloedserieus gezicht, daarmee mij het nog moeilijker makend om m’n lachen in te houden. Collega 1 volgt het advies op, om daarna tot zijn spijt te moeten verzuchten: “Ik weet het niet, echt niet…”
Enfin, uiteindelijk hebben we de arme jongen maar uit z’n lijden verlost en staat er nu netjes beurZen in de editie van deze week. Wat voel ik me toch een engel. *angelic smile*
Dat was één. Ten tweede: vanmorgen, rond de klok van elf uur. Zelfde scenario; veel tikkerdetiktik-geluiden vanaf ons eilandje. Totdat collega 2 bezoek krijgt van een van de andere redacteuren, die vanaf een ander eilandje komt overvaren.
“Leuk artikel, ja, zeker leuk artikel,” becommentarieert de eilandhopper een concept-stuk van collega 2. “Toch even een opmerking. Zou het niet slim zijn om de BKR wat verder uit te lichten?”
“Waarom?” reageert collega 2 verbaasd. “Iedereen weet toch wel wat de BKR is?”
“Nou, eh… ik niet, eigenlijk. En ik denk dat er wel meer mensen zijn die geen idee hebben.”
“O ja?”
“Ja.”
Ik spits gretig m’n oren bij deze op handen zijnde testosteron-clash, maar doe net alsof ik vlijtig aan het werk ben.
“Nou,” vervolgt de eilandhopper een beetje in z’n wiek geschoten, “laten we eens de proef op de som nemen”, en hij wendt zich tot collega 1. “Weet jij wat de BKR is?”
Collega 1 – inmiddels weer bijgekomen van z’n spellingsdebacle – fronst z’n wenkbrauwen en wroet in z’n geheugen. “Ehm… die doen toch iets met kredieten enzo?”
“Eh… ja, jij zegt het, ik niet,” reageert de eilandhopper, terwijl een lichtelijk voldane grijns op het gezicht van collega 2 verschijnt.
Inmiddels kan ik het niet langer laten om het gesprek openlijk te volgen en kruist mijn geamuseerde blik die van de eilandhopper. “En jij, weet jij het wel dan?” vraagt hij.
“Maar natuurlijk!” reageer ik, op zo’n verschrikkelijk irritant meisje-dat-eraan-gewend-is-
altijd-de-beste-van-de-klas-te-zijn-toontje. “BKR, dat staat voor Bureau KredietRegistratie. Het is gevestigd in Tiel, by the way.”
Ik kan mezelf wel schieten om die laatste toevoeging, maar het is eruit voordat ik er erg in heb. Het gezicht van de eilandhopper vertrekt in een chagrijnige grimas en hij druipt af, terwijl ik met collega 2 het aloude Hints-signaal wissel: bingo!
Ge-wel-dig. Make my day, deze stage is tof!
Broertjes… (27aug07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:44 | In Friends & Family | Leave a Comment‘Je broer is geboren om te helpen in tijden van nood.’
Spreuken 17:17b
Van Koning Salomo wordt verhaald dat hij een buitengewoon wijs man was. Of hij ook een bijzonder ver vooruitziende blik had, weet ik niet, maar sinds een paar dagen durf ik van deze spreuk van hem wel te zeggen dat die anno 21e eeuw nog heel goed van toepassing is!
Salomo’s wijze woorden ten spijt, zal de volgende gedachtegang voor velen vast niet vreemd zijn: je broertje (voor de mannen onder u: je zusje)… wat moet je ermee?! Ik weet niet hoe het jullie vergaan is toen je klein was, maar mijn ervaring is dat broers/zussen bij uitstek degenen zijn met wie je om de haverklap in de clinch lag. Op de een of andere manier wist je mekaar altijd mateloos te irriteren en kon de ander je in een vingerknip het bloed onder de nagels vandaan halen.
Mijn broertje en ik vormen geen uitzondering op die regel. Man, man, wat zijn wij elkaar vroeger vaak in de haren gevlogen (“Jíj zou met de honden uitgaan!” “Ik mocht een kwartier geleden al met de Nintendo!!”). Het huis uitgaan doet wat dat betreft wonderen *grijns*, en sindsdien kunnen Timo en ik het beduidend beter met elkaar vinden en maken we de grootste lol. Je houdt natuurlijk van elkaar, dat staat buiten kijf, maar je lijkt elkaar nu ook een stuk beter te kunnen hebben.
Tim heeft inmiddels de respectabele leeftijd van 18 jaar bereikt – shit, binnenkort moet ik mamma’s auto met ‘m gaan delen – en torent qua lengte al een jaar of drie ver boven me uit. Desondanks heb ik het nog altijd over ‘m’n broertje’ en ontkom ik er niet aan dat ik zo af en toe nog over ‘m loop te moederen zodra ik een paar dagen bij m’n ouders ben… de oude rolpatronen zitten er stevig ingesleten.
Je bent en blijft de grote zus, de haantje de voorste die het altijd en eeuwig beter weet.
Maar sinds afgelopen week… is dat toch een flink tikje bijgedraaid. En dat is te danken aan, tadadadaaa: m’n computer, die – heel fijn – donderdagavond via MSN een virus binnenkreeg en vervolgens danig van slag raakte.
Degenen die mijn blog al wat langer lezen, weten hoe goed Miep Miek en pc-met-kuren met elkaar overweg kunnen *not* (I recall a certain “En toen was het bliep” *lol*). Als er iets is wat nog beter het bloed onder m’n nagels vandaan kan halen dan een vervelend klein broertje – of een krijsend mormel *grijns* -, dan is het wel een pc die plotsklaps dienst weigert. En dus schoot ik donderdagavond behoorlijk in de stress en hing er een flinke donderwolk boven m’n hoofd. Al weken zoemde ergens in m’n achterhoofd het zinnetje ‘je moet maar weer eens een back-up maken’, en ja hoor… nog voordat ik daar goed en wel echt werk van had gemaakt, was het ineens weer mis. Het lijkt Murphy’s Law wel.
De laatste back-up dateert van maart, en sindsdien had ik tig nieuwe pagina’s aan m’n scriptie toegevoegd en veel nieuwe muziek, foto’s en filmpjes opgeslagen. Ik kreeg het virus met geen mogelijkheid van m’n computer af, en dus bleef formatteren als enige optie over. Grr, grom, bah, blegh… balen. Windows opnieuw erop, al je programma’s opnieuw installeren, en zie een kleine dertig Gig aan nieuwe spullen maar eens op een andere harde schijf kwijt te raken die nog maar vijftien Gig overheeft. Liefst ook nog zo snel mogelijk, want de stage komt eraan en ik heb nog veel te regelen. Enfin, ik zag het bepaald niet zonnig in.
Maar toen was daar mijn reddende engel in de figuur van Timo… die donderdagnacht tot halfdrie bezig is geweest om me te helpen allerlei recovery-programma’s over m’n pc heen te gooien, die rustig bleef en niet in de stress schoot, en die me zaterdagochtend het verlossende advies gaf om Hitman Pro eens in de veilige modus af te draaien. En eureka, that did the trick! M’n pc draait weer als een zonnetje en eerste puntje op de to-do-lijst van deze week: back-uppen. Tim, je bent mijn Held van de Week! Dank je, dank je wel!
Die goeie ouwe Salomo had het dus toch nog helemaal niet zo verkeerd in de smiezen.
PS: Ehm, aars… wel even voor alle duidelijkheid, hè: ga nou niet denken dat je me vanaf nu óngestraft al je fijne loftuitingen toe kunt dichten (‘onderdeurtje’ enzo
), want Salomo had het wat vrouwelijke reprimandes betreft ook al heel goed in de gaten: ‘Je kunt beter in een hoekje op het dak wonen, dan in één huis met een vrouw die ruzie zoekt.’ Be aware of the Sundays.
*luvya*
Wurgneigingen (22jun07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:34 | In Gloeiende gloeiende | Leave a CommentAlbert Verlinde. Boegbeeld en stamnicht van het onvolprezen *kuch* RTL Boulevard. Een tiep dat je ofwel omarmt, ofwel niet uit kunt staan. Mijn tante (die van de ijssalon, ja
) is helemaal weg van hem; Robert Jensen, de stamnicht-in-denial van RTL5, heeft hem lang geleden al de oorlog verklaard. Mijn strategie: ik mijd ‘m zoveel mogelijk. Gewoon met een grote boog omheen zappen, langs Het Journaal, Eén Vandaag en The Nanny (butler Niles is en blijft mijn tv-held
). Ik heb geen hoge pet op van Boulevard… Om het met Simone te zeggen: hun bestaansrecht lijkt enkel en alleen andermans ellende zijn.
Maar nu is het menens. Ik heb mijnheer Verlinde lang getolereerd op mijn kabelnetwerk, maar nu heeft ‘ie echt het absolute nulpunt bereikt.
Wat er gebeurd is? Wel… Ene Jeroen van der Boom, een Nederlandse zanger die ik niet ken maar die her en der wat succesjes gescoord schijnt te hebben, is op het lumineuze idee gekomen om een cover te maken van Silencio, een van de recente hits van mijn latin held. Het nummer heet Jij Bent Zo, klinkt erg lekker (duh, het is muzikaal een exacte kopie), heeft aardig wat hitpotentie en is vandaag op de markt verschenen.
Vanmiddag tijdens een SOG-pauze *grijns* tik ik, nieuwsgierig, de titel in op Google. Het levert niet bijzonder veel op, maar viavia kom ik wél bij twee items van Boulevard terecht, een daterend van vorige week woensdag 13 juni, en een van de dag erna. Hmmz… naja, dan maar even tegen het smoelwerk van Kwalbert aankijken (zoals Jensen hem altijd noemt
). Het eerste item is een interview met Jeroen op de locatie waar zijn videoclip opgenomen wordt. Tot mijn grote verbazing hoor ik hem daarin met een superserieus gezicht zeggen: “We hebben heel erg gezocht om een eigen stijl te creëren, ik ben bijzonder trots op het resultaat. Dit is echt het beste wat ik ooit gemaakt heb.”
Pardon? Wat JIJ ooit gemaakt hebt?! EIGEN stijl creëren?! Dat dacht ik dus even niet!
Ik kijk het item af om te zien of de júiste credits ook nog voorbij komen, maar er wordt met geen woord gerept over cover of David of wat dan ook.
Lichtelijk geïrriteerd klik ik door naar het item van de dag erna. Daphne Bunskoek opent: “Jeroen van der Boom zei gisteren eindelijk zijn eigen geluid gevonden te hebben, maaaarrrr kijkers hebben ons gemaild!” “Jahaa,” reageert Verlinde direct (die bovenop het onderwerp duikt – want het is een schandaal in de dop!), “die mailden en schreven: ‘Ja maar wacht eens even, dit nummer is van een Spanjaard die er een enorme hit mee gescoord heeft!’.”
Ha, gerechtigheid! Kijk, zo hoort het. Albert braakt er nog wat volzinnen uit over dat ze Jeroen erover gesproken hebben, en ondertussen hoop ik heftig dat er een paar foto’s of videoshots van Silencio voorbij zullen komen. Zachtjes roffel ik met m’n vuisten op m’n bureau. Toe nou, toe nou… Ik mag het dan een flutprogramma vinden, het scoort wel als een tierelier, dus geheid dat in ieder geval een slordige vijftig- a honderdduizend man David dan hun huiskamer in krijgt. En al zou het maar een paar seconden duren, het is toch mooi gratis reclame. Toe nou… Kom op met die clip…
Eerst komt Jeroen natuurlijk nog aan het woord. Een hoop blabla, excuses excuses, “Ik heb het allemaal niet zo bedoeld”, “Nee, we hebben echt wel de rechten ervan gekocht”, en het beeld gaat weer terug naar de studio. En dan, dan zie ik achter Daphne een bekend hoofd op het scherm verschijnen. Yes! Oke, daar gaan we…
Ik kruip op het puntje van m’n stoel en stel blij vast dat het latinogezicht met de formidabele wenkbrauwen vol in beeld is. Top! Top! Top! Maar welke idiote, stompzinnige, achterlijke, het iq van een kiwi bezittende blonde kijkcijferlokdoos weet het op het moment supreme alsnog te verknallen? Juist, Kwalbert. Want wat zegt meneer:
“Het origineel is van deze jongen, ene David Bisbal… Nou, dat móet wel een naturist zijn met zo’n naam.”
WAT?!
Vlak daarna komen tien seconden lang de zo gewilde shots van Silencio in beeld, maar ik hoor en zie het al niet meer. Het enige wat door mijn hoofd suist, is: AAARRRGGHHHH!!!!!!!!!!!
Terwijl Daphne braaf mee gniffelt met Verlinde, die zijn eigen geintje buitengewoon geweldig vindt, spring ik op van m’n stoel. “Neem dat terug!!” roep ik tegen de figuur in de Media Player. “Gij eikel! Je kunt nog niet eens een simpele, tweelettergrepige achternaam juist uitspreken! Je moet het op z’n Spaans zeggen, debiel, niet op z’n Nederlands! Met lánge klinkers, niet met korte klinkers! GAAT HEEN!!” (en vermenigvuldig jezelf vooral níet
)
Overlopend van frustratie loop ik naar de keuken en schenk mezelf grommend nog een kop thee in. Mijn temperatuur is ongeveer gelijk aan die van de inhoud van de waterkoker. Ik kook. This is it. Dit is de druppel. Ik vond Boulevard altijd al mijn tv-tijd onwaardig, maar nu gaat er in het penthouse écht een boycot op. En ik hoop voor Meneer Hersenloos-Maar-Zie-
Mij-Eens-Geweldig-Zijn dat hij deze zomer niet op vakantie gaat naar Spanje, want ik denk dat ik dan een flinke bende lokale vrouwelijke huurlingen ga mobiliseren. Grrrr…
Un amor para la vida (29apr07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:17 | In Globetrotten | Leave a CommentA love for life… Nooit gedacht dat ik zó onder de bekoring van een stad kon komen. Athene was prachtig, Rome magistraal, Tórshavn uniek, maar Barcelona… Wauw!
We zijn woensdag weer teruggekomen en de snelle rekenaar die de datum boven dit blogje ziet, weet dat het op moment van schrijven ruim drie etmalen later is. Desondanks loop ik nog steeds met m’n hoofd in de Spaanse wolken. Wat een prachtstad! Het waren zes dagen om nooit meer te vergeten. Als je er nog nooit geweest bent: zorg dat je er komt! Niet ergens onderaan je where-to-go-lijstje (tegenhanger van de what-to-do-lijst
) zetten, maar een ferme plek bovenaan geven. Barcelona is een stukje wereld dat je absoluut niet mag missen!
Het frustrerende van een mooie vakantie is altijd dat je, eenmaal weer thuis, de sensaties nooit helemaal over kunt brengen op de mensen om je heen. Woorden kunnen een hoop doen, foto’s nog meer, maar de échte beleving… Daarvoor moet je er zelf zijn. En voor een metropool als Barcelona met z’n ruim vijf miljoen inwoners geldt dat zeker; er is veel te veel over te zeggen om in een blogje als dit te kunnen proppen. Het is een immense, bruisende stad waar de straten nooit leeg en de nachten nooit stil zijn, maar het heeft niet te lijden onder dat jachtige, gestresste druk-druk-druk-leven van de grote stad. Men werkt hard, maar weet ook wat genieten, goede muziek en feestvieren is (en hoe!
) en laat het oude in zijn waarde. Eeuwenoude steegjes, kerken en paleizen gaan niet roemloos ten onder in de expansiedrift van het moderne leven, maar krijgen eer en respect. Dat is nu juist wat Barcelona – voor mij tenminste – aantrekkelijk maakt. En denk nu niet dat dat puur vanuit commercieel oogpunt is, want het toerisme bloeit pas sinds vijftien jaar geleden de Olympische Spelen van ‘92 naar Barcelona kwamen. Eeuwen voor dat jaar zag men de waarde van het verleden al in.
Het beste voorbeeld daarvan is mijn favoriete wijk, de Barri Gòtic. Pal achter ons hotel gelegen (we hadden geen betere plek kunnen hebben!) vormt de buurt al sinds de Romeinse tijd het hart van de stad. Steegjes die zo smal en hoog zijn dat het zonlicht nooit de straattegels raakt, zonovergoten pleinen op de vroegere binnenplaatsen van oude kloosters, her en der stukken Romeinse muur tussen de hotels en cafés door, en als hoogtepunt de gigantische 15e-eeuwse Cathedral, waar ik helemaal bovenop gestaan heb (dat heet nog eens a room with a view
).
Aan de rand van de Gotische Wijk ligt de befaamde stadsboulevard La Rambla, waar je minimaal zes paar ogen nodig hebt om alles te zien. De ongeveer een kilometer lange boulevard slingert zich vanaf de haven naar het Plaça de Catalunya, het centrale verkeersplein van de stad. En in die ene kilometer weten onmetelijk veel Barcelonezen (en toeristen) zich een plekje te wurmen. Cafés, theaters, restaurants, straatartiesten, allerhande stalletjes met schilderijen, souvenirs en sieraden… Je komt ogen tekort, en dan heb ik het altijd amusante spelletje mensen-kijken nog niet eens meegerekend.
Zie, nu doe ik het toch… Proberen om zo veel mogelijk in dit lapje tekst te stoppen.
Al goed, al goed, ik schei er zo mee uit.
Maar niet voordat ik nog even een paar woorden heb gewijd aan wat ik het aller-, aller-, állermooiste vond: de Sagrada Familia. Gaudí’s tempel, hét symbool van Barcelona. De kathedraal waar al 125 jaar aan gebouwd wordt en die nog steeds niet af is. Ik was er op maandag, in de stralende zon, en was op slag betoverd toen ik de meer dan honderd meter hoge torens ontwaarde tussen de huizen van de wijk Eixample.
Ademloos hebben we er een paar uur rondgelopen, geleid door een gids die het ene na het andere onwaarschijnlijk mooie detail naar voren haalde. Allemensen, wat was Gaudí een kunstenaar. Ik ben er eigenlijk nog steeds een beetje sprakeloos van. Zelfs de Sint Pieter in Rome verbleekt hierbij. Wat een eer als je daaraan mag werken! De planning is dat de tempel in 2026 af is, Gaudí’s 100e sterfjaar. Reken maar dat ik daarbij wil gaan zijn!
Goed, ik zal er echt een eindje aan breien nu. Tot slot nog één keer: ga, ga, gá naar Barcelona! Echt, zelfs als je niet van Gaudí houdt, gá! Dit moet je gewoon minimaal eens in je leven gezien hebben. En als je een gids wilt: ik hou me warm aanbevolen.
Bereid je alleen dan wel voor op onophoudelijke enthousiaste spraakwatervallen. *innocent grin*
Boardbabe in aqua (26feb07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:08 | In Globetrotten | Leave a CommentGrüsse mit einander!
De wintersport is weer voorbij. Grächen 2007 is voltooid verleden tijd… snif. Maar het was wederom een week om nooit te vergeten!
Voor de vierde achtereenvolgende keer logeerden we een week lang in het chalet van vrienden in het mooie Zwitserse Grächen. En deze keer was het volle bak; we waren met z’n tienen. Uiteraard met pappa, mamma en Timo, maar ook met Marco & Marjolein, hun dochters Jiska en Elsbeth, en Curly (vriend van Jiska) en Yusnita (vriendin van Elsbeth).
Grächen ligt op ruim 1600m hoogte in de Zuid-Zwitserse Alpen. Na de autotrein van Kandersteg naar Goppenstein slingert een smalle weg zich door een lange, nauwe kloof, die uiteindelijk naar Zermatt leidt, vlakbij de grens met Italië. Het is een grauwe, smalle vallei, waarvan je de eerste keer denkt: ‘Nou, als dit het is…’. Maar dan wijzen de borden je bij het grijze dorp Sint Niklaus steil omhoog, de bergpas op. Binnen tien minuten stijg je ruim vijfhonderd meter via een stel kunstig aangelegde haarspeldbochten (sommige zonder vangrail *slik*). En dan… dan blinkt om de laatste bocht ineens de zon op de besneeuwde daken van het idyllische bergstadje.
Vanaf de pistes is goed te zien dat Grächen op een breed zonneplateau ligt, dat enigszins over de kloof heen hangt. Daardoor kent het stadje maarliefst 300 dagen zon per jaar en is het er in elk seizoen aangenaam toeven. De blauwe en rode pistes beginnen op 2100m op de Hannigalp en de echte liefhebbers kunnen hun hart ophalen aan Seetal en de Plattja, die beide op bijna 2900m liggen.
Sjonge, ik zou zo in de reisbranche kunnen gaan werken. *grijns*
Na een prima reis in de nacht van vrijdag op zaterdag kwamen we ’s ochtends aan bij het chalet. Tenminste: wij wel, de auto niet. Het dorp is autovrij en dus konden we eerst, brak als we waren, vrolijk huppelend *not* vijftig meter klimmen en klauteren met onze koffers. Over winterSPORT gesproken. ![]()
Eenmaal geïnstalleerd vielen twee dingen me op. Eén: wat ligt er weinig sneeuw! De pistes waren prima geprepareerd, maar alle wegen en paden in het dorp waren compleet sneeuwvrij. Ik zag voor het eerst de grijze kiezels van het bergpad naar het chalet. Vreemde gewaarwording…
En twee: o ja, shit, dat Duits! Geef me Engels, geef me Frans, zelfs Spaans gaat me uitmuntend af vergeleken bij dat schelle, schreeuwerige Bratwurst-und-Bier-gebrabbel. Ik kan nog net formuleren dat ich gerne ein heisses Schogg mit Zahne hätte en of ik ein halbes tage karte darf, maar daar houdt het dan ook op. Zeker als ze niet in Algemeen Beschaafd Duits tegen je beginnen te praten, maar in het zangerige, hoogst onverstaanbare Schwitserdütsch. Eh… lo siento, ¡no entiendo!
Gelukkig vonden de meiden, Timo en ik ons een snowboardleraar die in het Engels les gaf. Ja, je leest het goed: snowboard. *grijns* Na een paar jaar ploeteren met ski’s (die zonder uitzondering áltijd in de pannenkoekenlift over elkaar heen schoven en Miek dus naar beneden deden tuimelen *grmpf*) heb ik nu het snowboarden ontdekt. En dat is gaaf!! Jiska haalde me over om het eens te proberen, en ik ben om. Weg met de ski’s, leve het boarden!
Het enige nadeel eraan: je achterwerk is binnen een mum van tijd volledig egaal paarsblauw. Onze joviale leraar Oli, voluit Olivier, riep dan ook om de paar minuten: “Don’t look down, keep your balance! More pressure on the backsidekant!” Al zijn goede adviezen ten spijt, ging toch bij ieder rondje minstens één van ons onderuit. En een spierpijn in de dagen daarna! Mèèèèn. Wie ’s avonds langs ons chalet gewandeld had, had Tim en mij tweestemmig vals ‘Au, au, mijn aars’ kunnen horen zingen op de wijs van ‘O, o, Den Haag’ (een beetje van mij, een beetje van Guido Weijers
).
Naast deze vrijwillige, sportieve zelfkastijding, vonden we uiteraard ook tijd voor het betere relaxen. Beeld je in: een balkon of terrasje, uit de wind, uitzicht op de magnifieke witte bergen, strakblauwe lucht met een stralende zon, en een goed boek slash goede muziek. Wat een weelde! Binnen een paar dagen waren we zomers bruin, en Tim had zelfs z’n skibril nog op als ‘ie ‘m afdeed. ![]()
Al snel ontdekte ik dat Marco & Marjolein en co. net zulke spelletjesliefhebbers zijn als ik. Top! Ik hou van spelletjesmensen.
En dus, als de zon achter de bergen verdween en een paar uur later duizenden sterren verschenen aan de kraakheldere hemel, kropen we om de tafel voor een stevig boompje klaverjas of een potje Kolonisten. Om vervolgens aan het eind van de avond in slaap te vallen met het geluid van een klaterend gletsjerbeekje op de achtergrond, en de volgende ochtend weer wakker te worden omdat het felle zonlicht weerkaatsend op de sneeuw in je ogen prikt. Wat is het leven mooi…
Suiza, ¡hasta la proxima!
Nostalgia ten top (13jan07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:00 | In Friends & Family | Leave a CommentEergisteren leek het gewoon een dag te worden als alle andere van de afgelopen weken: grauw, regenachtig, veel te warm voor de tijd van het jaar, en nog steeds (ja, nog steeds) verschrikkelijk aanhikkend tegen de enorme stapel studieboeken… Ware het niet dat de dag een onverwacht en verrassend nostalgisch randje kreeg.
’s Ochtends zag ik op Hyves dat ik een vriendenuitnodiging had. Van een zekere Mano de Graaf. Mano de Graaf?! Eh… Ken ik u? Het was nog vroeg, dus mijn grijze brij draaide nog niet helemaal voluit, maar ook een halfuur later had ik nog geen enkele associatie bij die naam. Dus maar even een krabbeltje. ‘Hey, bedankt voor je uitnodiging, maarre… ken ik jou ergens van? Of gaat mijn geheugen eraan?’
Een uur later kreeg ik een krabbel terug, die het kwartje deed vallen (zucht, na vijf jaar euro zou er onderhand wel een alternatief voor die uitdrukking mogen zijn… suggesties anyone?): ‘Nou, als ik me niet vergis, heb jij lang geleden op de Schadijk gewoond en ben jij het meisje waar ik vroeger uren mee gespeeld heb.’
Het kwartje (tien-eurocent-muntje, ook goed
) viel langzaam, heel langzaam, maar toen het uiteindelijk met een licht ‘pling!’ op de spreekwoordelijke bodem van mijn hersenpan belandde, wist ik het ineens. Máno! Maar dát is lang geleden!
Van mijn geboorte tot mijn vierde hebben we op de Veenendaalse Schadijk gewoond, waar ik al snel dikke vriendjes was met Mano, die maar een paar weken ouder (of jonger, geen idee) was dan ik. Tenminste, ik heb daar zelf geen herinneringen aan, maar oude foto’s doen een hoop.
Echt lachen! Ha, hij is nu mooi wel mijn enige Hyves-connectie die mij al kende toen ik nog blond was. *lol* Ja, je leest het goed, ik was ooit – in een ver, verdrongen verleden – blond.
Maar daar bleef het niet bij. Voorts bereikte mijn aarsige broertje *wink at Tim* de eerbiedwaardige leeftijd van 18 jaar. Naja, broerTJE… hij torent al een paar jaar flink boven me uit. MEH! *again wink at Tim*
Dat moest natuurlijk gevierd worden met een eerste rijles, én met de gift van een traditionele persoonlijke Telegraaf-voorpagina. Net zo-een als bij mij in de keuken hangt, maar nu dan geheel gewijd aan Timo. Uiteraard met bijbehorende kindertijdfoto’s en -anekdotes. Schitterend! Hij zal me een kopje kleiner maken omdat ik dit nu hier opschrijf, maar Tim Slim (zoals z’n bijnaam vroeger luidde) had als klein ventje een fascinatie voor wc’s. Overal waar we kwamen, moest hij uitgebreid het toilet bewonderen. Dat verhaal stond natuurlijk ook op de pagina, vergezeld van een überschattige foto van Tim Slim. Vliegtuigen waren ook zo’n fetisj, omdat pappa in die tijd bij KLM werkte. “Kijk, pappa, een vie’tuig, een vie’tuig!” riep Tim altijd als er één over kwam vliegen. Wow, dat bracht de nodige herinneringen naar boven.
En zelfs toen liet Vrouwe Nostalgia mij nog niet met rust. ’s Avonds, na “de billen uit je string gelachen te hebben” met Jochem Myjer (die quote is niet van mij, voor alle duidelijkheid
) was ik pas laat weer thuis, maar uiteraard moest ik voor het slapengaan nog even inloggen op Hyves. En verrek… alwéér een uitnodiging. Van Bonnie! Mijn paardrijvriendinnetje van vroeger! Direct gingen de nodige krabbels en mailtjes over en weer, en en passant vond ik via Bonnies hyve ook die van Flor, nóg een paardrijvriendinnetje van de Blauwendraad.
Het werd uiteindelijk rond twee uur dat ik m’n nest indook. Ik kón gewoon niet eerder slapen, omdat als een kometenregen beelden van en herinneringen aan vroeger op me afkwamen. Een plezierige regen, dat wel, maar het hield me wel klaarwakker. ![]()
‘Men zegt’ altijd dat alleen mannen in plaatjes denken, en nou zijn ze daar ook wel heel goed in *wink at certain people* *grijns*, maar gisternacht bewees ik toch maar mooi even het tegendeel. Ook vrouwen kunnen heel goed in plaatjes denken, reken maar. De ene nostalgische kiek na de andere buitelde door mijn hoofd…
… op de schommel in de speeltuin, met bolle rode wangen, nog maar één tandje door en hartstikke kaal op drie blonde piekharen á la Lambik na…
… op zaterdagochtend weer en wind trotserend, staand op de pedalen mijn weg naar de Blauwendraad fietsend, met m’n enorme blauw-rood-groene bak met verzorgingsspullen achterop het rekje gebonden (mét felroze hoevenkrabber
)…
…met Tim op zolder dag in dag uit hutten bouwend van een stel oude matrassen, lakens en wasknijpers, en dan urenlang de avonturen van Asterix en Suske en Wiske lezen…
…met Bonnie na de les door het Zandgat struinend, zij met d’r superstoere chaps, ik met pony tot over m’n ogen bij gebrek aan eigen paard, wilde verhalen fantaserend over onze eigen droompaarden en de vermeende macaroni etende haai in het meertje van het Zandgat…
…op een verjaardagsfeestje van Flor kriskras door de weilanden en Wageningse uiterwaarden, op zoek naar ‘de verloren hoefijzers’, en ik zo trots als een pauw dat ik de laatste in de voorraadcontainer vond…
…veelvuldige logeerpartijtjes in de grote achtertuin van Bonnies ouders, ’s nachts in de tent slapen, tot diep in de nacht kletsen en giechelen met een zak snoep tussen ons in, ondertussen een liedje schrijvend (volledig op rijm!
) over Ruud en Joyce…
Waar blijft de tijd… *sentimentele zucht*
Soms zou ik nog best even terug willen gaan. Ik weet dat het niet kan, maar o wat zou het lekker zijn als ik even in de tijdmachine van professor Barabas zou kunnen stappen. Even het onbesuisde, impulsieve kind in je naar buiten laten komen, dat met grenzeloze fantasie helemaal in haar zelfgecreëerde wereldje opgaat. Geen sores aan je kop, geen lastige verantwoordelijkheden, niet verder hoeven kijken dan je neus lang is, en geen stapels werk die op je liggen te wachten… Heerlijk lijkt me dat!
Hmm, misschien zou ik weer eens op een van de heuvels in het Zandgat moeten gaan zitten en een poosje naar het meertje staren. Ik geloof dat ik net zo makkelijk weer in die macaroni etende haai zou kunnen geloven.
En ik ben vast niet de enige met zo’n vreemde, absurdistische fantasie, dus… join me?
Het ultieme SOG-middel (5dec06)
Vrij 30 mei 2008 at 20:44 | In Muziek | Leave a CommentIk ben weer thuis!!! YES!
Sinds twee weken weer, om precies te zijn, en totnogtoe gaat het hartstikke goed. Ik heb nog wel eens een slechte dag, maar voor het overgrote deel zit ik lekker in m’n vel en geniet ik volop van m’n mooie huisje. De scriptiegesprekken zijn weer opgestart, en inmiddels ligt er een goedgekeurd scriptieplan op m’n bureau en kan ik aan de literatuurstudie beginnen. De agenda begint langzaam voller te raken, en ik moet de verleiding weerstaan om m’n oude ritme op te pakken van ver na middernacht gaan slapen… Stukje bij beetje word ik weer de oude.
Het gaat dus allemaal prima. Maarrr… er is één klein probleempje: Miek heeft een nieuwe verslaving opgeduikeld. En een hardnekkige ook. Voor de sensatiezieke roddeljournalisten onder u: sorry, geen romantische nieuwtjes hier, maar gewoon een bevlieging die – hopelijk voor de trommelvliezen van m’n buren – binnen afzienbare tijd weer verleden tijd zal zijn.
Maar zolang ik nog niet in die toekomst kan kijken, blijf ik in elk gestolen moment vrije tijd luisteren naar de mooiste latino-stem die ik ooit gehoord heb… die van David Bisbal! ¡Hola guapo!
Ik dacht dat ik rond m’n zestiende dat tijdperk van meisjesachtig-helemaal-idolaat-ergens-
van-zijn wel achter me gelaten had. Maar nee hoor. Op m’n 22e blijk ik nog net zo vatbaar te zijn. Ik zal mijn Bengaalse tijgers aan de muur echt niet verruilen voor zijn magnifieke krullenkop – zo’n blaagje ben ik niet meer
– maar voor de rest… ik ben helemaal fanaat. YouTube, LimeWire, alles wordt tot in de verste uithoeken uitgekamd op zoek naar fragmentjes van hem. Allemensen, wat heeft die gozer een mooie stem. Ik kan er werkelijk geen genoeg van krijgen. Iedere up-beat flamenco haalt me uit stilzitten, iedere ballad jaagt ijsklontjes langs m’n ruggengraat. Op YouTube staan bijna 40.000 (!) video’s van ‘m, het worden er elke dag meer, en ik heb er nog maar een kleine 150 van gezien… Daar gaat m’n scriptie.
Ik heb mijn ultieme SOG-middel gevonden.
M’n buren waren eerst heel blij dat ik weer naar huis kwam, maar ik geloof dat ze nu opgelucht ademhalen, iedere keer als ik voor een afspraak of boodschap de deur uitglip. De hele dag schalt zijn muziek door m’n huis, en echt niet op volume 3 of 4. Nope, de stereo gaat voluit. De meeste lyrics heb ik inmiddels gedownload en vertaald naar het Nederlands. Ze klinken dan ook niet eenstemmig, maar maarliefst twééstemmig door het hele penthouse. Die arme buurtjes van mij… Ze zullen de teksten onderhand fonetisch wel uit hun hoofd kennen. ![]()
M’n bovenbuurman is bovendien half Kaapverdiaans en spreekt zodoende een aardig woordje Portugees. Ik zal maar niet gaan vragen wat hij ervan denkt dat ik al die zwoele lyrics door het huis heen loop te blèren… *bloos* Om het in de woorden van Esther te zeggen: Davids teksten bevatten, zoals de meeste Spaanse songs, behoorlijk wat “warmbloedige volzinnen”.
Ernstig, yup, ik weet het.
Maar ach, uiteindelijk, ook al is dat nu nog niet in zicht, zal dit wel de zoveelste bevlieging van een paar maanden blijken te zijn. Zo gaat dat meestal met impulsief Miekje.
En dat de scriptiedruk nu beetje bij beetje opgevoerd wordt en er straks weer allerlei deadlines in m’n nek gaan hijgen, helpt daar ook stevig aan mee.
En don’t worry, voor wie op bezoek komt, zal ik de stereo uitzetten. Hmm, naja, helemaal uit… in ieder geval een paar tikjes zachter, zodat ik je tenminste kan verstaan. *schaapachtige grijns*
Hier nog maar eens zo’n prachtplaat, een ballad deze keer: Digale, de derde single van Davids eerste album Corazón Latino uit 2002. Tekst en muziek zijn muy, muy grandioso! Hieronder in de Engelse vertaling voor de liefhebber (omdat Engels nog altijd zoveel mooier is dan Nederlands
).
Luister hier Digale (opent in een nieuw tabblad)
Digale (‘Tell her’)
My heart hasn’t been able to forget
those sad eyes,
those dream filled eyes that I loved.
I left her to conquer an illusion
and I lost her trace
and now I know it’s her
who was everything I was looking for.
And now, here I am
looking for her again and she’s not here
she’s gone.
Perhaps you’ve seen her
tell her…
that I always adored her
and that I never forgot her
that my life is a desert
and I’m dying of thirst.
And tell her too
that only next to her I can breathe.
There’s no shine in the stars
and now the sun doesn’t warm me
and I am so lonely here.
I don’t know where she went
please, tell her…
There were so many moments in which I loved her
that I felt her caresses
and her scent was on my skin.
Every night I held her close to me
I covered her in kisses
and in between a thousand caresses
I drove her crazy.
And now, here I am
looking for her again and she’s not here
she’s gone.
Perhaps you’ve seen her
tell her…
that I always adored her
and that I never forgot her
that my life is a desert
and I’m dying of thirst.
And tell her too
that only next to her I can breathe.
There’s no shine in the stars
and now the sun doesn’t warm me
and I am so lonely here.
I don’t know where she went
please, tell her…
Tell her.
Miepje Miek op NU.nl (18nov06)
Vrij 30 mei 2008 at 20:33 | In Once in a lifetime | Leave a CommentDit is echt te maf voor woorden… Totaal onverwacht sta ik vanavond met een eigen quote op de nieuwspagina van het ANP!
Wat er gebeurd is? Nou, eigenlijk niet eens zoveel. Ik heb enkel wat afkickverschijnselen vertoond omdat mijn internetverslaving Hyves uit de lucht is. Hyves Headquarters, het team achter Hyves, is vannacht en vandaag bezig met het verhuizen van hun vele tientallen servers naar een nieuw servicepark, en daardoor is de site sinds gisteravond 18.00u down.
Onder de ruim 2,5 miljoen leden zitten meer drastisch verslaafden zoals ik, en speciaal voor hen houdt het Headquarters-team tijdens de verhuizing een blog bij: verhyving.blogspot.com. Er worden foto’s en filmpjes geplaatst over de vordering van de verhuizing, en Hyvers kunnen daar natuurlijk op reageren. Wat dan ook veelvuldig gebeurt.
Zo ook ik. Toen de site gisteravond down ging, had ik al ff een succes-reactie gepost, en toen ik vanmiddag tegen 14.00u het internet opging, klikte ik natuurlijk als eerste naar Hyves. De verwachting was namelijk dat Hyves rond 14.00u weer online zou zijn. Dus ik, vol hoop, klikte naar m’n favoriete internetstek, maar ik werd helaas direct doorgelinkt naar de Verhyvingsblogspot. Daar had zojuist Hyves-opperhoofd Raymond een nieuwe blog geplaatst, met de mededeling dat het nog wel een paar uur zou gaan duren… Jammer jammer jammer, maar helaas, niets aan te doen. Ik dacht, ff ‘n reactie posten. Dus ik schreef het volgende:
Mieke, 1:53u ‘De afkickverschijnselen beginnen wel heel drastische vormen aan te nemen hier. :-O Ben heeeeel erg toe aan m’n dagelijkse portie Hyves.
Maar we houden nog ff vol.
Beter dat de boel in één keer goed online staat, dan dat je daarna nog kuren ermee krijgt… dus neem de tijd die jullie nodig hebben! Succes!! :wave:’
Niet verwachtend dat ook maar iemand van Headquarters dat zou lezen (maar ja, je wilt als frequente spammert toch een beetje sportief betrokken blijven *grijns*), klikte ik daarna de Blogspot weer weg en wijdde me aan mijn andere, meer recente verslaving: David Bisbal (zie mijn vorige blog *blink*).
Enfin, na het eten, de blokjes om met de honden en de nodige boodschappen, log ik zojuist, een paar minuten geleden, weer in op de pc. Hyves is nog steeds down, maar Raymond heeft nog wel even een link gepost naar een nieuwsbericht over de verhuizing op NU.nl. En wat schetst mijn verbazing als ik nietsvermoedend naar dat bericht doorklik? Lees het zelf maar:
Hyves tijdelijk uit de lucht
Uitgegeven: 18 november 2006 17:31
Laatst gewijzigd: 18 november 2006 18:59 AMSTERDAM – Hyvend Nederland heeft vrijdag en zaterdag een andere bezigheid moeten zoeken. De populaire vriendensite Hyves.nl is namelijk anderhalve dag niet te bereiken. De site is uit de lucht wegens een grote verhuizing die Hyven sneller zal maken dan ooit tevoren.
Vrijdagavond om 18 uur gingen alle servers ‘down’. Na de verhuizing zullen nieuwe servers in gebruik worden genomen en zal de site sneller worden. Dat bericht het Hyves-team op een speciaal in het leven geroepen weblog. Naar deze weblog worden gebruikers automatisch doorgeschakeld als ze Hyves willen bezoeken.
Weblog
De weblog lijkt een goede tijdelijke vervanger te zijn. Hyvers met ontwenningsverschijnselen kunnen er hun ei kwijt, en creatieve hyvers sturen video’s over hoe ze het gemis ervaren. “De afkickverschijnselen beginnen wel heel drastische vormen aan te nemen hier. Ben erg toe aan mijn dagelijkse portie Hyves”, schrijft Mieke als blijkt dat de verhuizing langer duurt dan verwacht. Ruim 1600 soortgelijke reacties spreken voor zich.
Wat een giga-actie!! Echt superleuk.
Niet dat het journalistiek gezien ook maar iets voorstelt natuurlijk, maar hee, niet iedereen kan me nazeggen dat ze met een quote in het ANP-archief terechtgekomen zijn.
En uit die ruim 1600 reacties hebben ze toch maar mooi de mijne gepikt. *pluh* Ik zal Raymond eens krabbelen of hier niet wat tegenover kan staan… een jaar lang gratis Goldmembership bijvoorbeeld. Dat lijkt me wel wat.
Aquí Y Ahora (13nov06)
Vrij 30 mei 2008 at 18:30 | In Muziek, Once in a lifetime | Leave a CommentIn de hedendaagse commerciële muziekindustrie is met name ontzèttend veel bagger te vinden. Zoals Hans Teeuwen het zo leuk pleegde te zeggen: “Dat heeft helemaal niets met muziek maken te maken!” Zet een paar meiden cq. jongens bij elkaar die een lekker koppie hebben en niet al te vals zingen, geef ze een dertien-in-een-dozijntekst die op zo’n voorspelbare manier rijmt dat je haast medelijden krijgt met het zelfbeeld van de songwriter, plak er een clip aan vast die een sex-appeal van het laagste soort uitstraalt, en je hebt garantie op succes.
Meestal is dit soort plaatjes erg dansbaar, met name wanneer je het een en ander aan alcohol in je mik hebt (wij draaien altijd lekker op Martini en Safari, hè Lau?
), maar dat is dan ook het enige goede eraan. Het stempel ‘top40-hit’ vind ik dan ook niet echt een graadmeter voor uitmuntend muzikaal talent. Ik bedoel maar, Boten Anna van Basshunter vind ik een heerlijke plaat en het was dé zomerhit van 2006, maar om nou het zeggen dat het een kwaliteitsnummer is… nee. Het was gewoon lekker om keihard mee te blèren.
Er zijn natuurlijk – gelukkig – nog altijd songs die boven dat maaiveld uitsteken. Nu ben ik daarin behoorlijk kieskeurig, maar zo af en toe, zo heel af en toe, wil er nog weleens een plaatje tussen zitten waarvan ik ogenblikkelijk de rillingen krijg. In de goeie zin van het woord dan. ![]()
Sinds een tijdje heb ik een account bij Amazon.com, waar je wekelijks op de hoogte gehouden wordt van nieuwe releases en je tips krijgt op basis van je doorgegeven muziekvoorkeuren. En ik moet zeggen, dat doen ze heel aardig. Ik laat me met name op de hoogte houden van nieuwe latin-releases, en dat heeft me al een paar leuke albums opgeleverd.
Van de week logde ik in en kreeg ik als tip de nieuwe cd van David Bisbal: Premonición. David Bisbal? Wiesdattan? Na enig googlen bleek de persoon achter deze naam een 27-jarige Spanjaard te zijn, finalist in de Spaanse reality show Operación Triunfo, zeg maar een mix tussen Idols en Big Brother. David werd tweede bij de eerste editie van de show in 2002, maar kreeg zo veel succes in de Spaanstalige wereld dat hij voor zijn eerste album al een Latino Grammy kreeg.
Direct de link leggend met onze eigen Idols Jamai, Boris en Raffaëla, had ik de neiging de site snel weg te klikken en ‘Not Interested’ in te voeren bij Amazon. Maar de recensies die ik even snel las, waren toch wel erg lovend. Ik waagde een poging en zocht een clip van ‘m op. Eerste indruk: afgezien van een formidabele bos krullen vond ik het maar een zo-zo mix tussen Ricky Martin en Jody Bernal. Maar toen die stem!! Wauw. Ik was om.
Inmiddels draai ik z’n drie tot nu toe verschenen albums grijs, en Premonición, de derde, vind ik echt goeoeoed! Het accent ligt meer op softrock dan op latin, en alhoewel ik niet zo’n rock-fan ben, klinken die rauwe gitaarklanken erg lekker met de Spaanse teksten. En er zit één plaat tussen waarvan ik compleet uit m’n dak ga: Aquí Y Ahora (‘Hier En Nu’).
Ken je dat gevoel dat een song je soms een regelrechte adrenalinekick geeft? Zo’n plaat waardoor je 180 gaat rijden als je in de auto zit? Zo’n nummer waarop je jezelf ogenblikkelijk helemaal los ziet gaan op de dansvloer? Wel, dat heb ik dus hierbij.
Geweldige sound, supersterke vocalen en een heerlijk opzwepend ritme.
Hart op hol @ Armada Night (23sep06)
Vrij 30 mei 2008 at 17:25 | In Once in a lifetime | Leave a CommentWat kan het nachtleven toch wonderlijk verlopen…
Als iemand me vorige week vrijdag had verteld dat mijn feestnacht met Armin van Buuren zou eindigen op de Cardiologie-afdeling van het Rotterdamse Erasmus ziekenhuis, dan had ik diegene waarschijnlijk recht in z’n gezicht uitgelachen. Maar zie hier hoe het toch zo kon gebeuren…
Sinds twee weken loop ik stage bij Pon’s Automobiel Handel in Leusden, importeur van Volkswagen, Audi, Porsche, SEAT en Ŝkoda. Een stage die me prima bevalt, én ook nog eens zo nu en dan zeer aantrekkelijke extra’s biedt. Zo reed ik op mijn tweede stagedag al rond in een Cayenne en een Carrera *vrrroemmm*, en zoefde ik in week twee in een b-e-a-utiful Audi A4 naar het circuit van Zandvoort om zand te gaan happen met WTCC-coureur Tom Coronel.
Vorige week vrijdag, 15 september, had ik weer een mooi mazzeltje te pakken: twee gratis kaarten voor Armada Night Rotterdam, op de partyboot Ocean Diva. Voor wie ze niet kent: de Armada Nights zijn speciale dance events die drie keer per jaar georganiseerd worden door platenlabel Armada, het label van dj Armin van Buuren. SEAT sponsort die dance nights en mocht zodoende een aantal kaarten uitdelen aan haar relaties. En wie wist twee van die felbegeerde toegangskaarten te scoren? Yup, that’s me.
De Ocean Diva zou die nacht om 01.00u uit de haven vertrekken met een kleine vijfhonderd feestgangers aan boord, én de dj’s Benny Rodrigues, Erick E en natuurlijk mister Armin himself.
Om 00.20u stonden Marco en ik te wachten in de lange rij, toen we naar voren werden gewenkt. “Jullie hebben toch vrijkaarten? Kom maar hierheen!” En zo baanden we ons een weg tussen de wachtenden door. Voelt best kicken, je naam op de guestlist. ![]()
Binnen zat de sfeer er al aardig in dankzij de platen van Benny Rodrigues. Langzaam stroomde de dansvloer vol, en toen Erick E hem om 01.00u afloste, voer de Ocean Diva weg van de kade, de nacht in.
Wát een feest zeg! Grandioos! Marco en ik hadden een toptijd. Binnen een halfuur stroomden de zweetstraaltjes overal naar beneden, en tegen de tijd dat Armin om 03.00u onder luid gejuich en gefluit het roer van Erick E overnam, had ik het idee vloeibaar ondergoed aan te hebben. ![]()
Armin draaide tot na 05.00u de sterren van de hemel. De ene na de andere knalgoeie plaat dreunde uit de immense speakers, en Marco en ik gingen op nog geen meter van zijn draaitafel helemaal uit ons dak. Je draait op zulke momenten puur op adrenaline, je ritme is helemaal verstoord doordat je de nacht doorhaalt. Maar ach, who cares? We hadden de grootste lol, samen met een aantal andere Armin-fans waarvan ik nog steeds de naam niet weet, maar waarmee ik wel vereeuwigd ben op de digi cam.
Rond 05.15u stonden we te springen op Armins laatste platen, toen ik plotseling duizelig werd. Het was net alsof er een grote ballon in m’n borstkas opgeblazen werd, die vervolgens knapte. Ik stond even te draaien op m’n benen, maar zette me er overheen; ik wilde voor geen goud de laatste minuten missen.
Eenmaal weer aangemeerd en buiten op de kade lopend, bleef ik me vreemd voelen. Ik ging zitten en zag dat mijn hart onder mijn bezwete huid tekeer ging als een bezetene. Het enge was, dat m’n hartslag niet daalde toen ik even bleef zitten. Hier was iets niet pluis, en zo snel mogelijk liepen Marco en ik terug naar de boot, naar de EHBO-wagen. Daar werd direct alarm geslagen en een ambulance besteld. Ondertussen kreeg ik een infuus in m’n hand en een zuurstofmasker op, terwijl ik angstig naar Marco keek. Wat was hier aan de hand?!
Een paar seconden later zag ik het antwoord op de monitor: ik had een hartslag van 270, die maar niet wilde dalen. Alhoewel de broeders het woord niet in de mond wilden nemen, kon ik wel raden wat er aan de hand was: ik had een hartritmestoornis.
Gek genoeg had ik nergens pijn, was de duizeligheid weg en kon ik met perfecte helderheid alles opnoemen wat ik gedronken had (behalve één Safari alleen water en cola) en wat mijn gegevens waren. Ik had dan ook totaal niet de ernst van de situatie door, totdat ik op de EHBO-afdeling van het Erasmus beland was en de behandelkamer ineens zwart zag van de co-assistenten. Een vriendelijke vrouw, die zich voorstelde als dokter Valk, cardioloog, vertelde dat ze nog maar zelden in het ziekenhuis zo’n situatie hadden meegemaakt, waarbij een patiënt zó’n hoge hartslag had.
Uiteindelijk kreeg ik iets na 06.30u, na bijna anderhalf uur een hartslag variërend van 250 tot 270 te hebben gehad, een injectie waardoor m’n hartslag daalde tot rond de 100.
Ik was doodop van het hele gebeuren en wilde alleen maar naar huis, maar uiteindelijk duurde het tot zondagmiddag 14.00u voordat ik naar huis mocht. Ik werd anderhalve dag ter observatie op de afdeling Cardiologie gehouden, waar ik allerlei onderzoeken voor m’n kiezen kreeg: hartfilmpjes, echo’s (ik heb m’n eigen hart zien kloppen! Wat een vreemde gewaarwording…), bloedproeven, et cetera.
Ik was er even bang voor dat iemand iets in een van mijn drankjes gestopt zou hebben, maar dat bleek gelukkig niet waar te zijn. Waarschijnlijk is de stoornis ontstaan door een aantal factoren: extreem slaaptekort door het wennen aan het stageritme, veel spanning door alle nieuwe dingen van de stage, veel te veel cafeïne in m’n lijf, en een emotioneel heel heftige periode in de laatste maanden. Het compleet uit m’n dak gaan op de Ocean Diva was de druppel die de emmer deed overlopen. Ik had ervoor moeten kiezen om naar m’n lijf te luisteren en op tijd naar bed te gaan, maar ja hè, zo’n buitenkansje als gratis naar Armada Night wilde ik natuurlijk niet laten lopen…
Inmiddels ben ik al weer bijna een week bij mijn paps en mams in Veenendaal, waar ik lekker uitrust, veel slaap en bedolven word onder alle telefoontjes, sms’jes en kaarten. Lieve schatten, bedankt daarvoor! Jullie zijn me heel veel waard, knoop dat in je oren. ![]()
Nu ik een beetje tot rust kom na het heftige weekend, begin ik pas echt de volle ernst van de situatie in te zien. Woensdagmiddag is de huisarts geweest, en die heeft nog eens even extra onderstreept wat voor risico’s ik gelopen heb en hoe uitzonderlijk hoog mijn hartritme was. Als ik daadwerkelijk flauwgevallen was daar op de dansvloer, of als mijn hart nog een kwartier langer zo had doorgeklopt… 270 slagen per minuut, dat houdt geen enkel hart lang vol. De bloedtoevoer kan dat simpelweg niet bijbenen, de hartspier kan dat ritme niet aan… Ik had wel een hartstilstand kunnen krijgen.
Brr, ik probeer er maar niet al te veel over na te denken. Toch heb ik sterk het gevoel dat ik een legertje beschermengelen om me heen heb gehad, dat ik niet zomaar zonder hartbeschadigingen hieruit ben gekomen.
Het proces is natuurlijk nog niet afgesloten. Op 19 oktober ga ik naar het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein, waar een aantal artsen gespecialiseerd is in hartritmestoornissen. Ik zal daar waarschijnlijk meerdere malen ter controle moeten komen, om uit te vinden of dit een eenmalig incident was, of dat ik een concrete hartafwijking heb. Ik hoop natuurlijk op het eerste… maar we zullen het af moeten wachten.
In ieder geval ga ik de komende tijd heel rustig aan doen. Hopelijk snel weer stagelopen, en niet al te veel dingen ernaast. Gezond eten, op tijd naar bed, en vooral geen nachten meer doorhalen. *snif*
Toch heb ik aan de Armada Night zelf voornamelijk zeer prettige herinneringen. Dus hieronder een paar leuke pics van de avond. Want zeg nou zelf: 270 beats per minute… dat haalt zelfs Armin niet! Dat haalt alleen Miepje Miek.
Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.





