Babybleu

Zat 28 maart 2009 at 19:53 | In Blauw, Friends & Family | 3 Comments

Goed, ik zal eerlijk zijn. Die donkergouden kijkers die me aandachtig opnamen? Betoverend. Die halve grijns? Superlief. Die kleine knuistjes die mijn vingers bijna fijn knepen? Vertederend. En die paar minuten dat-ie het even op een krijsen zette? Viel best mee.

Ik moest er natuurlijk een keer aan geloven: vrienden die aan de kinderen beginnen. Stapkameraad P. mocht het spits afbijten en ik moet zeggen, dat deed-ie bijzonder goed samen met wederhelft B. Wat een droppie hebben zij op de wereld gezet en wat staat het ouderschap ze goed.
Uiteraard kwam ik met geen mogelijkheid uit onder de fles van half vier ’s middags. Daar zat ik dan; hummel op de ene arm, fles in de andere hand en drinken maar. Het is duidelijk een multitask-mannetje, drinken en tegelijk mijn ringvinger tot moes knijpen ging hem prima af. Het is maar goed dat mijn Eega’s en m’n moeder het niet konden zien. :-P (Alhoewel, mams kon het prima visualiseren – ze kwam bijna gillend door de telefoon heen toen ik het haar later al plagend vertelde. “WAAAT! Jij?! Zie je wel, zie je wel! Oh, ga ik dan toch nog oma worden!” *grijns*)

Blijkbaar waren P. en B. ook tevreden, want hoe verder de dag vorderde, hoe meer erop aangedrongen werd dat ik een weekendje voor au-pair zou spelen. Ehh… dat dacht ik toch maar niet, hè. ;) Ik kon me er onderuit wurmen met het excuus van tentamens en deadlines, maar ook als die er niet waren geweest lijkt het me niet verstandig om zo’n kleine druif onder mijn hoede achter te laten. Want ja, moedergevoelens zijn mij nog steeds vreemd, hoe mooi die donkergouden kijkers met die lange wimpers ook zijn. Stiekem vind ik ‘m namelijk het liefst vanwege z’n tandenborstel… Mijn uitje naar Hengelo werd onverwachts een logeerpartijtje, en ik kreeg de eer om de nog spiksplinternieuwe babytandenborstel (want nog geen tandjes) te mogen gebruiken. En dat… was een hele mooie blauwe.

Uitgekiende timing

Di 24 maart 2009 at 15:06 | In Algemeen, Muziek | Leave a Comment

Twee blogjes geleden had ik een paar hevig gefrustreerde dagen. De frustraties waaiden gelukkig over in het gezelschap van zonneschijn en vrienden, maar zondag in de loop van de dag keerden ze terug.

Ik kon m’n hoofd de hele middag al niet bij m’n tentamens houden. De berg leerwerk slonk maar mondjesmaat en ik zag mijn zorgvuldig uitgekiende planning in het water vallen. Terwijl ik in de openstaande balkondeur zat en alle reden had om uitzinnig vrolijk te zijn vanwege de al best wel warme zonnestralen op mijn huid, zat ik te piekeren.
Ik had mijn Betere Zelf op bezoek; een klein, venijnig, onuitstaanbaar dametje dat ergens in mijn hoofd een nestje heeft tussen mijn geweten, ambities en schuldgevoel. Eens in de zoveel tijd wordt ze wakker en komt ze poolshoogte nemen, en dan timmert ze heel gemeen tegen mijn schedeldak als ze vindt dat ik niet hard genoeg werk. En het nare is: ze weet altijd de vinger op de zere plek te leggen en ze heeft altijd gelijk. Zo ook deze zondag.
“Dag Betere Zelf, kwam je weer eens buurten?”
“Yup, leek me nodig. Zit je lekker?”
“Nou ja eh… best wel eigenlijk.”
“Dat dacht dat ik al, ja. Het schiet niet echt op vandaag, hè? Hoe is ‘t met je planning?”
“Zucht. Hou maar op. Ik kan m’n hoofd er niet bijhouden.”
“Arm kind toch. Wat vliegt het schooljaar snel voorbij, hè? Maar om nou te zeggen dat je je oude studiegewoonte van uitstellen-tot-het-laatste-moment hebt afgeleerd…”
“En bedankt, hè. Wat ben je weer subtiel. Je lijkt mij wel.”
Mijn Betere Zelf haalde snuivend haar neus op. Hoewel ze in mijn hoofd woont, kan ze het niet uitstaan dat ik haar met mezelf vergelijk, daar voelt ze zich veel te goed voor.
“Nou,” ging ze toen verder, “als het aan míj gelegen had, had je niet zo hoeven stressen voor je tentamens. Kijk nou eens naar jezelf. Je loopt minstens vier weken achter met je leerwerk. En wanneer ga je nou eindelijk aan de slag met die Spanje-plannen van je?”
“Hè, wat?”
“Je weet best wat ik bedoel. Heb je nou al eens een afspraak gemaakt met je studie-adviseur? Je wilt het toch zo graag?”
“Zucht. Ja, ik wil het graag. Heel graag zelfs. Maar ik heb nu wel andere dingen aan m’n hoofd.”
“Dat is geen excuus, slimmerdje. Voor je het weet breekt de zomer aan en is het straks weer september. Ga eens wat DOEN, Miep Muts!”

En zo ging het nog even door. Als altijd was het eind van het liedje dat ik mijn Betere Zelf haar gelijk gaf. Ze vertrok met een zelfingenomen grijns, mij met een verlammend baalgevoel achterlatend dat alle nog overgebleven energie uit me wegzoog. Ineens baalde ik van alles. Van de groepjes mensen die vrolijk pratend onder mijn balkon langsliepen, van het tentamens moeten leren terwijl de zon zo heerlijk scheen, en ik baalde nog wel het meest van mezelf. Waarom was ik niet veel eerder begonnen met samenvattingen maken? Waarom hield ik het tempo er niet in? Miek, ga aan je werk! Als je morgen ergens wilt zijn moet je vandáág wat doen!
Ik kwam er niet uit. Ik bleef m’n concentratie maar kwijtraken en raakte meer en meer gefrustreerd. En zo vond ik mezelf aan het eind van de avond met m’n laptop op schoot op de bank. Niet studerend, o nee. Switchend tussen YouTube en Uitzendinggemist.nl en zwaar in mineurstemming. Vrolijkheid weg, motivatie weg, traantjes hoog. Bah, wat had ik de pee in mezelf. Al die docenten die me altijd bezworen dat ik zoveel in m’n mars heb; ze zouden me nu eens moeten zien. Ik voelde me echt een nul.

Ik had me op dat moment het liefst willen verstoppen voor de wereld. Deur op slot, telefoon uit en een dik dekbed over m’n hoofd. Slapen, slapen, slapen, dagenlang. Pas weer wakker worden als ze een techniek hebben uitgevonden om een niet-piekeren-maar-doen-gen in je DNA te implementeren.
Maar verstoppen heeft geen zin. Al trek ik een dozijn dekbedden over m’n hoofd, er is er Eén die me altijd weet te vinden, die dwars door mijn frustraties heen reikt en me uit de put trekt, hoe diep ik mezelf daar ook in gekletst heb. Er is er Eén die zich altijd weet te manifesteren als ik me op mijn kleinst voel, die een perfect uitgekiende timing heeft om heel dichtbij te komen wanneer ik het ‘t hardst nodig heb. Die ook de vinger op de zere plek weet te leggen, maar dan op een liefdevolle manier.

Zijn perfecte timing manifesteerde zich die avond in een video van een Hillsong-concert. Ik heb Gods stem nog nooit als een echte, menselijke stem gehoord. Toch kan ik momenten in mijn leven aanwijzen waarvan ik ervan overtuigd ben dat Hij Zich rechtstreeks tot me richtte. Recht voor z’n raap en heel direct, maar wel liefdevol en opbouwend.
Zondagavond was zo’n moment. Ik ken Hillsong nauwelijks, vraag me niet hoe ik bij uitgerekend díe video terechtkwam. Maar het was wel precies wat ik nodig had. Het zette me weer op mijn voeten en gaf me nieuwe energie. Mieke, Ik ga voor je uit, Ik ben bij je. Zoek eerst Mijn Koninkrijk en Mijn gerechtigheid, en al het andere zal Ik je schenken. (Deuteronomium 31 en Mattheus 6)
Wauw. Dat is mijn God.

Semi-Siamese tweeling

Zon 22 maart 2009 at 11:45 | In Friends & Family, Studieperikelen | 3 Comments

Sinds een tijdje ben ik volgens sommigen de helft van een bijna onafscheidelijk duo. Waar ik aan de ene kant van de tafel achter een heerlijke Geneeskundekoffie zit, zit zij tegenover me, en wanneer zij een klaagzang aanheft over onmogelijke deadlines en docenten wier taalgevoel schittert door afwezigheid, val ik steevast bij.
In de wandelgangen van de VU, in de tien minuten naar het station en in de treinen tussen Zuid en Utrecht zijn we inderdaad praktisch een semi-Siamese tweeling. Maar daarbuiten… daarbuiten zouden we elkaar waarschijnlijk, zoals ze het vrijdag zei, binnen afzienbare tijd horendol maken als we continu op elkaars lip zaten.
Dat is echter niet wat onze schoolgenootjes horen en zien natuurlijk, en dus zijn we er allang aan gewend dat ze ons in één adem noemen. Maar om ons nou op één lijn te zetten met een historisch tweetal uit de Nederlandse televisiegeschiedenis… Het is de afzender van het bewuste mailtje vergeven aangezien hij een samenvatting stuurde van de tentamenstof (halleluja!), maar ik heb wel het idee dat ons duo-imago met zijn aanhef een heel nieuw niveau heeft bereikt:

‘Toet toet, boing boing Mieke en Lieke!!!’

rofl-klein

Mutsweek

Woe 18 maart 2009 at 20:26 | In Gloeiende gloeiende, Miep Miek in de bocht | 1 Comment

Het moet er even uit, en waar kan dat beter en ongestoorder dan hier? Dus daar gaat-ie: BLÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈGH!!!!!!!

Getverdegetver. Het wil niet deze week. School en ikke is normaal gesproken een prima combi, maar deze week even niet. Ik weet niet waarom, maar het loopt allemaal een beetje in het honderd deze dagen.

Het begon direct al maandagochtend. Eén keer, één enkel keertje maar dacht ik: ik neem twee treinen later. Ik blijf eens een halfuurtje langer liggen, dan ben ik nog steeds prima op tijd op school.
Had ik het maar niet gedaan… De trein van twee treinen later bleef vijftig meter voor Utrecht CS stilstaan met de mededeling dat het perron nog bezet was. En dat bleef tien tergend lange minuten zo. Eerst zag ik mijn vijf minuten overstaptijd met mogelijkheid tot het halen van koffie verdampen, en jawel, even later zag ik de trein naar Schiphol binnenkomen. En wij stonden nog steeds te wachten voor dat ene bezette perron (van de zestien die Utrecht er heeft :shock: ).
Uiteindelijk wist ik in een IC naar Schiphol te belanden, maar toen klonk de intercom: “Dames en heren, vanwege een storing stopt deze trein niet op Amsterdam Zuid maar zal direct doorrijden naar Schiphol Airport.”
Ik stapte weer uit, met stoom uit beide oren komend. Daar ging dus niet alleen mijn koffie en niet alleen het fijne, rustige halfuurtje tussen Utrecht en Zuid om te studeren, maar ik kon onderhand ook het hele college ComWet op m’n buik schrijven. Grrrr… k*t NS!! :mad: *excusez-moi*

Toen was daar de dinsdag. Eerst ging het nog goed; de deadline voor Publiceren stond op 14:00u en ik haalde ‘m. Netjes. Maar daarna ging het mis. Terwijl ik Publiceren doorstreepte in m’n agenda, schoot het door me heen: Shit, TIS!
Nu moet je weten dat TIS een fenomeen is op de VU. Maar dan niet in de positieve zin van het woord. TIS is het onoverzichtelijke registratiesysteem waarmee iedere student zich in moet schrijven voor colleges en tentamens. Geen fijn klusje dus. Maar ja, wil ik een beetje voorbereid het nieuwe blok inrollen over twee weken, dan heb ik toch wel én een rooster én een rijtje inschrijvingen in TIS nodig. En dus logde ik me maar in… om er twee minuten later achter te komen dat de deadline voor de inschrijvingen inmiddels verstreken is. Shit, shit, shit. Hoe kan míj dat nou overkomen?! Ik verlies nóóit dat soort dingen uit het oog. Wat nu?

Met rooster maar nog zonder TIS-inschrijvingen toog ik woensdag, vandaag dus, weer naar school. De trein reed op tijd, ik wist een half artikel door te werken onderweg en de koffie was lekker. Zouden de baaldagen dan nu voorbij zijn? Welnee. Mijn kwelgeest van vandaag was, tadadadaa… de printer.
De Letterenfaculteit is een prima faculteit. Echt waar, weinig op aan te merken. Behalve dan dat er op een luttele duizend studenten slechts twee printercopiers zijn. Ja, er zijn er wel meer, maar die zijn alleen bedoeld voor docenten. :roll: De studenten mogen zich knus samenproppen in een klein hok bij de liften.
Met allebei die printwonders kreeg ik vandaag ruzie. Het begon rond 10 uur toen printer nummer één vastliep in mijn stapel A4′tjes en vervolgens geen kik meer gaf. Uit- en weer inloggen hielp niet, boos worden niet, zelfs een opvoedkundige tik op het beeldscherm hielp niet.
Een uur later bleek ook nummer twee niet mijn grootste vriend. We hadden al ettelijke bomen opgebruikt en een pakketje voor Publiceren zou het laatste worden. Inmiddels behoedzaam geworden legde ik het pakketje in de kopieerlade, controleerde de instellingen en drukte op de groene knop. Ik had alleen één detail over het hoofd gezien: de printers bewaren de instelling van het aantal te draaien kopieën die de vorige gebruiker heeft ingesteld, weergegeven in een piepklein hoekje aan de rand van het scherm. Waarom dat zo is mag Joost weten, en omdat het zo onlogisch is vergeet je het maar al te gemakkelijk. En dus kon het gebeuren dat Miepje Miek niet één exemplaar stond uit te kopiëren, ook geen twee, maar maarliefst drie, want dat aantal stond er nog op. Ka-chiiing! Rollen maar met die euro’s.

Ik was de wanhoop en een woedeaanval nabij. Maar ik heb me ingehouden. Ik ben niet met dingen gaan smijten, ik heb niet staan schelden, ik heb zelfs niet heel hard en lang lopen mopperen. Het enige wat ik gedaan heb, is getergd verzuchten: “Ik heb echt een mutsweek.” Daarna ben ik naar buiten gelopen, de broodnodige zonnestralen in.

Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.