In de categorie ‘onhaalbaar’

Vrij 11 september 2009 at 17:18 | In Gloeiende gloeiende, Studieperikelen | 1 Comment

Ik moet ‘t hem nageven: Mr. Tangconstructie is beduidend beter met een kleine groep studenten dan voor een propvolle collegezaal. Eerlijk is eerlijk. Wel spreekt hij nog steeds in wonderlijke uitingen, maar ik kan hem dit jaar een stuk beter lij’en dan vorig jaar.
Maar een simpele rekensom… dat is onze nieuwe hoofddocent een brug te ver.

“Voor volgende week wil ik dat jullie per groepje een literatuurpresentatie houden.”
“Hoeveel artikelen moeten dat ongeveer zijn, meneer?”
“Ga maar uit van vijftig.”
Een kleine dertig hoofden schoten met een ruk omhoog.
“Vijftig?!?!”
“Ja zeg, we hebben nog meer vakken, hoor.”
“In één week tijd? Dat redden we nooit!”

Hoe hartgrondig we ook mopperden, Mr. Tangconstructie hield voet bij stuk en wilde het niet omlaag schroeven naar een wat haalbaarder aantal (vijf ofzo *grijns*). En zodoende zit ik nu achter m’n bureautje, redelijk met de handen in het haar.
Lieve Mr. Tangconstructie, mag ik u even voorrekenen?
1) Voor het bestuderen van één pagina uit een Engelstalig researchartikel staat vijf minuten, zo luidt de norm.
2) Een gemiddeld onderzoeksartikel bestaat op z’n minst uit vijftien pagina’s, vaker nog een veelvoud daarvan.
3) 5 minuten x 15 pagina’s x 50 stuks = 3.750 minuten.
4) 3.750 minuten staat gelijk aan 156,25 uren, wat weer gelijkstaat aan 3,9 volledige werkweken.
Legt u mij nou eens uit: denkt u echt dat we het met drie man per groepje gaan klaarspelen om 3,9 werkweken in zeven dagen te proppen? Nog los van onze andere vakken en – dat het nog bestaat mag een wonder heten – onze levens búiten de schoolmuren?

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de zoektocht naar die artikelen… Grmpf.

Kookpunt bereikt

Maa 17 augustus 2009 at 23:23 | In Gloeiende gloeiende, Studieperikelen | 1 Comment

In een ver verleden was ik ooit een schooljaar lang hoofdredacteur van de studentenkrant. En bij een hoofdredacteurschap hoort natuurlijk een hoofdredactioneel commentaar in elke uitgave. Ik kan me nog helder voor de geest halen hoe ik halverwege het schooljaar een venijnig stuk tikte over het gebrek aan heldere communicatie op school. ‘We mogen dan wel een opleiding Communicatie in huis hebben, maar aan de communicatie met een kleine c schort het maar al te vaak.’ Kritiek en verontwaardiging waren mijn deel. De redactieraad was niet blij met mijn epistel. “Hoe kun je dit nou doen, Miek? We staan met die krant op studiebeurzen! En dít is dan wat aankomend studenten lezen?”
Ja, dat was inderdaad wat ze lazen. Want het was de waarheid, en niks minder. En de waarheid, dat is het hoogste goed van een journalist. Dus hoe hoog de berg kritiek ook was, straffen konden ze me niet.

De afgelopen dagen heb ik vaak gewenst dat ik weer in de positie was om ongezouten kritiek te leveren zonder ervoor gestraft te worden. Want allemachtig, wat schort het soms aan duidelijke en eerlijke communicatie bij ons op de Letteren-afdeling van de VU. Concreter: wat kunnen sommige docenten zich toch enorm verschansen in hun ivoren torens en zich geen sodemieter aantrekken van hun studenten. Nog concreter: ik vind het on-voor-stel-baar dat docenten met nota bene een doctor-graad in de Communicatiewetenschap, blijk geven van compleet ondermaatse, volstrekt onprofessionele communicatiepraktijken.

Bah. Bah, bah, bah. Wat heb ik deze weken gebaald van een docent van mij. Terwijl we al twee maanden geleden (!) ons werkstuk ingeleverd hadden, vond mevrouw het nog steeds niet nodig de cijfers daarvoor bekend te maken. En dat terwijl 1 september steeds dichterbij komt, de datum waarop we onze cijferlijst compleet moeten hebben. Want zonder complete cijferlijst geen toegang tot het Masterjaar.
Dat is iets wat mevrouw de docent maar al te goed weet, en toch vertikt ze het om op herhaaldelijke e-mails van mij en mijn groepsgenoten te reageren. Totaal onbereikbaar, ver boven het studentenvolk verheven. Dagen- en dagenlang geen reactie. Nul komma nul. Nog niet het minste ‘Sorry, ik ben er nog mee bezig’.

Tot vandaag.
Vanavond rolde het volgende mailtje mijn inbox in:

Beste allemaal,
Hopelijk zijn jullie allemaal goed uitgerust van vakantie!
De cijfers zijn naar de studentenbalie gemailed. Excuses dat deze pas zo laat zichtbaar zijn. Door werkzaamheden aan het intranet had ik geen toegang tot een deel van de cijfers en kon de eindcijfers dus niet berekenen en toen een en ander weer toegankelijk was, was ik met vakantie.

Mijn mond viel open van verbazing en van withete verontwaardiging. Jij flutdocent die je bent!! Ongelooflijk onprofessioneel wicht dat je er rondloopt! DAN MAIL JE TOCH EVEN WAT ER AAN DE HAND IS VOORDAT JE OP VAKANTIE GAAT!!!!! :x Hoe moeilijk is dat?! En dít is dan hoe je je ervanaf maakt? :shock:
Ik ben woedend. Dit is by far een van de schijnheiligste mails die ik ooit gelezen heb.

Wie zó met zijn studenten omgaat, is zijn doctor-titel volstrekt onwaardig. Dat zou ik geschreven hebben als ik vandaag hoofdredacteur van de studentenkrant geweest was. En het zou de waarheid geweest zijn.
Helaas ben ik niet meer dan een van de vele duizenden gewone studenten op de VU, en helaas mag ik me erop ‘verheugen’ komend jaar opnieuw colleges van deze docent te gaan volgen.

Zodoende weet ik maar al te goed dat het zeer in mijn eigen nadeel is om mijn mond open te trekken en een klacht in te dienen bij de studentenraad.

Zodoende sus ik mezelf, net als iedereen, met de gedachte: Ik heb m’n cijfer nu, da’s het belangrijkste.

En zodoende kan deze belabberde docent rustig doorgaan met haar belabberde manier van communiceren en een nieuwe lichting studenten grijze haren bezorgen.

Maar oh, wat jeuken mijn vingers om haar een heel, heel, héél lelijke e-mail te sturen. :evil:

Wat je noemt een averechts effect

Di 4 augustus 2009 at 21:57 | In Gloeiende gloeiende | Leave a Comment

Je kunt de klok erop gelijk zetten. Enfant terrible Arie Boomsma laat van zich horen, en meteen staat heel Hilversum op z’n kop. En dat net terwijl ik op vakantie ben, verdikkeme.

Heb je het gevolgd deze dagen? Nou, ik dus ook niet, tot gisteravond.
In het kort: de EO heeft een uitdagend nieuwe televisieformat ontwikkeld: ‘Loopt een man over het water…’. Een programma uit de koker van Boomsma, waarin niet-christelijke cabaretièrs a la carte blanche hun zegje mogen doen over Jezus. Een prikkelend, provocerend idee dat praten en discussiëren over het christendom een nieuwe impuls zou moeten geven. Guido Weijers zou later deze maand het spits afbijten.
Pittig idee, zou je zeggen. Mits tot in de puntjes uitgewerkt zou dat weleens heel tof kunnen gaan worden. Een deel van de EO-achterban bleek er echter niet zo content mee. Nadat het nieuws bekend werd, zegde een onbekend maar wel groot aantal leden het lidmaatschap op, wat de directie van de omroep gisteren, luttele dagen later, deed besluiten om het format te schrappen. Gevolg, uiteraard: verontwaardiging en onbegrip alom, van RTL Boulevard tot en met het ANP.

Zucht. Ja hoor, we zijn er weer eens. ‘De christen’ is weer het zwarte schaap. Kortzichtig, onverdraagzaam, oogkleppen op, naïef. Halleluja! Het plaatje staat er weer mooi op. :?
Als ik even tegengas mag geven: natuurlijk zitten veel christenen niet op zo’n format te wachten. Hallooo! Wakey wakey, denk eens na. Het is in de cabaretcultuur van ons land al jaren gemeengoed dat cabaretièrs grappen over Jezus maken, en die zijn allang niet meer kantje boord maar gaan vaak ver over de grens van het respect voor de ander. Bovendien moet die ander het maar goedvinden ook, de algemene maatschappelijke reactie is immers: “Zeik niet, wen er maar aan”.
Waarom zou je het dan goedkeuren dat je eigen omroep nóg meer podium aan die cultuur wil geven en de meewerkende cabaretièrs carte blanche geeft om te zeggen wat ze willen? Natuurlijk ben je dan niet blij! Dat heeft niks met oogkleppen en kortzichtigheid te maken, maar met de – zeer reëele – angst om gekwetst te worden in een heel dierbaar deel van je leven. Natuurlijk roept dat weerstand op. Wie dat niet kan begrijpen moet misschien zijn éigen kortzichtigheid maar eens peilen…

Begrijp me overigens niet verkeerd. Ik zou absoluut voor de tv gezeten hebben, het lijkt me een razend interessant programma. Guido is een van mijn favoriete cabaretièrs, en ik denk hij er in zou zijn gegaan met de intentie om te prikkelen, niet om te kwetsen. Man, hij was naar eigen zeggen de Bijbel al gaan lezen! Hoe gaaf is dat?! :D
En wat flauwe, gemene, kwetsende grappen over Jezus betreft: die kan ik met een beetje moeite wel van m’n schouders laten glijden. Ik vind ze meestal niet leuk, ik kan er zelden om lachen, maar what goes around, comes back around. Ik geloof dat je aan het einde van de rit verantwoording af te leggen hebt over hoe je het leven dat je gekregen hebt geleid hebt, ongeacht waaruit je dan ook denkt dat dat leven voortgekomen is. Wie moedwillig anderen pijn doet, zal daarvan de rekening gepresenteerd krijgen.

Maar oh, wat vind ik het jammer dat het weer zo moet gaan. De EO, haar leden en christenen in het algemeen zijn weer het zwarte schaap waar iedereen over valt. Arie Boomsma is de held die zo veel beter af zou zijn buiten de geitenwollensokkenfamilie. De kloof tussen christenen en niet-christenen is weer ettelijke meters groter geworden. En waar dient het allemaal toe? Nergens.
Ik denk dat de wijze woorden van onze first man JP Balkenende maar weer eens uit de kast getrokken mogen worden: volmondig ‘ja’ tegen vrijheid van meningsuiting, maar verlies de ander niet uit het oog. Die woorden komen weliswaar uit de context van Geert Wilders en zijn Fitna, maar zijn denk ik op deze situatie net zo goed van toepassing. Zeggen wat je denkt en rekening houden met de ander kunnen niet zonder elkaar. Kwetsen en beledigen lost niets op, net zomin als angstvallig de gelederen sluiten en de oogkleppen polijsten. Het brengt mensen niet dichter tot elkaar, het zorgt alleen maar voor meer frictie en meer onbegrip. En dat is nu juist wat we niet kunnen gebruiken als we het met z’n allen willen volhouden om elke vierkante kilometer met honderden mensen te bewonen.

Mutsweek

Woe 18 maart 2009 at 20:26 | In Gloeiende gloeiende, Miep Miek in de bocht | 1 Comment

Het moet er even uit, en waar kan dat beter en ongestoorder dan hier? Dus daar gaat-ie: BLÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈGH!!!!!!!

Getverdegetver. Het wil niet deze week. School en ikke is normaal gesproken een prima combi, maar deze week even niet. Ik weet niet waarom, maar het loopt allemaal een beetje in het honderd deze dagen.

Het begon direct al maandagochtend. Eén keer, één enkel keertje maar dacht ik: ik neem twee treinen later. Ik blijf eens een halfuurtje langer liggen, dan ben ik nog steeds prima op tijd op school.
Had ik het maar niet gedaan… De trein van twee treinen later bleef vijftig meter voor Utrecht CS stilstaan met de mededeling dat het perron nog bezet was. En dat bleef tien tergend lange minuten zo. Eerst zag ik mijn vijf minuten overstaptijd met mogelijkheid tot het halen van koffie verdampen, en jawel, even later zag ik de trein naar Schiphol binnenkomen. En wij stonden nog steeds te wachten voor dat ene bezette perron (van de zestien die Utrecht er heeft :shock: ).
Uiteindelijk wist ik in een IC naar Schiphol te belanden, maar toen klonk de intercom: “Dames en heren, vanwege een storing stopt deze trein niet op Amsterdam Zuid maar zal direct doorrijden naar Schiphol Airport.”
Ik stapte weer uit, met stoom uit beide oren komend. Daar ging dus niet alleen mijn koffie en niet alleen het fijne, rustige halfuurtje tussen Utrecht en Zuid om te studeren, maar ik kon onderhand ook het hele college ComWet op m’n buik schrijven. Grrrr… k*t NS!! :mad: *excusez-moi*

Toen was daar de dinsdag. Eerst ging het nog goed; de deadline voor Publiceren stond op 14:00u en ik haalde ‘m. Netjes. Maar daarna ging het mis. Terwijl ik Publiceren doorstreepte in m’n agenda, schoot het door me heen: Shit, TIS!
Nu moet je weten dat TIS een fenomeen is op de VU. Maar dan niet in de positieve zin van het woord. TIS is het onoverzichtelijke registratiesysteem waarmee iedere student zich in moet schrijven voor colleges en tentamens. Geen fijn klusje dus. Maar ja, wil ik een beetje voorbereid het nieuwe blok inrollen over twee weken, dan heb ik toch wel én een rooster én een rijtje inschrijvingen in TIS nodig. En dus logde ik me maar in… om er twee minuten later achter te komen dat de deadline voor de inschrijvingen inmiddels verstreken is. Shit, shit, shit. Hoe kan míj dat nou overkomen?! Ik verlies nóóit dat soort dingen uit het oog. Wat nu?

Met rooster maar nog zonder TIS-inschrijvingen toog ik woensdag, vandaag dus, weer naar school. De trein reed op tijd, ik wist een half artikel door te werken onderweg en de koffie was lekker. Zouden de baaldagen dan nu voorbij zijn? Welnee. Mijn kwelgeest van vandaag was, tadadadaa… de printer.
De Letterenfaculteit is een prima faculteit. Echt waar, weinig op aan te merken. Behalve dan dat er op een luttele duizend studenten slechts twee printercopiers zijn. Ja, er zijn er wel meer, maar die zijn alleen bedoeld voor docenten. :roll: De studenten mogen zich knus samenproppen in een klein hok bij de liften.
Met allebei die printwonders kreeg ik vandaag ruzie. Het begon rond 10 uur toen printer nummer één vastliep in mijn stapel A4′tjes en vervolgens geen kik meer gaf. Uit- en weer inloggen hielp niet, boos worden niet, zelfs een opvoedkundige tik op het beeldscherm hielp niet.
Een uur later bleek ook nummer twee niet mijn grootste vriend. We hadden al ettelijke bomen opgebruikt en een pakketje voor Publiceren zou het laatste worden. Inmiddels behoedzaam geworden legde ik het pakketje in de kopieerlade, controleerde de instellingen en drukte op de groene knop. Ik had alleen één detail over het hoofd gezien: de printers bewaren de instelling van het aantal te draaien kopieën die de vorige gebruiker heeft ingesteld, weergegeven in een piepklein hoekje aan de rand van het scherm. Waarom dat zo is mag Joost weten, en omdat het zo onlogisch is vergeet je het maar al te gemakkelijk. En dus kon het gebeuren dat Miepje Miek niet één exemplaar stond uit te kopiëren, ook geen twee, maar maarliefst drie, want dat aantal stond er nog op. Ka-chiiing! Rollen maar met die euro’s.

Ik was de wanhoop en een woedeaanval nabij. Maar ik heb me ingehouden. Ik ben niet met dingen gaan smijten, ik heb niet staan schelden, ik heb zelfs niet heel hard en lang lopen mopperen. Het enige wat ik gedaan heb, is getergd verzuchten: “Ik heb echt een mutsweek.” Daarna ben ik naar buiten gelopen, de broodnodige zonnestralen in.

Mister Tangconstructie

Maa 2 februari 2009 at 19:59 | In Gloeiende gloeiende, Studieperikelen | 1 Comment

Een nieuwe week, met een nieuw blok, nieuwe vakken en nieuwe docenten… Het leven van een premaster-student aan de VU is allesbehalve saai. Zo kan het je maar zo gebeuren dat je de ene week nog tussen derdejaars DAC’ers zit en een paar dagen later pardoes in een bomvolle collegezaal eerstejaars belandt. En dat verschil merk je, o jazeker (zoals L in de pauze zei: “Ze zijn gewoon tien jaar jonger dan ik! Tien jaar!”).

Die eerstejaars en de tot de nok toe gevulde collegezaal waren niet zozeer het probleem vanmorgen. Wat er voor de klas verscheen, dáár had ik direct problemen mee.
“Als ik praat, zijn jullie stil. En als je je niet op tijd hebt ingeschreven op intranet, kun je een boete verwachten en wordt je tentamencijfer ingehouden zolang die boete niet geïnd is.” Dat was zo’n beetje zijn introductie van zichzelf en van het vak, en iedere keer als er ook maar het minste geroezemoes uit de zaal opklonk, viel hij demonstratief stil terwijl zijn wenkbrauwen naar grote hoogte rezen.
Mijn nekharen stonden meteen overeind. Getver! We zitten toch zeker niet meer in de brugklas?! :shock:
Gedurende de rest van het blokuur bleven die nekharen regelmatig overeind springen:
(vergezeld van smerige grijns) “Ja, het is veel literatuur, ja. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om het boek niet te lezen en onvoorbereid naar de colleges te komen, maar dan verzeker ik je dat je al snel flink nerveus zult worden.”
“Let maar op, we gaan jullie hersenspoelen. Wij proberen je hier om te vormen tot communicatiewetenschapper, in plaats van zomaar iemand die hier studeert.”

Bah. Ieeeewl bah. Ik weet dat het niet netjes is om iemand instinctief niet te mogen, maar ik denk dat hij het voor mekaar heeft gekregen om in anderhalf uur tijd een flinke antipathie bij mij te kweken. Zodanig zelfs, dat ik na nog geen drie kwartier al verzuchtte: “Mogen we alsjeblieft de Kwelgeest terug?!” :(
Over Kwelgeest gesproken: in traditie met onze eerdere bijnaam-creatieve-invallen hebben we onze nieuwe docent omgedoopt tot Mister Tangconstructie, aangezien zijn toelichting bij de PowerPoint sheets bestaat uit zinnen die werkelijk éllenlang doorgaan met dozijnen denkbeeldige komma’s ertussen. Lijkt me leuk om die eens te transcriberen. *evil grin* Uiteraard word je wel direct voor zulke negatieve gedachtes gestraft, en dus mag je één keer raden tegen wie ik na het college aangeklemd stond in de volle lift naar beneden… juistem. :roll:

Jammer. Echt jammer. Ik had nou juist zo’n zin in dit vak. :( Ik hoop maar dat-ie bij wijze van spreken last van z’n hormonen had (mannen schijnen ook soort van ongesteld te kunnen worden, heb ik laatst ergens gelezen :mrgreen: ).
In elk geval ga ik me na dit frustatieblogje maar eens spoeden naar een onverwacht maar welkom feestje – en dat op maandagavond. ;)

Hollands ‘glorie’ (11jan08)

Vrij 30 mei 2008 at 22:09 | In Gloeiende gloeiende, Rare jongens die Hollanders | Leave a Comment

Weet je wat ze van mij direct, liever nog gisteren dan vandaag, in de ban mogen doen? Deze:

…en deze:

…en al hun broertjes, zusjes, neefjes, nichtjes en andere soortgenoten. Met een speciale, langzame, splintertje-voor-splintertje-vernietiging van het exemplaar dat vanmiddag bij de uitgang van de Jaarbeurs stond…

Bepakt en bezakt met stapels onvermijdbare folders, loop ik vanmiddag de Vakantiebeurs af, waar ik voor FEM een bezoekje aan Singapore Airlines heb gebracht. Bepaald geen straf, en uiteraard heb ik me daarna nog even lopen vergapen aan de hallen van Latijns-Amerika en Spanje, waar een heerlijk klinkende driekoppige act uit Asturias optrad. Even de nodige surrogaat-vitamine D opdoen, nu de zon zich deze regenachtige dag achter de wolken verschuilt. :-)
In opperbeste vakantiestemming en zachtjes een nummer van Camarón voor me uit neuriënd, loop ik na een uur of twee weer richting uitgang, de druilerige vrijdagmiddag in. En wat is het eerste dat mijn oren opvangen op het moment dat ik buiten kom? Juist…
Het ‘muziek’ verspreidende gedrocht martelt m’n trommelvliezen met zijn schelle klanken en verspert me de weg. En het plekje waar ik eventueel nog langsop zóu kunnen, wordt in beslag genomen door een even lange als brede, kale, grijnzende kaaskop, die op zo’n onvoorstelbaar a-ritmische manier z’n geldbakje mee laat rammelen op de maat van de ‘muziek’, dat het bijna knap is. Grmpf. Ik gok dat ik de, overigens vast niet onsympathieke kerel onbewust een woedende blik heb toegezonden, want zijn vriendelijke ‘Goedemiddag!’ blijft steken bij ‘Goe…’ als ik hem en zijn obstakel passeer.

Ik been verder richting station, en zet flink de pas erin om zo snel mogelijk aan Frans Bauer De Draaiorgelversie te ontkomen. Het deuntje in m’n hoofd ben ik kwijt, en de vakantiemood heeft ook een knauw gekregen. En bedankt he. :-? Hoe groot wil je het contrast hebben?! Het ene moment loop je tussen een mensenmenigte die zich in gedachten al waant in de zon, hartje zomer, genietend van de warmte en levendige klanken van het Zuiden, en een paar meter verderop struikel je bijna over je eigen plompe Hollandse cultuurerfgoed… Cultuurshock is wellicht een betere term in dit geval. Wat zijn we muzikaal toch ook een armzalig landje, vergeleken bij de rijke tradities van elders. Zeg nou zelf, wie een bolero of flamenco hoort weet direct dat hij met Spaanse invloeden van doen heeft. Idemdito voor jazz en New Orleans, en voor country en het zuiden van de VS. Maar wat is nou echt typisch Nederlands? Een stel jumpstylende kroegtijgers? De klompendans? Een carnavalsversie van Goeiemoggel! die nu de Top40 komt bestormen (ik vrees met grote vreze)? Een draaiorgel?…

Sneeuw met Kerst? Vergeet het maar (20dec07)

Vrij 30 mei 2008 at 22:03 | In Gloeiende gloeiende | Leave a Comment

Deze eerste echte winterdagen moeten een genot zijn voor natuurfotografen. Loodgrijze luchten die heel af en toe een zweempje waterig zonlicht doorlaten, en overal laagjes bevroren rijp… ieder takje en blaadje is omwikkeld met een glinsterend wit laagje. Prachtig!

Toen ik vanmorgen wakker werd, leek het dan ook alsof het gesneeuwd had. Wat een mooi wit wereldje. En warempel, ze vielen vanmiddag: de eerste sneeuwvlokjes! Flinterdun weliswaar en blijven liggen deden ze niet, maar ze waren wit en dwarrelden uit de hemel naar beneden, dus: sneeuw! :-D
Mezelf verliezend in het wintersprookje, reed ik ’s middags over de Rondweg naar m’n ouders. Maar wie kwam daar, op Radio 1, mijn mooie winterdroom acuut bruut verstoren? Marjon de Hond.

“Marjon de Hond, met het weer.”
“Helaas, in het hele land hebben we last van zware bewolking, waardoor de zon weinig kans krijgt. In het midden van het land komt plaatselijk uitsneeuwende mist voor, en…”

Uitsneeuwende mist?! What the… Wat is dat nu weer voor term?! :-?
Oh ja, dus het mag tegenwoordig niet eens meer sneeuw heten, als er een paar miezerige vlokjes naar beneden komen, zelfs ‘natte sneeuw’ is niet meer correct. Nu de zomer in Nederland geen echte zomer meer blijkt te zijn, moet dus ook de definitie van wintertaferelen maar op de schop, ofzo?
Ik zie het al voor me als de lading wintersportende Nederlanders na de Kerst weer terugkomt.
“En, hoe was je vakantie?”
“Oh geweldig! Wat een bakken sneeuw zijn er gevallen zeg, sjonge jonge jonge. En jullie? Zowaar toch nog een beetje sneeuw gehad met Kerst?”
“Nee, dat niet… alleen hier en daar wat uitsneeuwende mist…”

Wurgneigingen (22jun07)

Vrij 30 mei 2008 at 21:34 | In Gloeiende gloeiende | Leave a Comment

Albert Verlinde. Boegbeeld en stamnicht van het onvolprezen *kuch* RTL Boulevard. Een tiep dat je ofwel omarmt, ofwel niet uit kunt staan. Mijn tante (die van de ijssalon, ja ;-) ) is helemaal weg van hem; Robert Jensen, de stamnicht-in-denial van RTL5, heeft hem lang geleden al de oorlog verklaard. Mijn strategie: ik mijd ‘m zoveel mogelijk. Gewoon met een grote boog omheen zappen, langs Het Journaal, Eén Vandaag en The Nanny (butler Niles is en blijft mijn tv-held :-) ). Ik heb geen hoge pet op van Boulevard… Om het met Simone te zeggen: hun bestaansrecht lijkt enkel en alleen andermans ellende zijn.

Maar nu is het menens. Ik heb mijnheer Verlinde lang getolereerd op mijn kabelnetwerk, maar nu heeft ‘ie echt het absolute nulpunt bereikt.
Wat er gebeurd is? Wel… Ene Jeroen van der Boom, een Nederlandse zanger die ik niet ken maar die her en der wat succesjes gescoord schijnt te hebben, is op het lumineuze idee gekomen om een cover te maken van Silencio, een van de recente hits van mijn latin held. Het nummer heet Jij Bent Zo, klinkt erg lekker (duh, het is muzikaal een exacte kopie), heeft aardig wat hitpotentie en is vandaag op de markt verschenen.
Vanmiddag tijdens een SOG-pauze *grijns* tik ik, nieuwsgierig, de titel in op Google. Het levert niet bijzonder veel op, maar viavia kom ik wél bij twee items van Boulevard terecht, een daterend van vorige week woensdag 13 juni, en een van de dag erna. Hmmz… naja, dan maar even tegen het smoelwerk van Kwalbert aankijken (zoals Jensen hem altijd noemt :-) ). Het eerste item is een interview met Jeroen op de locatie waar zijn videoclip opgenomen wordt. Tot mijn grote verbazing hoor ik hem daarin met een superserieus gezicht zeggen: “We hebben heel erg gezocht om een eigen stijl te creëren, ik ben bijzonder trots op het resultaat. Dit is echt het beste wat ik ooit gemaakt heb.”

Pardon? Wat JIJ ooit gemaakt hebt?! EIGEN stijl creëren?! Dat dacht ik dus even niet!
Ik kijk het item af om te zien of de júiste credits ook nog voorbij komen, maar er wordt met geen woord gerept over cover of David of wat dan ook.
Lichtelijk geïrriteerd klik ik door naar het item van de dag erna. Daphne Bunskoek opent: “Jeroen van der Boom zei gisteren eindelijk zijn eigen geluid gevonden te hebben, maaaarrrr kijkers hebben ons gemaild!” “Jahaa,” reageert Verlinde direct (die bovenop het onderwerp duikt – want het is een schandaal in de dop!), “die mailden en schreven: ‘Ja maar wacht eens even, dit nummer is van een Spanjaard die er een enorme hit mee gescoord heeft!’.”
Ha, gerechtigheid! Kijk, zo hoort het. Albert braakt er nog wat volzinnen uit over dat ze Jeroen erover gesproken hebben, en ondertussen hoop ik heftig dat er een paar foto’s of videoshots van Silencio voorbij zullen komen. Zachtjes roffel ik met m’n vuisten op m’n bureau. Toe nou, toe nou… Ik mag het dan een flutprogramma vinden, het scoort wel als een tierelier, dus geheid dat in ieder geval een slordige vijftig- a honderdduizend man David dan hun huiskamer in krijgt. En al zou het maar een paar seconden duren, het is toch mooi gratis reclame. Toe nou… Kom op met die clip…

Eerst komt Jeroen natuurlijk nog aan het woord. Een hoop blabla, excuses excuses, “Ik heb het allemaal niet zo bedoeld”, “Nee, we hebben echt wel de rechten ervan gekocht”, en het beeld gaat weer terug naar de studio. En dan, dan zie ik achter Daphne een bekend hoofd op het scherm verschijnen. Yes! Oke, daar gaan we…
Ik kruip op het puntje van m’n stoel en stel blij vast dat het latinogezicht met de formidabele wenkbrauwen vol in beeld is. Top! Top! Top! Maar welke idiote, stompzinnige, achterlijke, het iq van een kiwi bezittende blonde kijkcijferlokdoos weet het op het moment supreme alsnog te verknallen? Juist, Kwalbert. Want wat zegt meneer:

“Het origineel is van deze jongen, ene David Bisbal… Nou, dat móet wel een naturist zijn met zo’n naam.”

WAT?!
Vlak daarna komen tien seconden lang de zo gewilde shots van Silencio in beeld, maar ik hoor en zie het al niet meer. Het enige wat door mijn hoofd suist, is: AAARRRGGHHHH!!!!!!!!!!!
Terwijl Daphne braaf mee gniffelt met Verlinde, die zijn eigen geintje buitengewoon geweldig vindt, spring ik op van m’n stoel. “Neem dat terug!!” roep ik tegen de figuur in de Media Player. “Gij eikel! Je kunt nog niet eens een simpele, tweelettergrepige achternaam juist uitspreken! Je moet het op z’n Spaans zeggen, debiel, niet op z’n Nederlands! Met lánge klinkers, niet met korte klinkers! GAAT HEEN!!” (en vermenigvuldig jezelf vooral níet :-P )

Overlopend van frustratie loop ik naar de keuken en schenk mezelf grommend nog een kop thee in. Mijn temperatuur is ongeveer gelijk aan die van de inhoud van de waterkoker. Ik kook. This is it. Dit is de druppel. Ik vond Boulevard altijd al mijn tv-tijd onwaardig, maar nu gaat er in het penthouse écht een boycot op. En ik hoop voor Meneer Hersenloos-Maar-Zie-
Mij-Eens-Geweldig-Zijn dat hij deze zomer niet op vakantie gaat naar Spanje, want ik denk dat ik dan een flinke bende lokale vrouwelijke huurlingen ga mobiliseren. Grrrr…

Krijsend mormel (16mrt06)

Woe 28 mei 2008 at 22:55 | In Gloeiende gloeiende | Leave a Comment

Ik ben een behoorlijke kletskous, mag ik wel zeggen. Niet dat ik na de vrouw van de bakker nou de grootste roddeltante van de wijk ben (cliché! ;-) ), maar ik hou wel van een praatje en vind het heerlijk om met vrienden lange bomen op te zetten over de meest uiteenlopende onderwerpen. Prettig gezelschap, drankje erbij, openhaardje aan, een goed gesprek, zo mag ik graag mijn avonden doorbrengen. Ik ben een sociaal kippie :-)

In het hele spectrum van gespreksonderwerpen en babbelthema’s zijn er dan ook maar twee dingen waar ik een onuitstaanbare hekel aan heb. Eén: voetbal (kan mij het nou schelen hoe die bal net op de lat ging?!), en twee: kinderen.
Het eerste weet ik goed te vermijden. Maar dat tweede… het lijkt wel alsof het woord ‘kinderen’ op slag overal valt het laatste jaar. Het zal er wel aan liggen dat mijn vrienden zich – net als ik – in hun twenties bevinden en ofwel verliefd, verloofd of getrouwd zijn. Hoe het ook zij, dat rottige onderwerp komt steeds vaker om de hoek kijken. En altijd, áltijd, wordt mij dan weer de vraag gesteld: ‘En Miek, ben je al over je ik-wil-nooit-kinderen-periode heen?’
Nou, nee dus. Ik heb die periode al sinds m’n veertiende, en ik ben hartelijk van plan om in die fase te blijven hangen totdat ik tachtig ben. Mijn vrienden en familie weten heel goed dat ik die kleine hummels niet moet, en dat zich direct een donderwolkje boven mijn hoofd vormt zodra het onderwerp koters aan bod komt. En dat schijnen ze me altijd lekker even onder de neus te moeten wrijven. ‘Ach, jij trekt wel bij, ik spreek je over tien jaar nog wel eens’.

Blegh. Kots. Bah. Ik moet ze niet, punt uit. Ik omgeef me nog liever met een nest jonge Beagles (zoals van de zomer gebeurde :-) , dan dat ik zo’n kleintje even vijf minuten vast moet houden totdat mamma terug is. Daar heb ik gewoon een hekel aan, sorry. Ik voel me dan altijd heel erg ongemakkelijk worden.
‘Maar waarom dan?’, wordt me vaak gevraagd. ‘Dat is toch liehief, zo’n kleintje?’ Nou, dat vind ik dus niet. En als je wilt weten waarom, had je vanmiddag naast me in de rij voor de Albert Heijn-kassa moeten staan…

Ik was in een opperbest humeur, totdat achter mij in de rij een moeder met haar kind aansluit. Moeder is blond, modieus gekleed en ik gok ergens achterin de dertig. Kind is al even blond, ik begrijp zes jaar oud en luisterend naar de naam Bart, en doet niks anders dan… krijsen. Janken, jammeren, jengelen, zaniken, een grote smoel opzetten en de aandacht van de hele winkel trekken. ‘IK WIL DAT NIET ETEN! IK WIL WAT ANDERS HEBBEN! MAMMAAAA! MWÈÈÈH!’
Zucht. Als iets in staat is mijn goeie humeur om te doen slaan in een chagrijnige woedeaanval, dan is het wel zo’n zanikend rotjoch. Ik klem m’n kaken op elkaar, grom binnensmonds en ga verder met m’n spullen op de kassaband te leggen. Moeder heeft duidelijk ervaring met de buien van haar koter, dus ze negeert het jochie en begint haar spullen op de band te leggen zodra ik daarmee klaar ben.

Maar de kleine geeft niet op. Stampvoetend trekt hij mamma’s tas van haar schouder en het volume gaat nog een paar schuiven omhoog. ‘MAMMA! IK WIL DAT NIET! IK WIL NIET BOONTJES! JIJ MOET ANDERS HALEN! MAMMAAAA!’
Moeder, te beoordelen naar haar uiterlijk een intelligente vrouw die haar goedlopende carrière heeft opgegeven voor het moederschap, krijgt een verbeten trek op haar gezicht, maar blijft in haar stem kalm. ‘Bart, ik wil dat jij gezond eet, en dus krijg je boontjes. En als je je boontjes niet eet, krijg je helemaal niets.’
Onmiddelijk volgt er een nieuw salvo. ‘MAMMAHAAHAA! IK WIL DAT NIET! JIJ BENT STOM!’
‘Bart, houd je mond. Je bent zes jaar oud, maar je doet alsof je een baby bent. Nu houd je op met schreeuwen en help je mamma met de boodschappen.’
‘NEE! DAT DOE IK NIET! IK WIL EERST ANDERE SNOEPJES!’
‘Bart, zo is het genoeg. Ik heb deze snoepjes voor je uitgekozen, en daar blijft het bij.’
‘NEE! NEE! MWÈÈÈÈÈH!’

Ik word gek hier. Mijn boodschappen zitten ondertussen in m’n tas, en ik moet liplezen om te verstaan dat de cassière om mijn Bonuskaart vraagt, want haar stem komt niet boven het gekrijs van de blonde etterbal uit. Ik koel mijn woede op het gefrustreerd intikken van mijn pincode. Ram, ram, ram, ram. Terwijl de cassière mij m’n bonnetje aangeeft, begint Bart tegen z’n moeders schenen te schoppen. De beheerste uitstraling van moeder verdwijnt en ze grijpt het joch bij z’n armen.
‘Nu ga jij even heel snel naar me luisteren. Je houd op met schreeuwen, je gedraagt je en je gaat zometeen de boodschappen in de tas doen. Doe je dat niet, dan sluit ik je straks direct op op je kamer.’
‘AU, AU! JIJ MAG MIJ NIET PIJN DOEN! LAAT ME LOS! LAAT ME LOS! JE MAG ME NIET OPSLUITEN!’
Ik klem mijn handen om de hengsels van m’n tas om te voorkomen dat ik het joch een enorme draai om z’n oren verkoop. Ik been naar buiten, en kijk nog één keer om terwijl ik richting de fietsenstalling loop. Het gekrijs van het ventje is zelfs door de dikke glazen ruiten heen nog te horen. Het gezicht van moeder is rood aangelopen van woede en schaamte, terwijl ze van alle kanten chagrijnige blikken toegeworpen krijgt. Ik loop snel door, prop de boodschappen in m’n fietstas en koel een beetje af als ik door de snijdende wind naar huis geblazen wordt.

Mijn hemel. En dát moet mijn toekomst zijn? Dát moet ik willen? Ik dacht het niet! Zeker eerst vier jaar ploeteren op je diploma, dan een jaar of wat werken en vervolgens al je kennis en ervaring aan de wilgen hangen om de luiers van zo’n ondankbaar mormel te gaan verschonen… No way! Ik snap werkelijk niet dat er mensen zijn die dat willen en nu al, op hun één-, tweé-, drieëntwintigste een planninkje hebben: straks trouwen, dan een jaar of vier samen, en dan, ja dan zouden we toch wel graag een baby’tje willen…

Van mij mag je hoor, daar niet van. Als een stel dat echt graag wil en er de consequenties van overziet; vooral doen. Ik begrijp er wel geen snars van, maar mijn zegen heb je. Maar please, vraag me nooit om op je kleintje op te komen passen, want dan ga ík krijsen.

Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.