Scheiding
Zon 1 november 2009 at 14:26 | In Once in a lifetime, Studieperikelen | 1 CommentZeven jaar lang waren we onafscheidelijk. Jij en ik, ik en jij.
Jij liet me nieuwe werelden zien, jij gaf me nieuwe vergezichten. Dankzij jou kon ik overal zorgeloos heen, op wat voor korte termijn ook. Jij gaf me vrijheid.
En ik, ik had je dan ook altijd bij me, ik kon je geen dag missen. Ik genoot ervan dat jij deuren voor me opende waar anderen pas doorheen konden na grif geld te betalen. Ik genoot ervan dat ik dankzij jou altijd die twee minuten langer in bed kon blijven liggen, omdat ik door kon lopen waar anderen eerst in de rij moesten staan.
Nu is het sprookje over. Ik wist het, ik wist dat er een eind zou komen aan die zeven zorgeloze jaren.
Nu ben ik je kwijt, voorgoed. Waarschijnlijk besta je over een paar dagen al niet meer. Ben je woest vernietigd in de catacomben van de IBG, zonder ook maar enig woord van dank. Stiekem hoop ik dat ze je zullen sparen, en dat ze je als aandenken in mijn dossier opnemen.
Ik zal je missen, en niet zo’n klein beetje ook. Ik durf je grif te verzekeren dat het me nog wekenlang gaat overkomen dat ik ’s ochtends al op het perron sta en dan denk ‘O verrek!’. Want ik heb jou niet meer bij me. Niet langer fleur jij de binnenkant van m’n portemonnee op. Vanaf nu zal er een blauwe strippenkaart in zitten en een geel NS-kaartje. Blauw en geel staat best mooi samen, maar toch wil ik jou…
Vaarwel plastic vriendje, met je elk jaar wisselende, sprankelende kleuren. Vaak had ik het idee dat jouw kleur het enige was waar de mensen naar keken. Had ik net zo goed een foto van Bono of Obama erop kunnen plakken in plaats van mijn eigen groene ogen en bruine lokken. Ze hadden alleen maar oog voor jou. En geef ze eens ongelijk… Vaarwel mijn onmisbare OV-jaarkaart.
Teamwork
Maa 12 oktober 2009 at 18:10 | In Friends & Family, Studieperikelen | 1 CommentWat weet ik me wederom weer te omringen met heerlijke klasgenoten…
Vanmiddag aan de lunch in The Basket, uitpuffend van een datapresentatie bij Interview:
A: “Da’s nog wel een bak werk zeg, voor dat andere werkstuk.”
M: “Mwah… Gaat wel lukken, toch? De literatuur en methode staan al op papier, alleen de resultaten, discussie en inleiding nog. Dat schudden we wel uit onze mouw in een week tijd.”
A: “Ja, jullie twee wel, haha! Jullie zijn de echte schrijvers, ik moet er altijd uren over nadenken.”
L: “Laat mij inderdaad maar schrijven, ja. Ik kan beter schrijven dan presenteren.”
A: “Laat mij juist maar lullen, haha. Dat gaat mij weer beter af.”
M: “Wat zijn we weer een goed team, dames. De een kan lullen, de ander kan schrijven, en nummer drie kan allebei een beetje. Goed geregeld!”
In de categorie ‘onhaalbaar’
Vrij 11 september 2009 at 17:18 | In Gloeiende gloeiende, Studieperikelen | 1 CommentIk moet ‘t hem nageven: Mr. Tangconstructie is beduidend beter met een kleine groep studenten dan voor een propvolle collegezaal. Eerlijk is eerlijk. Wel spreekt hij nog steeds in wonderlijke uitingen, maar ik kan hem dit jaar een stuk beter lij’en dan vorig jaar.
Maar een simpele rekensom… dat is onze nieuwe hoofddocent een brug te ver.
“Voor volgende week wil ik dat jullie per groepje een literatuurpresentatie houden.”
“Hoeveel artikelen moeten dat ongeveer zijn, meneer?”
“Ga maar uit van vijftig.”
Een kleine dertig hoofden schoten met een ruk omhoog.
“Vijftig?!?!”
“Ja zeg, we hebben nog meer vakken, hoor.”
“In één week tijd? Dat redden we nooit!”
Hoe hartgrondig we ook mopperden, Mr. Tangconstructie hield voet bij stuk en wilde het niet omlaag schroeven naar een wat haalbaarder aantal (vijf ofzo *grijns*). En zodoende zit ik nu achter m’n bureautje, redelijk met de handen in het haar.
Lieve Mr. Tangconstructie, mag ik u even voorrekenen?
1) Voor het bestuderen van één pagina uit een Engelstalig researchartikel staat vijf minuten, zo luidt de norm.
2) Een gemiddeld onderzoeksartikel bestaat op z’n minst uit vijftien pagina’s, vaker nog een veelvoud daarvan.
3) 5 minuten x 15 pagina’s x 50 stuks = 3.750 minuten.
4) 3.750 minuten staat gelijk aan 156,25 uren, wat weer gelijkstaat aan 3,9 volledige werkweken.
Legt u mij nou eens uit: denkt u echt dat we het met drie man per groepje gaan klaarspelen om 3,9 werkweken in zeven dagen te proppen? Nog los van onze andere vakken en – dat het nog bestaat mag een wonder heten – onze levens búiten de schoolmuren?
En dan heb ik het nog niet eens gehad over de zoektocht naar die artikelen… Grmpf.
Oorzaak – gevolg?
Zat 5 september 2009 at 17:30 | In Miep Miek in de bocht, Studieperikelen, Vrouwen | 1 CommentDe oogst van één week masterjaar:
- Een 8,5 voor m’n PNM-website. *o yeah!*
- Twee Cinnamon Sunsets die geen Cinnamon Sunset meer mogen heten.
- Een stapel readers die in een verontrustend hoog tempo aangroeit.
- Twee abstracts geschreven voor Metaphor, 22 to go.
- Drie werkstukken in het vooruitzicht.
- Eén onderzoeksvoorstel klaar, één in wording.
- Minimaal vier literatuurpresentaties op komst.
- Een agenda vol met to-do-lijstjes. Per dag, welteverstaan.
- Ik loop NU AL achter met m’n leeswerk.
De oogst van de zaterdag na de eerste week masterjaar:
- Ettelijke euro’s armer.
- Twee paar schoenen rijker.
Wat is dat toch met vrouwen, dat niets zo goed helpt om even stoom af te blazen als winkelen? *grijns*
Vliegende start
Do 27 augustus 2009 at 18:31 | In Studieperikelen | 2 CommentsIn order to hit the ground running, you have to study three short articles which will help you get a better idea of what metaphor is and how it may be important.
Hoppa! Now you’re talking. Het nieuwe schooljaar is nog niet eens begonnen en nu al heeft een van mijn aanstaande docenten een deadline ingepland. Twee abstracts inleveren, een week van nu.
Kijk, daar hou ik nou van. Een docent die een paar dagen van tevoren de BlackBoard-pagina openstelt, documentje hier met een schema van de colleges, documentje daar met een overzicht van de literatuur. Netjes en overzichtelijk. Dat vind ik fijn. Zo kan het dus óók, miep-muts-met-je-belabberde-communicatievaardigheden.
En deze hooggeleerde professormeneer zit maar een paar kamers bij je vandaan, dus misschien moet je eens binnenlopen en hem om een tutorial vragen. *pluh*
Je merkt, de frustratie van vorige week zit er nog steeds een beetje in. *grijns* Niet geheel onterecht, wil ik ter mijner verdediging aanvoeren, want vlak na het debacle met onze werkstukcijfers stond het volgende schokkende nieuws op de drempel. BlackBoard, de intranetomgeving van de VU, kwam weer tot leven. En hoe! Met de bekendmaking van onze docent Institutionele Communicatie, wiens naam de hele zomer lang op het mysterieuze ‘to be announced’ had gestaan. En het is geworden… *roffel roffel*… Mr. Tangconstructie.
Ken je hem nog? ‘Wat er voor de klas verscheen, dáár had ik direct problemen mee’, blogde ik begin februari over hem, en hij wist inderdaad de colleges Communicatiewetenschap vakkundig te verknallen voor me. Na acht weken waren we maar wat blij dat we van het vak af waren en daarmee ook van hem, want hij doceerde aan een andere faculteit.
Maar nu is Mr. Tangconstructie terug. En niet eenmalig voor maar acht weekjes, o nee. Meneer treedt per 1 september in dienst bij ONZE faculteit. Whaaah! ENG!!!
Ik vind het maar niks. Echt drie keer niks. Maar ik ben van plan me niet opnieuw van m’n stuk te laten brengen door zijn colleges en zijn BlackBoardberichtjes, die steevast ‘Hoi!’ zowel als aanhef als als afsluitgroet hebben. *note to self: toch eens navragen hoe iemand met zulke taalgewoontes bij Letteren in dienst kan treden*
Afijn, ik ga me hopelijk niet weer op zitten vreten. Ik ga me vol goede moed en energieke motivatie vastklampen aan mijn docent Metaphor, van wiens colleges ik zo op het eerste gezicht waarschijnlijk wél intens ga genieten. En nog meer klamp ik me vast aan mijn semi-Siamese wederhelft en onze vrijdagmiddagkoffie, direct na het college van Mr. Tangconstructie. Dat zal mijn heetgebakerde temperamentje wel bij een nieuw frustratiekookpunt weghouden. Ja toch?
Kookpunt bereikt
Maa 17 augustus 2009 at 23:23 | In Gloeiende gloeiende, Studieperikelen | 1 CommentIn een ver verleden was ik ooit een schooljaar lang hoofdredacteur van de studentenkrant. En bij een hoofdredacteurschap hoort natuurlijk een hoofdredactioneel commentaar in elke uitgave. Ik kan me nog helder voor de geest halen hoe ik halverwege het schooljaar een venijnig stuk tikte over het gebrek aan heldere communicatie op school. ‘We mogen dan wel een opleiding Communicatie in huis hebben, maar aan de communicatie met een kleine c schort het maar al te vaak.’ Kritiek en verontwaardiging waren mijn deel. De redactieraad was niet blij met mijn epistel. “Hoe kun je dit nou doen, Miek? We staan met die krant op studiebeurzen! En dít is dan wat aankomend studenten lezen?”
Ja, dat was inderdaad wat ze lazen. Want het was de waarheid, en niks minder. En de waarheid, dat is het hoogste goed van een journalist. Dus hoe hoog de berg kritiek ook was, straffen konden ze me niet.
De afgelopen dagen heb ik vaak gewenst dat ik weer in de positie was om ongezouten kritiek te leveren zonder ervoor gestraft te worden. Want allemachtig, wat schort het soms aan duidelijke en eerlijke communicatie bij ons op de Letteren-afdeling van de VU. Concreter: wat kunnen sommige docenten zich toch enorm verschansen in hun ivoren torens en zich geen sodemieter aantrekken van hun studenten. Nog concreter: ik vind het on-voor-stel-baar dat docenten met nota bene een doctor-graad in de Communicatiewetenschap, blijk geven van compleet ondermaatse, volstrekt onprofessionele communicatiepraktijken.
Bah. Bah, bah, bah. Wat heb ik deze weken gebaald van een docent van mij. Terwijl we al twee maanden geleden (!) ons werkstuk ingeleverd hadden, vond mevrouw het nog steeds niet nodig de cijfers daarvoor bekend te maken. En dat terwijl 1 september steeds dichterbij komt, de datum waarop we onze cijferlijst compleet moeten hebben. Want zonder complete cijferlijst geen toegang tot het Masterjaar.
Dat is iets wat mevrouw de docent maar al te goed weet, en toch vertikt ze het om op herhaaldelijke e-mails van mij en mijn groepsgenoten te reageren. Totaal onbereikbaar, ver boven het studentenvolk verheven. Dagen- en dagenlang geen reactie. Nul komma nul. Nog niet het minste ‘Sorry, ik ben er nog mee bezig’.
Tot vandaag.
Vanavond rolde het volgende mailtje mijn inbox in:
Beste allemaal,
Hopelijk zijn jullie allemaal goed uitgerust van vakantie!
De cijfers zijn naar de studentenbalie gemailed. Excuses dat deze pas zo laat zichtbaar zijn. Door werkzaamheden aan het intranet had ik geen toegang tot een deel van de cijfers en kon de eindcijfers dus niet berekenen en toen een en ander weer toegankelijk was, was ik met vakantie.
Mijn mond viel open van verbazing en van withete verontwaardiging. Jij flutdocent die je bent!! Ongelooflijk onprofessioneel wicht dat je er rondloopt! DAN MAIL JE TOCH EVEN WAT ER AAN DE HAND IS VOORDAT JE OP VAKANTIE GAAT!!!!!
Hoe moeilijk is dat?! En dít is dan hoe je je ervanaf maakt? ![]()
Ik ben woedend. Dit is by far een van de schijnheiligste mails die ik ooit gelezen heb.
Wie zó met zijn studenten omgaat, is zijn doctor-titel volstrekt onwaardig. Dat zou ik geschreven hebben als ik vandaag hoofdredacteur van de studentenkrant geweest was. En het zou de waarheid geweest zijn.
Helaas ben ik niet meer dan een van de vele duizenden gewone studenten op de VU, en helaas mag ik me erop ‘verheugen’ komend jaar opnieuw colleges van deze docent te gaan volgen.
Zodoende weet ik maar al te goed dat het zeer in mijn eigen nadeel is om mijn mond open te trekken en een klacht in te dienen bij de studentenraad.
Zodoende sus ik mezelf, net als iedereen, met de gedachte: Ik heb m’n cijfer nu, da’s het belangrijkste.
En zodoende kan deze belabberde docent rustig doorgaan met haar belabberde manier van communiceren en een nieuwe lichting studenten grijze haren bezorgen.
Maar oh, wat jeuken mijn vingers om haar een heel, heel, héél lelijke e-mail te sturen.
De testcase
Do 21 mei 2009 at 11:14 | In Once in a lifetime, Studieperikelen | 2 CommentsDat was ‘m dan. Het laatste college van dit schooljaar. Het is pas 21 mei, maar de college-uren van de premaster zitten er al op.
Wat een vreemd idee… Het lijkt gisteren dat ik op een heel vroege woensdagmorgen verdwaald over de campus van de VU slenterde, op zoek naar een onmogelijk te vinden lokaal in de medische faculteit. De plattegrond van de campus zat stevig tussen m’n oren, er zat een nog onbeschreven collegeblok in m’n tas en stiekem voelde Miepje Miek zich die eerste dagen best wel verloren in de grote gebouwen en grote studentenmensenmassa.
Nu is het acht maanden later en ken ik de campus als m’n broekzak (afgezien van het W&N-gebouw, maar dat is dan ook echt een doolhof
). ’s Ochtends vanaf station Zuid naar school lopen en om de hoek het hoofdgebouw zien oprijzen voelt aan als thuis. De Lazy Noons en Chocolachino’s van de Geneeskundekoffiebar kan ik tegenwoordig op meters afstand al ruiken, met een beetje goeie wil zelfs vanuit de collegezalen in het hoofdgebouw. *grijns* En terwijl ik een jaar geleden om deze tijd nog zo gehecht was aan de CHE, voelde het heel vreemd om daar een paar weken geleden als oud-student rond te lopen en dit keer vóór de klas te staan. Ik heb duidelijk m’n nieuwe stek gevonden.
Betekent dat dan vanaf nu vakantie vieren tot aan september? Ehm… nee. Helaas.
Dat moet nog even wachten tot 1 juli. Voor me ligt eerst nog een ruime maand zelfstudie. Werkstukken, een hertentamen en uiteraard de scriptie. Ben benieuwd hoe ik het ervanaf ga brengen zonder de wekelijkse regelmaat van colleges. Aangezien zelfdiscipline nog steeds niet plukrijk aan de bomen groeit, zie ik er wel een beetje tegenop. Deze ongeveer veertig dagen worden dé testcase van het premasterjaar. Ga ik het redden? Heb ik genoeg bagage meegekregen om grotendeels op eigen houtje m’n scriptie af te krijgen? Ga ik op tijd beginnen aan leren voor ComWet? Of zal het toch weer het oude liedje worden: uitstellen, uitstellen & uitstellen en pas in de hoogste versnelling schieten als de deadline gevaarlijk dichtbij komt.
Ik heb goeie hoop. Als ik vanachter m’n laptop naar rechts kijk, zie ik een uitpuilende blauwe ordnermap op m’n tafel staan, stampvol artikelen, samenvattingen en handouts. Dát heb ik allemaal al in de pocket. Dan moet ik de stapel papierwerk die nu nog links op tafel ligt ook kunnen verstouwen. Zelfs zonder Geneeskundekoffie.
Wel mooi: uitgerekend net na mijn laatste college kreeg ik een mail van een CHE-student die nu op haar beurt over een premaster aan de VU nadenkt. Eens zien of zij aankomende september net zo verloren op de campus drentelt als ik gedaan heb. Het cirkeltje gaat door en door en door…
Zieltjes winnen
Maa 11 mei 2009 at 18:23 | In Studieperikelen | 1 CommentGroen, rood, blauw. Welke kleur van de regenboog je ook wilt zien, ze zijn deze dagen op hun allerfelst aanwezig in en rond de gebouwen van de VU. Overal lopen mensen in felgekleurde polo’s of t-shirts en met dito foldertjes. Voor een nieuweling als ik is dat even vreemd opkijken; wat doet al dat kleurigs hier?!
Het blijken de jaarlijkse verkiezingen voor de facultaire studentenraden te zijn. En mijn hemel, wat zijn ze fanatiek. Je komt nog maar net de hoofdingang binnengelopen en er komt al een muur aan flyers, posters en studentraadsleden op je af om je gunsten te winnen. En allemaal beloven ze heel veel moois: meer printers, sneller je cijfers terug, enzovoorts.
Hoe gelikt het ook allemaal in mekaar mag zitten, gelukkig had ik vanmorgen een goede reden om al dat moois snel af te wimpelen: college. Maar na het college hadden ze me beet. Ik zat bij de computerwerkplekken op de 9e toen er in mijn ooghoeken twee meisjes verschenen in het rood. De één met een stapeltje rode folders, de ander met een rood dienblad met daarop rode plastic bekertjes met rode ranja.
“Hoi! Mag ik je wat vragen?”
“Als het niet te lang duurt, jawel hoor.”
“Heb je al gestemd?”
“Nee, nog niet.”
“Oh, nou, in dat geval wil ik je dit foldertje even geven. En als je naar de site van de VU surft, kun je daar binnen twee minuten je stem uitbrengen.”
“Eh… oke. Moet dat nu of het mag ook later?”
“Oh dat maakt niks uit. Áls je maar stemt. Maakt niet uit waarop.”
“Maakt niet uit waarop? Geintje toch, zeker?”
“Nee hoor. De Letterenfaculteit is een van de faculteiten waar het minst gestemd wordt, dus we willen dat eens flink opkrikken.”
“Dus je wilt dat ik ga stemmen voor het stemmen? Niet vanwege de inhoud?”
“Ehm… nou, eh… ja, eigenlijk wel. Je kunt ook wel gericht gaan kijken natuurlijk, maar dan ben je wel langer dan twee minuten bezig, haha. Maarre, we zullen je niet langer ophouden. Hier heb je een glaasje ranja voor de moeite, en stemmen hè!”
En weg waren ze.
Hmmz. Iets zegt me dat ook dit jaar vanuit Letteren niet zo heel veel stemmen gaan komen…
S.A.S.
Maa 20 april 2009 at 19:31 | In Friends & Family, Studieperikelen | 1 CommentS.A.S. is een afkorting die waarschijnlijk bij maar weinig mannen een belletje doet rinkelen. Des te meer weten de vrouwen van ons kikkerlandje waar het voor staat: een Schijt Aan Sonja-dag. Even een dagje geen dieet, geen weegschaal en geen gepieker over calorieën en kilo’s.
Ook ik ken mijn S.A.S.: Schijt Aan School. En in mijn geval kan zo’n mood met gemak langer dan een dag duren. Geen enkel probleem. *grijns*
Zo was er zaterdag en zondag het heerlijke, zonovergoten weekend in de enorme achtertuin van mijn vakantievrienden. Prinsheerlijk met een tijdschrift danwel goed gezelschap op het schommelbankje, als de zon eenmaal onder was ons tot diep in de nacht vermaken met een paar goeie films, daarna in een diepe, droomloze slaap vallen tot het middaguur, en dan wakker worden met het zalige gevoel dat je nóg zo’n dag vol zon en gezelligheid voor de boeg hebt… Nee hoor, geen haar op mijn studentikoze hoofd die dan aan school en huiswerk denkt.
En alsof twee zomerse dagen het S.A.S.-gehalte nog niet genoeg opgekrikt hadden, ging de semi-Siamese tweeling vandaag nog even door met zonnen. We hebben wel íets uitgevoerd op en na school, maar het Utrechtse haventje badend in het zonlicht was simpelweg te verleidelijk. En dan heb ik het nog niet eens over het appeltaarttoetje gehad. *grijns*
Wat een leventje… ![]()
Speedy & Sloompie
Do 2 april 2009 at 22:33 | In Studieperikelen | 1 CommentEen nieuw blok brengt altijd het genoegen met zich mee van het verzinnen van bijnamen voor onze nieuwe docenten. We moeten immers wel over ze kunnen bloggen zonder dat onze werkstuk- en tentamencijfers direct gevaar lopen.
Dus na de Kwelgeest, Flipse Nulhypothese en Mr. Tangconstructie stel ik jullie met veel genoegen voor aan onze nieuwste aanwinsten…
Deze week hebben we voor het eerst een vrouwelijke docent van een bijnaam voorzien. Niet omdat we seksistisch zijn, maar omdat er nou eenmaal over onze mannelijke docenten veel meer te klagen (en dus te bloggen) viel het afgelopen half jaar. Foute kleding, foute uitspraken… dat sluipt er bij mannen blijkbaar sneller in dan bij vrouwen. *innocent smile*
Maar, mannen, troost u: vanaf vandaag voegt zich een vrouw in uw gelederen. Op basis van onze ‘fijne’ ervaringen tot nu toe hebben we haar De Muts gedoopt.
De Muts heeft een doctor-titel voor haar naam staan, maar we hebben onze twijfels over waar ze die vandaan getoverd heeft. Niet uit de Hoge Hoed der Communicatieve Vaardigheden in ieder geval. De Muts is namelijk erg… tsja, mutsig. En sloom. Zo sloom, dat ze er anderhalve week over doet om een antwoordje te produceren op een simpele vraag per mail. Het zou haar een halve minuut gekost hebben om het eenregelige ‘Sorry meiden, ik kan jullie daar nu nog geen duidelijkheid over geven’ te tikken, maar dat was blijkbaar te veel gevraagd. Anderhalve week lang bleef het stil. Daarna kregen we een kort antwoord dat zo bot was dat we er steil van achterover sloegen, en vervolgens duurde het nóg een week voordat we eindelijk wisten in welk werkcollege we ingedeeld waren. Nog geen 24 uur voordat we dat college hadden, welteverstaan. En dus mocht Miepje Miek schoorvoetend in de telefoon klimmen om haar chef te vragen of ze de volgende dag haar werktijden kon verzetten. Zucht. De Muts heeft blijkbaar, zoals klasgenoot C het treffend zei, geen flauw benul dat er ook nog mensen zijn met werk en een sociaal leven.
Onze andere nieuwe docent is het compleet tegenovergestelde van De Muts.
“Ik heb voor dit college maar drie kwartier in laten roosteren in plaats van de standaard anderhalf uur, dat leek me wel genoeg,” luidde zijn inleiding (yup, deze is wel een kerel
). En het bleek ook genoeg, want allememaggies wat praat die kerel snel!! Ongelooflijk in wat voor tempo de woorden zijn mond uitrollen. Mr. Fast Forward spreekt met een snelheid waar menig roddeltante jaloers op zou zijn en die je met geen mogelijkheid kunt bijbenen met aantekeningen maken. We hebben halverwege de pennen er maar bij neergelegd, ons diep, diep verwonderend over zijn onophoudelijke woordenstroom. En die is niet de eerste de beste. Zinnen met vierendertig bijzinnen, terugverwijzingen en (wel ja) tangconstructies gaan hem met gemak af. Ook blijkt hij er een ster in te zijn zichzelf in een zin meerdere malen tegen te spreken, dat al pratend te ontdekken en dan nóg maar een bijzin aan zijn toch al niet korte zin te plakken om zichzelf nog even te corrigeren (een beetje een zin dus zoals deze, en dan uitgesproken met ruimteraket-snelheid *grijns*). Dat hij er zelf nog uitkomt mag een wonder heten. “Je zult maar met zo’n kerel getrouwd zijn!” siste ik op zeker moment tegen L. “Daar is geen speld tussen te krijgen!”
Lang verhaal kort: het gaat vast weer een enerverend blok worden.
Het laatste van het jaar al… wat gaat het snel. En wat hebben we nog veel werk te verzetten voordat het 1 juli is.
Maar nu eerst: op naar Barcelona!
Semi-Siamese tweeling
Zon 22 maart 2009 at 11:45 | In Friends & Family, Studieperikelen | 3 CommentsSinds een tijdje ben ik volgens sommigen de helft van een bijna onafscheidelijk duo. Waar ik aan de ene kant van de tafel achter een heerlijke Geneeskundekoffie zit, zit zij tegenover me, en wanneer zij een klaagzang aanheft over onmogelijke deadlines en docenten wier taalgevoel schittert door afwezigheid, val ik steevast bij.
In de wandelgangen van de VU, in de tien minuten naar het station en in de treinen tussen Zuid en Utrecht zijn we inderdaad praktisch een semi-Siamese tweeling. Maar daarbuiten… daarbuiten zouden we elkaar waarschijnlijk, zoals ze het vrijdag zei, binnen afzienbare tijd horendol maken als we continu op elkaars lip zaten.
Dat is echter niet wat onze schoolgenootjes horen en zien natuurlijk, en dus zijn we er allang aan gewend dat ze ons in één adem noemen. Maar om ons nou op één lijn te zetten met een historisch tweetal uit de Nederlandse televisiegeschiedenis… Het is de afzender van het bewuste mailtje vergeven aangezien hij een samenvatting stuurde van de tentamenstof (halleluja!), maar ik heb wel het idee dat ons duo-imago met zijn aanhef een heel nieuw niveau heeft bereikt:
‘Toet toet, boing boing Mieke en Lieke!!!’
![]()
Mister Tangconstructie
Maa 2 februari 2009 at 19:59 | In Gloeiende gloeiende, Studieperikelen | 1 CommentEen nieuwe week, met een nieuw blok, nieuwe vakken en nieuwe docenten… Het leven van een premaster-student aan de VU is allesbehalve saai. Zo kan het je maar zo gebeuren dat je de ene week nog tussen derdejaars DAC’ers zit en een paar dagen later pardoes in een bomvolle collegezaal eerstejaars belandt. En dat verschil merk je, o jazeker (zoals L in de pauze zei: “Ze zijn gewoon tien jaar jonger dan ik! Tien jaar!”).
Die eerstejaars en de tot de nok toe gevulde collegezaal waren niet zozeer het probleem vanmorgen. Wat er voor de klas verscheen, dáár had ik direct problemen mee.
“Als ik praat, zijn jullie stil. En als je je niet op tijd hebt ingeschreven op intranet, kun je een boete verwachten en wordt je tentamencijfer ingehouden zolang die boete niet geïnd is.” Dat was zo’n beetje zijn introductie van zichzelf en van het vak, en iedere keer als er ook maar het minste geroezemoes uit de zaal opklonk, viel hij demonstratief stil terwijl zijn wenkbrauwen naar grote hoogte rezen.
Mijn nekharen stonden meteen overeind. Getver! We zitten toch zeker niet meer in de brugklas?! ![]()
Gedurende de rest van het blokuur bleven die nekharen regelmatig overeind springen:
(vergezeld van smerige grijns) “Ja, het is veel literatuur, ja. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om het boek niet te lezen en onvoorbereid naar de colleges te komen, maar dan verzeker ik je dat je al snel flink nerveus zult worden.”
“Let maar op, we gaan jullie hersenspoelen. Wij proberen je hier om te vormen tot communicatiewetenschapper, in plaats van zomaar iemand die hier studeert.”
Bah. Ieeeewl bah. Ik weet dat het niet netjes is om iemand instinctief niet te mogen, maar ik denk dat hij het voor mekaar heeft gekregen om in anderhalf uur tijd een flinke antipathie bij mij te kweken. Zodanig zelfs, dat ik na nog geen drie kwartier al verzuchtte: “Mogen we alsjeblieft de Kwelgeest terug?!” ![]()
Over Kwelgeest gesproken: in traditie met onze eerdere bijnaam-creatieve-invallen hebben we onze nieuwe docent omgedoopt tot Mister Tangconstructie, aangezien zijn toelichting bij de PowerPoint sheets bestaat uit zinnen die werkelijk éllenlang doorgaan met dozijnen denkbeeldige komma’s ertussen. Lijkt me leuk om die eens te transcriberen. *evil grin* Uiteraard word je wel direct voor zulke negatieve gedachtes gestraft, en dus mag je één keer raden tegen wie ik na het college aangeklemd stond in de volle lift naar beneden… juistem.
Jammer. Echt jammer. Ik had nou juist zo’n zin in dit vak.
Ik hoop maar dat-ie bij wijze van spreken last van z’n hormonen had (mannen schijnen ook soort van ongesteld te kunnen worden, heb ik laatst ergens gelezen
).
In elk geval ga ik me na dit frustatieblogje maar eens spoeden naar een onverwacht maar welkom feestje – en dat op maandagavond.
Alfa-miepje kicks ass!
Di 27 januari 2009 at 22:40 | In Studieperikelen | 3 CommentsAls ik de afgelopen maanden érgens m’n ei over kwijt moest op dit stukje wereldwijde web, dan was het wel Statistiek. Af en toe moest ik het gewoon even van me af schrijven, getuige de posts hier, hier, hier en hier.
Het was dan ook wat je noemt bikkelen. Menig cafeïneshot heeft ons de lange, lange blokuren doorgesleept op de dinsdag- en vrijdagmorgen. L en ik sjouwden ons elke week een bult met studieboek en laptop om de vrijdagmiddagen zwoegend boven de praktijkopdrachten door te brengen. Om nog maar te zwijgen over de peentjes die ik gezweet heb tijdens het tentamen en de klamme handen die ik kreeg toen ik vanmiddag las dat de cijfers eindelijk bekend waren gemaakt.
Ik durfde de lijst haast niet aan te klikken. Nerveus maar toch ook verschrikkelijk nieuwsgierig gleed mijn blik langs de lange rij studentnummers. Honderdzeventigduizend nog wat, honderdvijfenzeventigduizend nog wat, en toen was daar honderdtachtigduizend, de eerste drie cijfers van mijn eigen studentnummer. Uiterst langzaam keek ik van links naar rechts… om vervolgens midden op de redactie van FEM in een juichkreet uit te barsten:
“Ik heb een 8,5 voor Statistiek! Een 8,5!!! In één keer gehaald! Woehaaaaa!”
Wat een pak van m’n hart. Wat een heerlijk gevoel. Dit alfa-miepje dat liever naar letters dan naar cijfers kijkt heeft het toch maar mooi in één keer geflikt. Ha!
Zou dit dan definitief de laatste Statistiekblog zijn? Vast niet… Volgend jaar krijgen we nog Statistiek Voor Gevorderden. Met de nadruk op ‘voor gevorderden’. *proest* Ben benieuwd wie we dan voor onze neus krijgen. Vijftig procent kans op de Kwelgeest, vijftig procent kans op Flipse Nulhypothese. De een houdt van alles wat zich in het kleurenspectrum tussen grijs, beige en oker bevindt, de ander hult zich bij voorkeur in zacht gezegd vreemde combinaties van alle kleuren van de regenboog. Hmm… Het wordt ongetwijfeld weer hoogst amusant. Maar ben wel blij dat het nog even weg is.
Bible meets statistics
Zon 23 november 2008 at 23:28 | In Studieperikelen | Leave a CommentEven dacht ik een hallucinatie te hebben. Bij spaarzame uitzondering dook ik op zondagavond de studieboeken in (Oooh! Gij zondaar! Ja, ik weet het *grijns*) en toen stond ik zomaar ineens oog in oog met… Mozes.
Nee, het lag niet aan de zondag, en ik maak ook geen geintje. Kijk zelf maar:
Eerlijk gezegd denk ik bij ‘Moses extreme reactions’ meer aan een schreeuwende Mozes op de Sinaï met twee stenen tafelen in z’n handen, maar vooruit, deze is ook leuk. ![]()
Zo zie je maar: wat nou wetenschap en geloof strikt gescheiden houden? Als zelfs statistiekwonder SPSS daar niet aan doet… *grijns*
Afgeleid
Do 13 november 2008 at 16:26 | In Studieperikelen | Leave a CommentTerug van weggeweest: de SOG-middag. Sinds maart van dit jaar leek studie-ontwijkend gedrag voorgoed verleden tijd toen ik eindelijk het licht had gezien in de eindeloze tunnel die scriptieschrijven heet. Maar slecht gedrag laat zich nou eenmaal makkelijker aanleren dan weer afleren. En dus is het vandaag voor het eerst sinds tijden weer eens goed raak.
Er ligt een pittig hoofdstuk Statistiek op me te wachten waar ik allesbehalve zin in heb. Plus een report voor Discourse, plus een reeks opdrachten voor Tekstanalyse, plus een transcribeerpracticum, en eigenlijk moet het allemaal dit weekend af. Liefst vandaag nog. *pompiedom* Het groeit me even boven het hoofd, en dan steekt zomaar ineens die oude neiging de kop op: ontwijken die handel.
Ik kan de verleiding niet weerstaan. Het ontbijt met Eega van vanmorgen was erg gezellig maar ligt me nog zwaar op de maag, wat de concentratie en werklust ook al niet ten goede komt (stel gekken, ’s ochtends om half elf al aan de uitsmijter
). Ik klik van Hyves naar het Forum naar YouTube naar een site waar ik de nieuwste Luis Fonsí-lyrics uit m’n hoofd probeer te leren, enzovoorts. Moet er verder nog iets gebeuren? Gelukkig, er is nog een was die aangezet kan worden, een stapel kleding die gesorteerd moet worden, en ah, het oud papier moet ook nog weg.
Tegen vier uur is er dan echt niks nuttigs of onbenulligs meer te doen. Achthonderd pagina’s dik ligt Discovering Statistics Using SPSS me gemeen aan te staren. Zuchtend blaas ik een lok haar uit m’n ogen en ga er dan eindelijk maar voor zitten. Innerlijk kermend en jammerend, dat wel, omdat het toch echt ikzelf was die zonodig een Master wilde gaan doen en van tevoren wist dat dat een heel ander soort studentenleven in zou luiden dan het relaxte leventje van tentamens op je sokken halen en veelvuldig proosten op het goede leven. So nobody to blame but myself…
Ik spreek mezelf streng toe, stop de cd-rom met datafiles in m’n laptop en pak m’n boek erbij.
Maar dan.
Dzjiiiing, dzjiiiiiiing! Klop. Tik. Ratel. Sleep, schuif. Pof! Dzjiiiiiiiing. Bonk, bonk. Pok, ratel.
Da’s waar ook: ik heb nieuwe buren.
Blog op Wordpress.com. | Theme: Pool by Borja Fernandez.
Entries and comments feeds.
