Oorzaak – gevolg?
Zat 5 september 2009 at 17:30 | In Miep Miek in de bocht, Studieperikelen, Vrouwen | 1 CommentDe oogst van één week masterjaar:
- Een 8,5 voor m’n PNM-website. *o yeah!*
- Twee Cinnamon Sunsets die geen Cinnamon Sunset meer mogen heten.
- Een stapel readers die in een verontrustend hoog tempo aangroeit.
- Twee abstracts geschreven voor Metaphor, 22 to go.
- Drie werkstukken in het vooruitzicht.
- Eén onderzoeksvoorstel klaar, één in wording.
- Minimaal vier literatuurpresentaties op komst.
- Een agenda vol met to-do-lijstjes. Per dag, welteverstaan.
- Ik loop NU AL achter met m’n leeswerk.
De oogst van de zaterdag na de eerste week masterjaar:
- Ettelijke euro’s armer.
- Twee paar schoenen rijker.
Wat is dat toch met vrouwen, dat niets zo goed helpt om even stoom af te blazen als winkelen? *grijns*
Freudiaans?
Zat 4 juli 2009 at 01:09 | In Miep Miek in de bocht | 1 CommentVanavond in Utrecht, met z’n drieën aan de tapas aan de Oude Gracht:
“Hoe is ‘t met je scriptie, Miek? Bijna af?”
“Biiiijna. Morgen de laatste hoofdstukken nog en dan mogen jullie ‘m lezen. De afgelopen dagen heb ik nog flink zitten knuffelen aan… Eh! Knutselen aan het theoretisch kader, bedoel ik. Knutselen!”
En dat was nog vóór de cocktails later op de avond. *grijns* Waar zat ik met m’n hoofd?!
“Ja ja, Miek,” grijnsde L. quasi-gemeen. “Waar het hart vol van is…”
Frusty!!
Zon 28 juni 2009 at 21:12 | In Miep Miek in de bocht | 2 CommentsWat een sportief weekend. Gisteravond stonden we tot bijna middernacht buiten te badmintonnen, net zolang totdat het zo donker was dat we de shuttle écht niet meer op ons af konden zien komen. Vanmiddag hetzelfde verhaal, toen liet ik me zelfs door een hevige zomerse bui niet van het veld af slaan. Zoef, zoef, zoef, de ene na de andere smash deelde ik uit. En met iedere keer dat het racket de shuttle hard raakte en het vederlichte projectiel enkele meters de lucht in schoot, voelde ik de adrenaline stromen. Kreeg ik haast de neiging om te gaan grommen. Iedere smash rekende af met een uur ploeteren boven de laptop in de tijd dat de rest van het land gewoon buiten van de zon geniet. Zoals het hoort. Grrr.
Gefrustreerd? Ikke? Studiestress? Welnee…
‘t Is maar goed dat ik het vooruitzicht heb van de Spaanse zonnestralen, want de laatste, zware scriptiedagen die voor me liggen, daar heb ik helemaal geen trek in.
Mutsweek
Woe 18 maart 2009 at 20:26 | In Gloeiende gloeiende, Miep Miek in de bocht | 1 CommentHet moet er even uit, en waar kan dat beter en ongestoorder dan hier? Dus daar gaat-ie: BLÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈÈGH!!!!!!!
Getverdegetver. Het wil niet deze week. School en ikke is normaal gesproken een prima combi, maar deze week even niet. Ik weet niet waarom, maar het loopt allemaal een beetje in het honderd deze dagen.
Het begon direct al maandagochtend. Eén keer, één enkel keertje maar dacht ik: ik neem twee treinen later. Ik blijf eens een halfuurtje langer liggen, dan ben ik nog steeds prima op tijd op school.
Had ik het maar niet gedaan… De trein van twee treinen later bleef vijftig meter voor Utrecht CS stilstaan met de mededeling dat het perron nog bezet was. En dat bleef tien tergend lange minuten zo. Eerst zag ik mijn vijf minuten overstaptijd met mogelijkheid tot het halen van koffie verdampen, en jawel, even later zag ik de trein naar Schiphol binnenkomen. En wij stonden nog steeds te wachten voor dat ene bezette perron (van de zestien die Utrecht er heeft
).
Uiteindelijk wist ik in een IC naar Schiphol te belanden, maar toen klonk de intercom: “Dames en heren, vanwege een storing stopt deze trein niet op Amsterdam Zuid maar zal direct doorrijden naar Schiphol Airport.”
Ik stapte weer uit, met stoom uit beide oren komend. Daar ging dus niet alleen mijn koffie en niet alleen het fijne, rustige halfuurtje tussen Utrecht en Zuid om te studeren, maar ik kon onderhand ook het hele college ComWet op m’n buik schrijven. Grrrr… k*t NS!!
*excusez-moi*
Toen was daar de dinsdag. Eerst ging het nog goed; de deadline voor Publiceren stond op 14:00u en ik haalde ‘m. Netjes. Maar daarna ging het mis. Terwijl ik Publiceren doorstreepte in m’n agenda, schoot het door me heen: Shit, TIS!
Nu moet je weten dat TIS een fenomeen is op de VU. Maar dan niet in de positieve zin van het woord. TIS is het onoverzichtelijke registratiesysteem waarmee iedere student zich in moet schrijven voor colleges en tentamens. Geen fijn klusje dus. Maar ja, wil ik een beetje voorbereid het nieuwe blok inrollen over twee weken, dan heb ik toch wel én een rooster én een rijtje inschrijvingen in TIS nodig. En dus logde ik me maar in… om er twee minuten later achter te komen dat de deadline voor de inschrijvingen inmiddels verstreken is. Shit, shit, shit. Hoe kan míj dat nou overkomen?! Ik verlies nóóit dat soort dingen uit het oog. Wat nu?
Met rooster maar nog zonder TIS-inschrijvingen toog ik woensdag, vandaag dus, weer naar school. De trein reed op tijd, ik wist een half artikel door te werken onderweg en de koffie was lekker. Zouden de baaldagen dan nu voorbij zijn? Welnee. Mijn kwelgeest van vandaag was, tadadadaa… de printer.
De Letterenfaculteit is een prima faculteit. Echt waar, weinig op aan te merken. Behalve dan dat er op een luttele duizend studenten slechts twee printercopiers zijn. Ja, er zijn er wel meer, maar die zijn alleen bedoeld voor docenten.
De studenten mogen zich knus samenproppen in een klein hok bij de liften.
Met allebei die printwonders kreeg ik vandaag ruzie. Het begon rond 10 uur toen printer nummer één vastliep in mijn stapel A4′tjes en vervolgens geen kik meer gaf. Uit- en weer inloggen hielp niet, boos worden niet, zelfs een opvoedkundige tik op het beeldscherm hielp niet.
Een uur later bleek ook nummer twee niet mijn grootste vriend. We hadden al ettelijke bomen opgebruikt en een pakketje voor Publiceren zou het laatste worden. Inmiddels behoedzaam geworden legde ik het pakketje in de kopieerlade, controleerde de instellingen en drukte op de groene knop. Ik had alleen één detail over het hoofd gezien: de printers bewaren de instelling van het aantal te draaien kopieën die de vorige gebruiker heeft ingesteld, weergegeven in een piepklein hoekje aan de rand van het scherm. Waarom dat zo is mag Joost weten, en omdat het zo onlogisch is vergeet je het maar al te gemakkelijk. En dus kon het gebeuren dat Miepje Miek niet één exemplaar stond uit te kopiëren, ook geen twee, maar maarliefst drie, want dat aantal stond er nog op. Ka-chiiing! Rollen maar met die euro’s.
Ik was de wanhoop en een woedeaanval nabij. Maar ik heb me ingehouden. Ik ben niet met dingen gaan smijten, ik heb niet staan schelden, ik heb zelfs niet heel hard en lang lopen mopperen. Het enige wat ik gedaan heb, is getergd verzuchten: “Ik heb echt een mutsweek.” Daarna ben ik naar buiten gelopen, de broodnodige zonnestralen in.
Splaakgeblek
Vrij 20 februari 2009 at 00:40 | In Friends & Family, Miep Miek in de bocht | 3 CommentsWonderlijk wat zelfgemaakte chocolademousse – oke, niet echt zelfgemaakt aangezien mijn planning op de schop ging en híj dus in de keuken stond -, enfin, wonderlijk wat homemade chocolademousse doet met een mens, en dan vooral met de afstand tussen je hersens en je mond…
Ik heb er weer een aanvulling op mijn bijnamenlijst bij: Vlalentijn. En voor Eega ga ik ook maar ‘ns een lijst maken na de knaller van vanavond: doorsteelmuur. Zie die maar eens te ontcijferen (hint: ongewenste mail).
Bijnamen
Maa 26 januari 2009 at 16:51 | In Miep Miek in de bocht | 2 Comments“What’s in a name?” zei ooit Juliet tegen haar Romeo. Wel, al Shakespeares wijsheid ten spijt, there ís a lot in a name. En dat geldt speciaal voor bijnamen…
Een van mijn geliefde Eega’s houdt al een poos een rijtje bijnamen van mij bij. Kennelijk is ‘Miepje Miek’ niet afdoende om mij mee te typeren
, en dus staat er inmiddels een aardig rijtje nicks tussen mijn voor- en achternaam opgesomd. Sommigen zijn al zo oud dat we de context ervan haast vergeten zijn, anderen slaan wel degelijk op mijn persoontje. De laatste toevoeging dateert van alweer even geleden, maar ik wist dat Eega hem ergens opgeslagen had om op een geschikt moment het digitale stof ervanaf te blazen.
Kennelijk was gisteren zo’n geschikt moment. Kop thee, een gedicht in elkaar draaien voor onze andere Eega, nog een kop thee, en ondertussen bijkletsen big time. Ondergetekende was een beetje uit haar doen op dat moment, en zoals goede vrienden dat dan doen, kun je even je ei bij elkaar kwijt. Maar nadat ik m’n hart gelucht had, barstte hij, heel oncollegiaal, in lachen uit.
“Wat?!” brieste ik.
“Niks,” hikte hij van het lachen. “Het is alleen zo leuk om jou zo gelukkig te zien.”
“Pff, gelukkig. Gefrustréérd zul je bedoelen!”
En voila, binnen de seconde was het digitale stof van de bijnamenlijst geblazen en van een update voorzien. In volle glorie is dit nu de complete reeks:
Mieke – “Het peleton” “de controlfreak” “snapt’t” “Overworking” “ja oke, voeg ‘verwend nest’ maar toe aan de lijst” “De laatste vrijdag dat ik jou zag was op een zaterdag” “je leest niet!!” “gelukkig gefrustreerd” “bij wijze van denken” “ik strijk mijn CD’s” “An Angels Voice” “David- & Guido-Groupy” “bouncing pony” “de dictator” – Hol
Knikkerbaan
Maa 12 januari 2009 at 17:26 | In Miep Miek in de bocht | 3 CommentsHet was doodstil in bioscoopzaal 5. Op het doek kreeg Sarah Ashley, aka Nicole Kidman, haar grote liefde in het oog, de stoere Australische veedrijver Drover, aka Hugh Jackman. Je kon een speld horen vallen terwijl het beeld inzoomde op de blikken tussen de twee en de muziek zo goed als wegviel.
Ik voelde iets langs mijn been schuiven maar zat te zeer in de film om erop te letten. En toen…
Rinkel, rinkel, rinkel, rinkel, rinkel.
“Shit!”
Mijn zojuist geopende zakje Maltesers gleed van mijn schoot en de inhoud ervan rolde vrolijk langs mijn voeten.
“Miek!” siste Timo. Om me heen werd gegniffeld. “Wat een timing,” grinnikte een vrouw in de rij voor me.
Grmpf. Echt weer iets voor mij. ![]()
Nadat een uur later het slotakkoord had geklonken en de zaallichten aangingen, verkende ik de schade. Het hele gangpad lag bezaaid met de ronde chocoladesnoepjes en zelfs het gangpad van de rij onder ons leek net een knikkerbaan. Oh joy… ![]()
Maar de fijnste opmerking moest toen nog komen. “Prettig gevoel voor romantiek heb jij, zeg,” klonk het ineens naast me. Ik keek opzij en zag een grijns van oor tot oor op het gezicht van de jongen die naast me zat. Grrr… Ik heb maar niet gehapt, maar ik kon hem wel schieten. Gelukkig was hij wèl zo aardig om me te helpen met het opruimen van de chocoknikkerbaan.
Creatief met letters
Vrij 21 november 2008 at 19:43 | In Miep Miek in de bocht | 3 CommentsMen neme:
- een stormachtige vrijdagmiddag;
- een onmogelijke praktijkopdracht voor Statistiek;
- twee meiden die van alle p-, r- en t-waardes zo landerig en melig worden dat er weinig zinnigs meer uit ze komt.
Gooi dat eens bij elkaar in de blender en rarara wat er gebeurt… Juist: dat gaat mis. Dan kan het maar zo gebeuren dat je in je opdrachtverslag de meest verbazingwekkende tikfouten gaat zitten maken. Van nulhypothese bijna nijlhypnose maken en statistiek ombuigen tot sadistiek, dat soort dingen.
Maar de mooiste, dat was toch wel de verbastering van significant. Eat your heart out, Mary-supercalifragilisticexpialidocious-Poppins, ik denk dat ik ‘m ga insturen voor de Dikke Van Dale Nieuwe Woorden:
Sifnigigantisch.
Baaldagen en hun remedie
Di 30 september 2008 at 17:55 | In Miep Miek in de bocht, Muziek, Once in a lifetime | Leave a CommentIk ben verkikkerd op de nieuwe Albert Heijn XL in Ede. Groot assortiment en zelf afrekenen met een handscanner. Ideaal. En, niet te vergeten: de winkelkarretjes speciaal voor mandjes.
Voor wie ze niet kent: ik vind het een van de uitvindingen van de eeuw. Mijn probleem is namelijk altijd dat ik te weínig boodschappen nodig heb om met een grote kar te gaan zeulen, maar net weer te véél nodig heb om nog comfortabel met zo’n mandje onder m’n arm te kunnen lopen. En wat hebben ze daar bij de AH XL op gevonden? Een winkelkar van een handzaam middenmaatje, waar je je mandje in kunt hangen. Geweldig! ![]()
Nadeel is wel dat het mandkarretje voornamelijk door senioren slash bejaarden gebruikt wordt en dus al een zekere reputatie heeft. Niet erg charmant om daar als jongedame mee te gaan lopen (je weet nooit wie je tegenkomt *grijns*), maar vooruit…
Sinds vandaag ben ik nog meer verkikkerd geraakt op de AH XL.
Het was een baaldag, niet te zuinig. Ik zou naar school gaan om een kopie van m’n diploma in te leveren en het een en ander uit te printen. De dag begon echter met flinke koppijn, een regenbui op weg naar het station, en onderweg bedacht ik me dat m’n USB-stick nog thuis lag met daarop, jawel, de uit te printen documenten. Ik zou dus een uur heen en vervolgens een uur terug in de trein zitten, enkel en alleen om dat kopietje te draaien en in te leveren. Grmpf. ![]()
Eenmaal op school bleken alle printers in de omgeving van de administratie buiten werking te zijn. Sterker nog; op de hele begane grond was geen printer te vinden zonder snipperdag. Omdat ik nog niet weet waar in de rest van het gebouw de printers staan, begaf ik me maar naar m’n eigen faculteit. Die huist helaas niet op de begane grond maar op de tiende verdieping. Tel daarbij op dat de pauze net voorbij was en het dus spitsuur was bij de liften, en Miek was een aardige poos bezig…
Ruim anderhalf uur later was ik weer op Ede-Wageningen, waar het hoosde. Het buitje van vanochtend was uitgegroeid tot een wolkbreuk die me binnen een paar tellen doorweekte. Grrr… Ik wil naar Spanje, en wel NU!
Nat tot op m’n huid fietste ik naar de AH. M’n spijkerbroek plakte aan m’n benen en het water drupte van de randen van m’n pet (ik heb het opgegeven om met een paraplu te fietsen… dat werkt niet in dit winderige land). Vanonder de luifel werd ik medelijdend aangekeken door een aantal supermarktklanten dat de bui liever afwachtte, terwijl ik met een gezicht als een oorwurm voorbij stampte. Wat een dag… ![]()
Ik ging in hoog tempo door de winkel heen. Zodoende bemerkte ik pas tegen het eind van m’n winkelrondje de muziek uit de speakers boven m’n hoofd en hoorde ik het liedje op de radio aflopen en de tune van een nieuwe beginnen. Ik spitste m’n oren toen ik het deuntje herkende, maar zuchtte een tel later. Jeroen van der Boom, blegh… die arrogante copycat is wel het laatste wat ik nu wil horen.
Uit automatisme bleef ik toch, als altijd, luisteren tot aan de eerste woorden. Het intro van Jij Bent Zo is identiek aan dat van Silencio, en ondanks dat ik weet dat het tegen beter weten in is, hoop ik toch altijd stiekem dat ik aan het begin van het couplet Davids stem hoor.
En jawel! ‘Ya no tengo palabras…’ galmde het door de winkel. Yes!!
Wat is het lang geleden dat ik ‘m in de originele versie op de Nederlandse radio gehoord heb. Ik begon spontaan mee te galmen en gooide al swingend de laatste artikelen in m’n mandje. Davids stem heeft de vreemde eigenschap me altijd en overal op te kunnen vrolijken, en dat bleek maar weer. Half dansend duwde ik m’n karretje naar het afrekenpunt, om daar net zolang te dralen tot de song afgelopen was.
Toen pas werd ik me bewust van de blikken die me toegeworpen werden. Een paar voorbijlopende klanten, de security-man met oortje in, de dames van de dichtstbijzijnde kassa’s… Allemaal wierpen ze bevreemde blikken op de figuur bij het afrekenpunt; een jonge vrouw met een bejaardenkarretje, zeiknat als een verzopen katje maar met een grijns van oor tot oor onder een verfomfaaid petje, en middenin een volle supermarkt een liedje meezingend waar iedereen een totaal andere tekst op kent.
Ik zal inderdaad een wat aparte indruk gemaakt hebben, ja. *grijns* Maar owh, wat was ik ineens weer vrolijk. Thank you, playlist editor slash radio host slash whatever, thank you lots! En had ik al gezegd dat ik verkikkerd ben op de Albert Heijn XL? *grijns*
Streber
Do 28 augustus 2008 at 13:49 | In Miep Miek in de bocht, Studieperikelen | Leave a CommentIn mijn derde studiejaar heeft een tijdje het plan geleefd om een jaarboek van onze jaargang te maken. Het boek is er helaas nooit gekomen, maar alle voorpret die we eraan hebben gehad was erg leuk.
Zo hielden de makers onder andere een enquête onder alle jaargenoten met vragen als: wie is de grootste creatieveling, wie haalt het witste voetje bij de docenten, wie heeft standaard een kater op vrijdagochtend, enzovoorts.
Bij iedere vraag ging het erom de naam van zowel een mannelijke als een vrouwelijke student in te vullen. En niet geheel onverwacht stond mijn naam met stip bovenaan bij de vrouwen bij ‘Wie is de grootste streber?’.
Ik had het wel verwacht omdat ik wist dat veel van mijn jaargenoten zo naar me keken, maar was het er voor mezelf bepaald niet mee eens. Ik een streber? Echt niet! Ik skipte regelmatig saaie colleges om met vrienden in The Jug te gaan poolen, toen ik eenmaal op mezelf woonde mocht het een wonder heten als ik op vrijdagochtend op school was, en er zijn maar weinig tentamens geweest waarvoor ik uren heb zitten blokken. Dus nee hoor, Miekje is geen streber. Echt niet, echt, echt, echt niet.
Inmiddels is het drie jaar later en vrees ik vandaag dat ik mijn jaargenootjes toch gelijk moet geven…
Het is nu donderdag.
Gisteren, woensdag, ben ik afgestudeerd en komt er na zes jaar een einde aan het CHE-tijdperk.
Morgen, vrijdag, begin ik aan m’n premaster op de Vrije Universiteit.
Er is dus welgeteld één dag in zes jaar waarop er geen deadlines in m’n nek hijgen en m’n agenda geen to-do-lijst heeft. Ik ben vandaag voor één dag student-af.
En ik vind het maar niks.
The three towers
Woe 20 augustus 2008 at 18:49 | In Blauw, Miep Miek in de bocht | Leave a CommentOngeveer een jaar geleden begon de dvd-plank in mijn kast rondingen te vertonen. Wat wil je ook, met een verzameling films en cabaret die gestaag uitbreidt en in z’n geheel op dat ene houten plankje moet passen.
Omdat ook de twee boekenplanken eronder in rap tempo overvol raakten, nam ik me voor op zoek te gaan naar een stel mooie dvd-torens. Het was een voornemen voor de herfstvakantie, voor de kerstvakantie, voor de meivakantie, maar jawel… het heeft tot de eennalaatste week van de zomervakantie geduurd voordat ik eindelijk eens op pad ging. Tijdens de maanden waarin ik aan m’n scriptie werkte zag ik de plank langzaamaan bezwijken onder het gewicht van zoveel filmisch entertainment, dus toen ik het Kreng der Krengen deze week eindelijk met een voldane zucht op de balie van Bureau Studentzaken neerlegde, werd het hoog tijd voor een bezoekje aan de Veense woonboulevard.
En nu heb ik ze dan. En hoe! Het is al met al nog een aardig romantisch verhaal geworden. Ik kwam de Leen Bakker binnengerend (rennend vanwege de plaatselijke hoosbui *grmpf*), en struinend door de winkel werd mijn aandacht getrokken door een object in het naastgelegen gangpad. Ik wurmde me langs tafels, stoelen en gordijnen en stond toen oog in oog met mijn nieuwe huiselijke aanwinst.
Ik wist het meteen, ik twijfelde geen seconde. Deze schoonheden waren voor mij bestemd, dat kon niet anders.
Wat jammer nou toch dat die dingen bedoeld zijn om op te vullen. Leeg zijn ze minstens tien keer zo mooi. *innocent smile*
Maar vooruit, om mijn jammerlijk klagende boekenkast een plezier te doen heb ik het merendeel van het blauw verstopt achter dvd’s. Gelukkig heb ik nog een exemplaar meegenomen, want ik vermoed dat nummer drie ook binnen afzienbare tijd vol zal zitten. *grijns*
Is het geen beauty?
Di 12 augustus 2008 at 20:09 | In Blauw, Miep Miek in de bocht, Once in a lifetime | Leave a CommentOver bijdehand zijn gesproken
Zon 3 augustus 2008 at 22:38 | In Friends & Family, Miep Miek in de bocht | 1 CommentJe kunt het als een goede eigenschap beschouwen, je kunt er ook moeite mee hebben: van die mensen die altijd heel ad rem antwoorden, niet bang zijn om hun mond open te trekken en vrijwel overal een reactie op hebben.
Mocht je er moeite mee hebben: I’m deeply sorry… ik ben er zo-eentje.
Het zal nu een jaar of acht, negen geleden zijn dat iemand me voor het eerst zei: “Wat ben jij bijdehand! Jij hapt echt óveral op!” En dat is helaas maar al te waar. Hoezeer ik me soms ook in probeer te houden, hoezeer ik iedere keer weer mijn goede voornemens heb, het wil me maar niet lukken om die rappe tong van mij in bedwang te krijgen. Het lijkt haast wel een reflex, zo snel rollen de woorden vaak m’n mond uit.
Ad rem zijn kán een heel goede eigenschap zijn, zeker in mijn vakgebied. Je woordje klaar hebben en niet op je mondje gevallen zijn, zijn eigenschappen die in onze cultuur hoog gewaardeerd worden. Ze worden gezien als een blijk van zelfverzekerdheid en zeer snel kunnen nadenken.
Er zit echter wel een nadeel aan: die verbale vurigheid van mij verwordt vaak tot het onderwerp van een spelletje. Vrienden en bekenden, steevast mannen – nee, dat is geen generalisering, het ís nu eens een keer gewoon zo – spelen maar al te graag ‘hoe snel hapt Miek deze keer?’ met me. Jammergenoeg voor hen duurt dat vaak maar een paar seconden en is de lol er dus snel weer vanaf, maar ze blijven het toch altijd weer proberen. Waarom? Dat is me nog steeds een raadsel… wie het weet, mag het zeggen.
Dan zijn er nog de types – ook vrijwel altijd mannen – die zich met me proberen te meten om te zien of ze me klem kunnen kletsen. Try me, maar dat lukt slechts weinigen.
Toch is het nog niet zo lang geleden dat ik wel degelijk even met m’n mond vol tanden stond. Om precies te zijn twee weken geleden, tijdens onze overheerlijke zomervakantie in het Spaanse Javea.
De situatie was als volgt: we waren met twee families op stap, de mijne en vrienden van Timo, die ik al wel een beetje kende maar nog niet bijster goed. We trokken nog maar een paar dagen met elkaar op, maar voor een van Tims vrienden was dat kennelijk genoeg om zich een behoorlijke indruk van mij te vormen. Dat bleek toen we aan het einde van de eerste week in het fabelachtig mooie Cap de la Nau zaten te eten. De sfeer was luchtig en ontspannen en we genoten van het uitzicht dat we vanaf de hoge kliffen over zee hadden. Terwijl de drank vloeide en ons gelach tegen de rotsen weergalmde, ontspon zich een gesprek met de nodige verbale plaagstootjes. Halverwege dat over-en-weer-geplaag klonk het ineens:
“Zeg Miek, wanneer ben jij jarig?”
Ik keek verbaasd op van mijn glas Sangria. “In september, hoezo?”
“Ik weet al wat jij voor je verjaardag gaat krijgen.”
“O? En wat is dat dan?”
“Een bijtring.”
Ai ai ai… dat was bull’s eye!
Nu ben ik alleen nog wel heel benieuwd of bovenstaande woorden ook werkelijkheid gaan worden en ik inderdaad over anderhalve maand een ingepakte bijtring tussen m’n cadeautjes vind…
Nachtelijk gevecht (27nov07)
Vrij 30 mei 2008 at 21:57 | In Miep Miek in de bocht | Leave a CommentWat is zo’n beetje het aller-, állerlaatste dat je eind november midden in de nacht in je slaapkamer tegen verwacht te komen?… Een wesp! En niet zo’n kleintje ook! *grmpf*
Gisteravond, iets na middernacht, tijd om m’n nest in te duiken. Ik sluit m’n computer af en terwijl het geraas van de kast ophoudt, hoor ik een ander gezoem in mijn slaapkamer. Een mug? denk ik eerst. Nu nog, met de eerste nachtvorst al achter de rug? Da’s een taaie… Ik grijp de bovenste Elsevier van het stapeltje naast m’n bed en rol ‘m op om als muggenmepper dienst te doen, maar als ik me vervolgens in de richting van het gezoem draai, zie ik ineens een gigantisch groot zwart-geel gevaarte rond m’n plafondlamp cirkelen. Whaah! Wat moet dat hier?!
Als kind ben ik twee keer lelijk door een voorouder van mijn late bezoeker gestoken, dus ik heb het niet zo op wespen… Amehoela dat ik m’n bed induik terwijl hij zich lekker tegen mijn lamp aanschurkt, dan slaap ik voor geen meter.
Er zit niks anders op dan meneer het gat van de deur te wijzen, maar daar heeft mijn onwelkome gast duidelijk geen trek in. Hij zoemt van de ene naar de andere lamp en verbergt zich zo ver mogelijk in de lampenkappen. Na een minuut of tien heb ik het rotbeest nog niet te pakken, en ga ik grommend op zoek naar een ander wapen. De opgerolde Elsevier doet weinig dienst hier, en al zou ik ‘m ermee te pakken krijgen, dan geeft dat een foeilelijke vlek op m’n behang (waar ik toch een beetje zuinig op poog te zijn…).
Vertwijfeld kijk ik om me heen. Schoen, pantoffel, telefoon, etui, boek, mp3-speler… dat schiet niet op. Ik loop naar de keuken om me van nieuwe munitie te voorzien, maar als ik terugkom op m’n kamer is het stil. Shit. Waar zit je, kreng?! Schiet op, ik wil slapen!
Zacht tik ik tegen m’n lampen om hem uit z’n tent te lokken, maar mijn kleine vijand blijft zitten waar hij zit. Wel verdraaid, etter… Uit frustratie geef ik mijn staande lamp een duw, en dan schiet hij er plotseling onder vandaan. Rakelings scheert hij langs me heen naar de andere kant van de kamer. Ik schrik me een ongeluk en voel me weer even het grietje van negen dat gillend naar huis rent met een gemene steek in d’r schouder. Instinctief loop ik weg van ‘het gevaar’ en sluit de deur van m’n kamer om te voorkomen dat het beest ergens anders heen kan.
Opnieuw naar de keuken. Ik durf het niet aan om ‘m een tik te verkopen, je zult zien dat ik net mis sla. Het ettertje mag dan honderdduizend keer kleiner zijn dan ik, maar die gemene angel… brr.
Ik moet iets vinden om ‘m in te vangen, en mijn oog valt op – jawel – de zeef die in de gootsteen ligt. Perfect! Nu nog iets om die mee af te sluiten. Op tafel ligt een stel boeken, dvd’s en cd’s, allen te klein. Maar dan… daar ligt m’n BMW Welt 2008 kalender. Met geen vinger meer aangeraakt sinds ik terug ben uit München en niet van plan om ‘m op te gaan hangen als ik voor volgend jaar een leukere kalender vind, maar o wat komt ‘ie nu goed van pas.
Met de zeef in de ene en de kalender in de andere hand loop ik terug naar m’n slaapkamer. Even zie ik een plaatje van mezelf voor me zoals ik daar loop. Drieëntwintig, maar zo bang voor een wesp als een kleuter. Miek, wat ben je ook een held…
Opnieuw is het stil als ik m’n slaapkamerdeur opendoe. Ik spiek om me heen maar kan het geel-zwarte gevaarte niet ontdekken. Opnieuw de ronde langs m’n lampen. Tik, tik, tik. Geen reactie. M’n staande lamp krijgt weer een duw, dit keer als poolshoogte nemend. Geen gezoem. De lamp krijgt nog een zetje en wankelt op z’n smalle voet, maar nog steeds niks. Grom.
In een moment van uitzonderlijke moed durf ik het aan om onder de kap te kijken. Ja hoor, daar zit de kleine rotzak. Prinsheerlijk warm op de bolling van de lamp, bepaald niet van plan zich in mijn provisorische zeef-kalender-val te laten lokken.
Toch moet en zal ‘ie. Ik til de lamp een eindje van de grond en laat ‘m behoorlijk hard weer op de vloer terecht komen (excuses buurvrouw, dat was ik vannacht, ja). En dan wordt mijn vijand eindelijk uit zijn vesting geslingerd en belandt aan mijn voeten. Snel sla ik de zeef als een net over hem heen, en als ik zie dat hij niet als een razende tekeer gaat, schuif ik voorzichtig de kalender eronder. Hebbes! Haast euforisch troon ik mijn buit mee naar… ja, waarheen eigenlijk? Een moment sta ik met val en al stil in de hal. Hij leeft nog, dus ik ga echt niet het risico nemen hem door de plee te spoelen of in de prullenbak te gooien, en dan in die ene seconde dat de val opengaat, hem weer vrolijk weg te zien vliegen. Hmm… Ah, idee: hij mag ten onder gaan door verstikking. Ik laat ‘m lekker een dag in de knel zitten, dan kan ik ‘m morgen veilig alsnog het riool insturen.
Zo gezegd, zo gedaan, en dus zit de kleine indringer op dit moment in zijn huis-tuin-en-
keuken-gevangenis, luchtdicht afgedekt met een laag huishoudplastic en een stevige wokpan eroverheen, just in case. En nu hoop ik maar dat meneer straks het loodje gelegd heeft als deze heldin op sokken vanavond weer thuis komt…
Miek en techniek… (22mei06)
Vrij 30 mei 2008 at 11:47 | In Miep Miek in de bocht | Leave a CommentIk ga graag prat op mijn torenhoge IQ en feilloze geheugen. *ahum* Naja, misschien zijn ‘torenhoog’ en ‘feilloos’ wat teveel van het goede, maar gezegend met een aardige dosis intelligentie ben ik toch wel… Maar die vermeende dosis liet me afgelopen vrijdag lelijk in de steek.
Na een week in afwezigheid van mijn teerbeminde computer geleefd te hebben – met alle frustraties die daarbij horen -, kan ik de kast op deze bewuste vrijdag gelukkig weer in mijn armen sluiten. Ik mag mamma’s auto lenen, en tussen de rukwinden door cruise ik met een lekkere latin cd op volume maximaal over de A12 naar de grens. Daar, op honderd meter van Duitsland, zit het kantoor van Gistron, het internetbedrijf waar ik mijn computer gekocht heb. Een muffig, grijs kantoortje, volledig bemand door mannen die de hele wereld in enen en nullen zien en vrouwen meestal direct afdoen als domme, hersenloze nitwits.
Het is niet de eerste keer dat mijn pc crashte, dus ik ben inmiddels bekend met de wolk van testosteron die me tegemoet zal komen als ik de deur opendoe. Niettemin ben ik vastbesloten om Gistron eens te laten zien dat deze jongedame wel dégelijk het een en ander van techniek af weet. Comes with the job als je computer zo nu en dan kuren vertoont *grmpf*. Ik weet zodoende prima wat een moederbord en een bios zijn, ik weet wat er deze keer fout gegaan is, en ik weet ook dat ik het meneertje achter de balie goed duidelijk zal maken dat in dit geval twéé keer scheepsrecht is. Kom nou, een vlamnieuwe computer van nog geen half jaar oud die twee keer in twee maanden crasht. Dat is echt g-e-e-n stijl.
Op die manier loop ik mezelf onderweg flink op te fokken. Ik ben dan ook daadwerkelijk nijdig. Zondagavond, toen de kast ermee ophield, ging ik al zowat door het lint, en die woede suddert nog behoorlijk na. Ik ben een control freak van het ergste soort, en kan er niet tegen als de dingen niet gaan zoals ik het wil.
Enfin, na een kleine drie kwartier rijd ik de parkeerplaats bij het kantoor op. Ik stap uit, schud m’n hoofd, trek m’n schouders naar achteren, gooi m’n kin in de lucht en plak een zelfverzekerde, arrogante glimlach op m’n gezicht. Zo. Miek is bepantserd.
Het is rustig binnen, ik kan direct doorlopen naar het kantoor. Een klein, saai, vierkant hok, met in het midden twee bureaus naast elkaar. Eén is onbemand, achter het andere zit een donkerblonde, dunne jongen. Ik wacht tot hij opkijkt en loop dan op hem af.
“Ik kreeg een telefoontje dat mijn computer weer gemaakt is,” zeg ik neutraal, terwijl ik hem het reparatieformulier overhandig. Hij kijkt even en tikt dan mijn klantnummer in op zijn pc. Nadat hij mijn naam en postcode geverifieerd heeft, klikt hij op de print-knop en rolt er een formulier uit de printer naast hem.
“De batterij van de bios was op, dus die hebben we vervangen. Verder hebben we een bios-update uitgevoerd en het systeem getest, en nu werkt het weer naar behoren,” is zijn verklaring. Hij schuift het formulier naar me toe en laat me de gegevens controleren.
“Is het normaal dat die batterij zo snel opraakt? De kast is nog geen half jaar oud namelijk,” vraag ik, nog steeds beleefd.
“Nee, dat is inderdaad niet normaal. Tsja, dat weet ik verder ook niet. Gebruik je de computer dagelijks of zet je hem alleen zo nu en dan even aan?”
“Ik gebruik hem dagelijks, ik werk ermee.”
“Hmm… dan weet ik het ook niet. Mijn collega in het magazijn heeft hem getest. Vraag het hem, misschien weet hij het wel.”
Niet veel wijzer dan dat loop ik met mijn formulier de deur uit. Het is inmiddels drukker geworden, en niet verbaasd constateer ik dat ik de enige vrouwelijke klant ben. Een enkeling kijkt nieuwsgierig op als hij het geklik-klak van mijn hakken hoort, maar als ik hem een beminnelijke glimlach toezend, verbergt hij zich snel weer in zijn computertijdschrift.
Ik grinnik en loop naar het magazijn, een paar meter verderop. Een blonde jongen loopt naar de toonbank en grist zonder iets te zeggen het formulier uit mijn handen. Niet direct de meest klantvriendelijke methode, maar vooruit.
Hij checkt de code op het formulier, pakt mijn computer van een tafel en zet ‘m op de toonbank.
“Dit moet ‘m zijn dan, hè?”
“Ja, klopt. Mag ik nog iets vragen?”
“Tuurlijk, tuurlijk,” zegt hij, terwijl hij ver over de toonbank heen leunt en me aankijkt alsof ik de eerste vrouw ben die hij die week ziet. Ik kopieer zijn houding en kijk hem recht aan.
“Ben jij degene die mijn computer getest heeft?”
“Nee, dat is mijn andere collega. Eén momentje.”
Hij loopt weg en komt een moment later terug met een donkere man van een jaar of dertig. “Wat kan ik voor je doen?” vraagt die.
Allereerst me niet aankijken alsof ik een zwakzinnige kleuter ben, schiet het door m’n hoofd, maar ik hou me netjes in.
“Ik vroeg me af hoe het kan dat die biosbatterij zo snel opgeraakt is.”
“Tsja, eh… die dingen gebeuren nou eenmaal wel eens. Het blijft een apparaat, en dat kan stuk gaan.
Yo, daar kan ik veel mee. “Dat kan wel zo zijn, maar ik heb geen stapel euro’s betaald voor een bios die twee keer in twee maanden kapot gaat. Ik heb die computer nodig voor m’n studie, dus ik wil graag een betrouwbare machine.”
“Dat begrijp ik, mevrouw.”
Fijn. “Maandag is me verteld dat er waarschijnlijk een nieuwe bios ingezet zou worden. Waarom is dat niet gebeurd?”
“Omdat uit de test bleek dat de bios zelf nog prima is, het lag puur aan de batterij.”
“Stel dat het over een paar maanden weer zover is, wat gebeurt er dan?”
“Dan denk ik dat we er een nieuw moederbord in zullen zetten.”
Kijk, dat wilde ik horen. “Dat lijkt me een goed plan.”
Inmiddels is de rij achter me aardig gegroeid, en klinkt er hier en daar een ietwat ongeduldig gekuch. Ik hou daar nooit zo van en mijn pantser wordt een tikkeltje dunner, maar ik weet nog niet alles wat ik wil weten.
“Was het deze keer dezelfde fout als de vorige keer?”
O jee, bedenk ik me te laat, nu heb ik ‘m op z’n praatstoel. Zoals geldt voor veel mannen met een passie voor techniek, geldt dat ook voor deze figuur: toon een sprankje interesse, en ze houden zo een monoloog van een halfuur.
Gretig leunt hij over de toonbank heen. “Nee, ik kreeg een andere foutmelding…” en vervolgens begint hij dus inderdaad een lang, ingewikkeld verhaal af te steken. Shit. Opletten Miek, ook al snap je er geen bal van, ópletten.
Ik begrijp er werkelijk geen snars van, maar geef alle bevestigende lichaamssignalen af die ik ken: ik knik, leun voorover, hmm-hmm een paar keer, trek nu eens m’n wenkbrauwen op, frons dan weer lichtelijk zodat hij een term uitlegt, enzovoorts. Shit, shit, shit. Mijn pantser brokkelt af met elke onbekende term die hij opnoemt en elke kuch die ik achter me hoor.
Als de man iets zegt over een verkeerde datum in de bios, en daarna een teug adem neemt voor zijn volgende volzin, val ik hem snel in de rede. “Maar de vorige keer stond de datum er plotseling ook verkeerd in, en daarna kreeg ik dus precies dezelfde fout. Kan het zijn dat het systeem daarop vastliep?”
“Ja, de datum stond beide keren wel verkeerd, maar het was niet dezelfde fout. Het was…”
O nee, niet nog zo’n verhandeling. Ik moet hem zien te onderbreken. Dit duurt me veel te lang.
En onderbreken doe ik hem. Met de meest idiote, stompzinnige tekst uit m’n hele leven. Ik zeg LETTERLIJK dit: “Het lijkt er anders wel op, hoor. Beide keren zette ik de computer aan, maar beide keren kwam ‘ie niet verder dan het XP-logo, en dan was het ‘bliep’.”
(………………………..) Een fractie van een seconde is het onheilspellend stil in mijn hoofd. Heel langzaam realiseren mijn hersenen zich dat ik zojuist een grandioze fout begaan heb. Dan breekt de orkaan los. WAT?! Miek, wat zeg je nu?! “En dan was het bliep”?? O, mijn hemel! Dit kan niet waar zijn! Waar is het gat in de grond waar ik in kan verdwijnen?
Ik zie de jongens aan de andere kant van de toonbank in een lachstuip schieten. Uit de rij mannen achter me stijgt een met de grootste moeite ingehouden gegniffel op. Er golft maar één gedachte door mijn hoofd: weg hier! Ik mompel snel een “Nou eh, bedankt in ieder geval, hè”, til de computer van de toonbank en haast me naar de uitgang. De man achter me in de rij, een kalende veertiger, schiet me quasi-galant te hulp en houdt de deur met een grijns van oor tot oor voor me open. “Dág jongedame!”
O nee… kan het erger dan dit? Ik weet niet hoe snel ik me uit de voeten moet maken. Wát een afgang. Als ik eenmaal veilig in de Demio zit en de parkeerplaats afrijd, kijk ik naar mijn handen om het stuur. Miek, dit kan echt niet. Ga je thuis in een hoekje zitten schamen, jij domme, hersenloze nitwit.
Eén kleine troost: als ik na een paar honderd meter de snelweg opdraai, zie ik in de binnenspiegel de koplampen van een pikzwarte Audi Q7 naar me knipogen. Dat maakt m’n dag dan toch nog een beetje goed, plus het idee dat ik nu toch wel het absolute dieptepunt bereikt heb. Dieper zinken dan dit kan niet.
Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.


